Advertentie
sociaal / Achtergrond

‘We moeten fundamenteel anders naar mensen kijken’

Als eerste armoedeminister schippert minister Carola Schouten tussen noodhulp op korte termijn en lange termijn strategieën tegen armoede.

29 juli 2022
Minister Carola Schouten
Minister Carola SchoutenANP / Laurens van Putten

Je zou denken dat armoedeminister Carola Schouten haar handen vol heeft aan de koopkrachtcrisis die steeds meer huishoudens raakt. Maar terwijl ze noodhulp biedt aan mensen die de energierekeningen niet meer kunnen betalen, is ze ook bezig met een fundamentele hervorming van de sociale zekerheid. De overheid moet weer een menselijk gezicht krijgen.

Carola Schouten is de eerste minister voor armoede in de Nederlandse geschiedenis. En dat is geen eenvoudige baan. Armoede is een acute kwestie die vraagt om onmiddellijke actie – zeker nu veel mensen hun energierekening en boodschappen nauwelijks meer kunnen betalen. Maar het is ook veelkoppig probleem met diepliggende oorzaken, dat vraagt om een langetermijnstrategie. Daarom is Schouten de afgelopen maanden druk bezig geweest met het bieden van noodhulp voor de laagste inkomens, in de vorm van een eenmalige energietoeslag. Tegelijkertijd heeft ze grote ambities voor de komende jaren: in 2025 moet het aantal kinderen dat opgroeit in armoede gehalveerd zijn. Vijf jaar later moet de gehele armoede- en schuldenproblematiek met 50 procent zijn teruggedrongen.

Schouten maakte de afgelopen tijd al een deel van haar plannen bekend om die ambities waar te maken. Zo worden de regels in de bijstand versoepeld en wordt er meer geïnvesteerd in het voorkomen en verhelpen van schuldproblemen. Ook gaat het wettelijk minimumloon omhoog, nog sneller dan al in het coalitieakkoord van kabinet-Rutte IV was aangekondigd. Maar er ligt nog meer aan kabinetsplannen in het verschiet: de belasting voor lage en middeninkomens moet omlaag, zodat werken meer loont. En het hele toeslagenstelsel wordt afgeschaft, ‘zodat mensen verdwalen in de ingewikkelde regelingen of te maken krijgen met hoge terugvorderingen’, aldus het coalitieakkoord.

Kleine foutjes

Je zou de missie van Schouten kunnen vergelijken met die van een architect en een loodgieter. Er moet een nieuw stelsel worden ontworpen, en tegelijkertijd moet er zo snel mogelijk achterstallig onderhoud worden gepleegd aan het huidige systeem. Toch ziet Schouten zichzelf niet als architect of loodgieter. Haar opdracht gaat, wat haar betreft, nog dieper dan alleen het bedenken van nieuw beleid en het sleutelen aan wetten en regels. De meest fundamentele opgave is namelijk het terugwinnen van het vertrouwen van de burger in de sociale zekerheid.

Want de regels die bedoeld zijn om mensen te helpen, veroorzaken soms meer problemen dan ze oplossen. Voor mensen die afhankelijk zijn van de bijstand of toeslagen, kunnen kleine foutjes kunnen leiden tot grote boetes of terugvorderingen. Daarom is er een cultuuromslag nodig, vindt Schouten. Van een controlerende, wantrouwende overheid naar een luisterende, begripvolle overheid.

U zit nu een half jaar op deze post. Valt het u mee of tegen, de armoede in Nederland?

‘Toen ik begon hadden we een aantal jaren gehad waarin de armoede telkens iets afnam. Je ziet nu dat het, door de oplopende inflatie, voor veel mensen echt ingewikkeld is geworden. Ook voor mensen die normaal altijd wel goed konden rondkomen. Toen ik aantrad dacht ik: we gaan in de startblokken en we gaan de armoede nog verder omlaag brengen. Nu denk ik: als het niet verder oploopt, dan zijn we al een heel eind.’

In hoeverre is het armoedeprobleem te wijten aan de overheid zelf?

