Advertentie
sociaal / Nieuws

Intrekking wet Resultaatgericht beschikken ‘gemiste kans’

‘Als je het allemaal goed inricht, is resultaatgericht beschikken namelijk een mooi systeem’, zegt Michiel Scheltema.

11 december 2023
Regeringscommissaris Michiel Scheltema tijdens een afscheidsbijeenkomst voor vertrekkend Nationaal Ombudsman Alex Brenninkmeijer (2014). Foto: Bart Maat (ANP)
Regeringscommissaris Michiel Scheltema tijdens een afscheidsbijeenkomst voor vertrekkend Nationaal Ombudsman Alex Brenninkmeijer (2014)Bart Maat (ANP)

Bij resultaatgericht beschikken hoeft de rechtszekerheid van burgers niet in het geding te komen. Dat stelt emeritus hoogleraar Michiel Scheltema. Het kabinet besloot onlangs het wetsvoorstel Resultaatgericht beschikken niet in te dienen. Er is veel te doen over deze manier van indiceren. Critici stellen dat zonder urenindicatie de rechtspositie van cliënten onvoldoende is gewaarborgd.

Ambulant begeleider / Onderwijsconsulent

BMC
Ambulant begeleider / Onderwijsconsulent

Klantmanager Werk Brabant

BMC
Klantmanager Werk Brabant

Het is een werkwijze die door veel gemeenten is omarmd, maar waarvan de Centrale Raad van Beroep (CRvB) al in 2016 bepaalde dat die in strijd is met de rechtszekerheid van Wmo-cliënten. Desondanks kwam toenmalig minister Hugo de Jonge (VWS) met het wetsvoorstel Resultaatgericht beschikken. In de consultatieronde deden patiënten- en cliëntenorganisaties een dringend beroep op de minister om het voorstel in te trekken. Ook de Raad van State (RvS) adviseerde tegen het wetsvoorstel.

Onvrede

Pogingen om de rechtszekerheid van de cliënt beter te regelen slaagden niet, zo bleek in oktober. ‘Elke mogelijke uitkomst die aan de orde is geweest, heeft bij een of meerdere partijen tot onvrede geleid. Bij de totstandkoming van wetgeving weeg ik de belangen van cliënten, gemeenten en overige betrokken partijen zorgvuldig. Er moet tevens rekenschap worden gegeven aan de eisen die de Centrale Raad van Beroep stelt aan de rechtszekerheid in relatie tot het resultaatgericht beschikken. Om deze reden zal het wetsvoorstel niet bij uw Kamer worden ingediend’, aldus demissionair staatssecretaris Maarten van Ooijen (VWS) in zijn brief aan de Tweede Kamer.

Geestelijk vader

Maar het had niet zo gehoeven, meent Michiel Scheltema (1939). De emeritus hoogleraar bestuursrecht was in de jaren tachtig namens D66 staatssecretaris van Justitie in de kabinetten-Van Agt II en III. Scheltema wordt gezien als de geestelijk vader van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Tot 2019 was hij regeringscommissaris voor de algemene regels van het bestuursrecht.  

Koen Enneking Wat was uw rol als regeringscommissaris bij de totstandkoming van het wetsvoorstel Resultaatgericht beschikken?

Michiel Scheltema 

‘Daar was ik in principe niet bij betrokken, maar ik heb wel een voorstel gedaan om geschilbeslechting bij de uitvoering van de Wmo 2015 te verbeteren. Dat voorstel was opgenomen in het wetsvoorstel Resultaatgericht beschikken. De rechtsbescherming voor de burger moet immers goed op orde zijn.’

KE Was dat bij deze wijziging van de Wmo 2015 het geval?

MS 

‘Nee. Indien overheden besluiten nemen moeten burgers de mogelijkheid krijgen om naar de bestuursrechter te stappen. Denk aan een inwoner die het niet eens is met het besluit van de gemeente om geen bijstandsuitkering te verstrekken. Bij de Wmo 2015 ligt dat anders. Daar is de voorziening als het ware in twee stukken geknipt: de aanvraag voor bijvoorbeeld een rolstoel of huishoudelijke hulp gebeurt bij de gemeente. Bij toekenning wordt de inwoner doorverwezen naar een private instelling die de dienst levert. De gemeente besluit en de aanbieder voert uit.’

‘Om te weten hoeveel uur huishoudelijke hulp volstaat, heeft de gemeente veel informatie nodig. Bijvoorbeeld hoe groot het huis is en wat de inwoner eventueel nog zelf kan doen. Daarom mikken gemeenten bij het indiceren op het resultaat. Ze willen niet zeggen hoeveel uur precies, maar zeggen gewoon: u heeft recht op een schoon huis. De dienstverlener kijkt vervolgens wat nodig is.’

‘Dat is voor zowel de gemeente als de uitvoerder prettig: eerstgenoemde hoeft zich niet helemaal te verdiepen in de casus, laatstgenoemde kan zonder bemoeienis inzetten wat nodig is. En het is beter voor de inwoner, want daardoor kan, indien nodig, de dienst makkelijk en flexibel worden bijgesteld.’

KE Waarom leidt deze praktijk tot rechtsonzekerheid bij inwoners?

MS 

‘Een ontevreden inwoner kan alleen bezwaar maken tegen het besluit van de gemeente, niet tegen de partij die de dienst levert. Als het huis niet goed wordt schoongemaakt, waar kan die inwoner dan terecht? Niet bij de bestuursrechter, die oordeelt alleen over gemeentebesluiten. Maar met dat besluit – ‘een schoon huis’ – is de burger het natuurlijk eens. Het gaat om de uitvoering van dat besluit. Daarbij wordt de burger van het kastje naar de muur gestuurd. Bij klachten wijzen de uitvoerder en gemeente naar elkaar.’  

KE Wat is volgens u de oplossing?

MS 

‘Ik heb als regeringscommissaris in 2017 een voorstel gedaan: integrale geschilbeslechting. Wanneer de burger ontevreden is, kan hij of zij voor zowel het besluit van de gemeente als de uitvoering van de private instelling naar de bestuursrechter. Dat geeft de burger rechtszekerheid en is ook aantrekkelijk voor gemeenten: zij kunnen resultaatgericht beschikken doorzetten. Nu geldt nog steeds de lijn van de CRvB. Die bepaalt dat gemeenten ook het aantal uren moeten opnemen in de beschikking. Zo hebben burgers meer rechtszekerheid wanneer zij alleen tegen de beschikking en niet tegen de uitvoering naar de bestuursrechter gaan. Indien inwoners middels integrale geschilbeslechting hun recht kunnen halen is het opnemen van het aantal uren niet meer nodig.’

KE Hoe werd uw voorstel voor integrale geschilbeslechting ontvangen?

MS 

‘Niet iedereen was even enthousiast. De RvS vond het in beginsel een goede benadering, maar verlangde nadere uitwerking. Ook wees de Afdeling advisering op het feit dat er voldoende middelen nodig zijn. De RvS had dus wel wat aanmerkingen, maar vond het uitgangspunt van het voorstel verder goed.’

KE Integrale geschilbeslechting is er uiteindelijk niet gekomen. Hoe komt dat?

MS 

‘Het is doodgelopen op meningsverschillen tussen diverse partijen die betrokken waren bij de totstandkoming van het wetsvoorstel Resultaatgericht beschikken: het rijk, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en meerdere cliëntenbelangenorganisaties, zoals Ieder(in). Ik heb echter het idee dat zij niet zozeer vielen over mijn voorstel. Het ging meer om het financiële aspect. Belangenorganisaties menen dat deze manier van werken het voor gemeenten en uitvoerders mogelijk maakt om minder zorg en ondersteuning te bieden, dat gemeenten vanuit financieel oogpunt resultaatgericht beschikken.’

KE Hebben ze een punt?

MS 

‘Resultaatgericht beschikken is niet opgezet om geld te besparen, maar om de uitvoering minder bureaucratisch te maken. Als er echter te weinig middelen zijn, is besparen op de dienstverlening wel eenvoudiger wanneer de burger zich daartegen niet goed kan verzetten bij de bestuursrechter.’

KE Het wetsvoorstel is nu definitief van de baan.

MS 

‘Ja, dat is mijns inziens een gemiste kans. Als je het allemaal goed inricht, is resultaatgericht beschikken namelijk een mooi systeem. Gemeenten en uitvoerders kunnen flexibeler inspelen op nieuwe omstandigheden, bijvoorbeeld als iemand door ouderdom meer behoefte heeft aan hulp en ondersteuning. Dan hoeft de gemeente niet opnieuw een indicatie af te geven. Bovendien is iedereen het er wel over eens dat de manier waarop burgers nu worden beschermd leemtes vertoont.’  

‘De Vereniging voor bestuursrecht (VAR) heeft onder leiding van de inmiddels overleden Ben Schueler een commissie opgesteld die zich buigt over deze materie. Die commissie komt over een aantal maanden met een rapport over de bevoegdheid van de bestuursrechter. Of die juist in deze zaken niet wat ruimer moet zijn en zodoende niet alleen oordeelt over besluiten van overheden. Het is heel goed mogelijk dat de geest van mijn voorstel terugkomt in de inhoud van dat rapport. Ook de Staatscommissie rechtsstaat, die vanuit het perspectief van de burger het functioneren van de rechtsstaat analyseert, zal in haar advies aandacht hebben voor de toegang tot de rechter. Kortom, het laatste woord is hier nog niet over gezegd.’

Reacties: 1

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Hielco Wiersma
Resultaat gericht beschikken is een over het algemeen matige tot slechte methode. De praktijkervaring leert dat opdrachtgevers en uitvoerende organisaties bij de uitvoering van taken vooral voor de hoogst mogelijke winst gaan. Het is gevolg is dat cliënten via deze methode gemakkelijk onvoldoende en onvolledig ten aanzien van de gemaakte afspraken worden bediend.
Advertentie