‘De overheid heeft met de beste bedoelingen heel veel regelingen gemaakt. Maar een van de problemen die ik bij mijn werkbezoeken vaak hoor, is de complexiteit van die regelingen. Dat men niet weet waar ze moeten zijn of waar ze recht op hebben. Maar zelfs als mensen dat wel weten, durven ze het soms niet aan te vragen. Omdat er wantrouwen, bijna een angst voor de overheid, is ontstaan. Dat vind ik een van de meest confronterende zaken die ik ben tegengekomen.

Daarom moeten we fundamenteel anders naar mensen kijken. Ik kan aan een heleboel knoppen gaan draaien, en dat doen we ook, maar ten diepste gaat het over de vraag: hoe kun je als overheid laten zien dat mensen je niet hoeven te wantrouwen? Dat mensen niet alleen maar moeten bewijzen dat ze van goede wil zijn, maar dat we ook de simpele vraag stellen: hoe kunnen we je eigenlijk helpen?

Wat wij doen, moet aansluiten bij wat mensen nodig hebben. En dat gaat niet alleen om geld. Als ik mensen spreek, dan zeggen ze: ik wil dat er oog is voor mijn situatie. Dat ik niet word afgestraft als ik in de Participatiewet zit en ook zorg voor mijn zieke moeder. Dat ik niet word gekort op mijn uitkering omdat ik een keer een gift heb ontvangen van iemand. Het wezenlijke wat daaronder zit, is medemenselijkheid en naastenliefde. En dat gaat verder dan wetten en regels. Het gaat erom dat je durft te luisteren: wat is nou eigenlijk het verhaal? In plaats van alleen maar: hier heb je recht op en hier niet.’

De rapporten met mogelijkheden stapelen zich nu op mijn bureau op

Versoepelingen

Schouten maakte onlangs een aantal voorgenomen versoepelingen van de bijstand bekend. Zo gaan mensen die werken naast hun bijstandsuitkering daar meer aan overhouden. Het wordt makkelijker om mantelzorg te verlenen of vrijwilligerswerk te doen zonder daarvoor te worden gestraft. Ook komt er meer ruimte om giften te ontvangen – nu leiden giften vaak tot een terugvordering op de uitkering. Eerder maakte de minister voor armoede al bekend dat de kostendelersnorm vanaf 2023 niet meer geldt voor jongeren tot 27 jaar. Dat betekent dat mensen in de bijstand niet meer worden gekort als hun volwassen kinderen na hun 21e nog thuis wonen.

Mensen in de bijstand worden dus niet meer gestraft als ze mantelzorg verlenen, een bijbaan hebben, hun kinderen na hun 21e in huis houden of af en toe een boodschappentas van de buurvrouw krijgen. Dat klinkt eigenlijk heel vanzelfsprekend, toch?

‘Het is inderdaad zo vanzelfsprekend dat het eigenlijk raar is dat we dit eerder niet hebben toegestaan. Die vanzelfsprekendheid wil ik weer terugbrengen in de wet.’

Al jarenlang leeft meer dan 60 procent van de mensen in de bijstand onder de armoedegrens. Zijn deze aanpassingen dan niet te weinig en te laat?

‘Als het om geld gaat, gaan we ook het wettelijk minimumloon verhogen, met daaraan gekoppeld de uitkeringen.’

Maar die verhoging wordt ingehaald door de inflatie, en bovendien liep het minimumloon al veel langer achter bij de gemiddelde loonstijging.

‘Om de inflatie te dempen hebben we ondertussen ook een aantal incidentele maatregelen genomen. En we blijven nadenken of dit nu genoeg is. We zeggen niet: we hebben een beslissing genomen, klaar. Ook deze zomer liggen de koopkracht en de hogere energieprijzen weer of tafel, en gaan we kijken hoe we daar oplossingen voor kunnen bieden. Tegelijkertijd is het belangrijk dat we breder kijken, dat we mensen in de bijstand niet alleen een vangnet bieden, maar ook perspectief op werk. Uiteindelijk is dat natuurlijk de weg waarop je het snelst uit de armoede komt. Ik geloof dat mensen het beste terechtkomen als ze mee kunnen doen. Dat zal misschien niet altijd via betaald werk zijn, maar ze moeten wel gezien worden als mens met talenten en capaciteiten.’

Toch is het uitgangspunt van de Participatiewet dat mensen zo veel mogelijk moeten streven naar betaald werk. Is dat eigenlijk wel realistisch?

‘We weten dat een deel van de mensen in de bijstand een arbeidsbeperking heeft. En dat zijn mensen die naar mij toe komen en zeggen: ik kan geen kant op, want ik kan niet van mijn beperking af, en ik zit in een systeem dat veronderstelt dat ik dat wel kan. Tegelijkertijd zie ik dat juist die mensen ook heel graag wat willen doen. Ik hoor nooit mensen zeggen: ik wil niks doen.’

Ik hoor nooit mensen zeggen: ik wil niks doen.

Ook mensen zonder arbeidsbeperking kunnen een afstand tot de arbeidsmarkt hebben, bijvoorbeeld vanwege een taalbarrière, gezondheidsproblemen of schulden.

‘Je zult altijd een groep mensen houden voor wie betaald werk niet realistisch is, maar ik weiger me er echt bij neer te leggen dat die mensen niet mee kunnen doen omdat ze een taalbarrière of schulden hebben. Dit zijn allemaal waardevolle mensen die capaciteiten hebben. En misschien moeten we er dan meer aan doen om die barrières weg te nemen.’

Sommige gemeenten experimenteren al met basisbanen: op maat gemaakt werk voor mensen die al langer in de bijstand zitten. In het verkiezingsprogramma van uw partij werd dat idee ook opgenomen, maar in het coalitieakkoord kwam het niet terug. Is dat een op

‘In veel gemeenten zijn al initiatieven om mensen te helpen te participeren. We hebben natuurlijk ook sociale ontwikkelbedrijven. En mensen kunnen aan het werk met loonkostensubsidie. Ik denk dat er op dit moment veel werk is wat gedaan kan worden, en dat hoeft van mij niet per se door gemeenten gecreëerd werk te zijn.’

Voor die begeleiding naar werk is wel budget nodig, en juist daarop is de afgelopen jaren sterk bezuinigd.

‘Voor de plannen die we nu hebben gemaakt voor de Participatiewet, leggen we ook de bedragen bij die daarvoor nodig zijn. We gooien het niet zomaar over de schutting bij gemeenten.’

In het coalitieakkoord staat ook dat de lasten voor lage en middeninkomens worden verlaagd. Kunnen we daar op korte termijn al iets van terugzien?

‘We hebben gezegd: werken moet gewoon nog meer lonen. Een van de moeilijkste onderdelen in mijn portefeuille vind ik de armoedeval. Want je wil zorgen dat mensen die in een uitkering zitten voldoende hebben. Maar daardoor wordt het soms ingewikkeld om uit die situatie naar werk te gaan, omdat mensen er onder de streep soms slechter van worden. Daarom moeten we ook kijken naar de inkomstenbelasting. We nemen in augustus een besluit over de belastingen vanaf 1 januari 2023.’

Worden vermogens dan ook zwaarder belast?

‘Dat is één van de opties die op tafel ligt. Op het moment ligt alles nog op tafel. Uiteindelijk moeten we tot politieke keuzes komen. De rapporten met mogelijkheden stapelen zich nu op mijn bureau op, dus dat is een mooi zomerklusje om dat allemaal door te nemen, zodat we straks een goede keuze kunnen maken.’

Reacties: 1

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Hielco Wiersma
Er is ondanks veel waarschuwingen veel te lang gewacht met het verhogen van de sociale uitkeringen en het minimumloon. Bovendien is dit stelsel door allerlei toelagen en een inmiddels ook nog slecht functionerend belastingstelsel uiterst ingewikkeld en ondoorzichtig geworden
De minister kan zich daarom beter inzetten voor het verhogen van deze uitkeringen tot een zodanig niveau dat burgers die van dergelijke regelingen gebruik moeten maken verzekerd zijn van bestaanszekerheid. Daarnaast is herziening van het belastingstelsel dringend noodzakelijk. Daarna kan zij haar ministerie (hopelijk) zo snel mogelijk weer sluiten.
Uw emailadres wordt enkel gebruikt om mogelijk contact met u op te nemen naar aanleiding van uw bericht en is enkel zichtbaar voor de redactie.
Advertentie