of 59147 LinkedIn

Uitspraak CRvB doodsteek resultaatgericht indiceren

Een uitspraak van de hoogste bestuursrechter krijgt waarschijnlijk verstrekkende gevolgen voor gemeenten die ‘resultaatgericht’ huishoudelijke hulp indiceren. Zij zullen op basis van maatwerk weer uren moeten toekennen.

Een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) krijgt waarschijnlijk verstrekkende consequenties voor gemeenten die ‘resultaatgericht’ huishoudelijke hulp indiceren. Zij zullen op basis van maatwerk uren moeten toekennen.

Onherroepelijk

De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft uitgesproken dat de gemeente Steenbergen te vaag was toen zij een inwoner niet een aantal uren ondersteuning toekende, maar uitsluitend een resultaat, te weten een schoon en leefbaar huis. De uitspraak is onherroepelijk en betekent volgens jurist Kevin Wevers, die de cliënt vertegenwoordigde, dat alle gemeenten die op deze manier huishoudelijke hulp indiceren, hun beleid moeten aanpassen en waarschijnlijk contracten met zorgaanbieders moeten openbreken. Ook moeten die gemeenten anders inkopen.

 

Geen uren

Resultaatgericht indiceren geschiedt op basis van een vooraf in beleidsregels vastgelegd resultaat, zorgprofiel, arrangement of traject, waarin geen aantal uren is verbonden aan de beschikking.

 

Vuil

Vanwege een nog lopend hoger beroep vroeg Wevers namens zijn chronisch zieke cliënt een voorlopige voorziening aan. Die is COPD-patiënt en heeft huisstofallergie. De GGD constateerde bij twee onderzoeken op verschillende momenten dat de woning ook na de schoonmaak vuil was. De rechtbank Zeeland-West-Brabant zei dat cliënt daarover bij de zorgaanbieder moest klagen, vanwege de resultaatafspraak.

 

Vernietigen

De CRvB ging een stap verder dan een voorlopige voorziening en besloot meteen ook maar een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant te vernietigen. In eerste aanleg verklaarde die het beroep van de  Steenbergenaar tegen het indicatiebesluit ongegrond, onder meer omdat de gemeente de afspraken uit het leveringsplan onderdeel maakte van het indicatiebesluit. 

 

Subjectieve criteria

‘Volgens mij heeft de Centrale Raad het helemaal gehad met alle verschillende, soms haaks op elkaar staande uitspraken van rechtbanken in het land, de subjectieve criteria die gemeenten aanvoeren en de onduidelijkheid die dat voor betrokkenen veroorzaakt’, aldus Wevers. ‘Zij wil een objectieve normering. Behalve taken, frequentie en de mate van schoon hoort daar het aantal uren hulp bij.’ 

 

Maatwerkvoorziening

Wevers cliënt heeft volgens de Centrale Raad op basis van zijn conditie en huidige omstandigheden recht op 5,5 uur huishoudelijke ondersteuning, in plaats van de vier uur die hij kreeg. Dat hoort bij een maatwerkvoorziening, aldus de nieuwe uitspraak.

 

Leveringsplan

Steenbergen stapte van ‘claim- en aanbodgericht’ indiceren over op een ‘vraag- en resultaatgericht’ aanbod. Bij iedere aanvrager moet onderzocht worden welk resultaat moet worden behaald met de ondersteuning, waarna met de zorgaanbieder een leveringsplan wordt gemaakt. Daarin staat niet het aantal uren te leveren huishoudelijke hulp, maar per ruimte de uit te voeren werkzaamheden, wie dat doet, met welke frequentie en het te behalen resultaat. De zorgaanbieder mag vervolgens zelf bepalen hoe dat wordt behaald en kan daar tussentijds verandering in aanbrengen.

 

Concretisering

Maar daardoor weet de cliënt van Wevers volgens de CRvB niet op hoeveel uur ondersteuning hij kan rekenen. ‘Dat het college in het bestreden besluit voor de concretisering van de aanspraak heeft verwezen naar het bijgevoegde leveringsplan, waarin per woonruimte is vermeld welke werkzaamheden moeten worden uitgevoerd, door wie en met welke frequentie, doet hieraan niet af’, aldus de uitspraak.

 

Doodsteek

Volgens Wevers betekent het oordeel van de CRvB de doodsteek voor de praktijk van het resultaatgericht indiceren en aanbesteden. Gemeenten die dit doen, moeten mogelijk contracten openbreken. En dat zijn er niet weinig, volgens de jurist. Hij schat in dat in 2016 ongeveer een derde van de gemeenten resultaatgericht indiceerde en inkocht ‘en dat aantal is alleen maar gestegen.’ Zo besloten Nijmegen en Eindhoven volgens hem recent nog op deze basis huishoudelijke hulp toe te kennen.

 

Geen haast

Wevers verwacht niet dat de uitspraak betekent dat gemeenten haast zullen maken met het aanpassen van hun beleid. ‘Ze gaan overleggen binnen het college, met ambtenaren en de raad, extern advies inwinnen en schuiven de zaak zo op de lange baan. Het kan dus nog een poos duren voor cliënten weten waar ze aan toe zijn. Een andere vraag is volgens hem of gemeenten alleen de bezwaarmakers tegemoet komen, of alle inwoners die resultaatgericht huishoudelijke hulp krijgen.

 

CIZ-protocol

Gemeenten die de uitspraak volgen, kunnen volgens Wevers het best terugvallen op het zogeheten ‘CIZ-protocol’. ‘Daarin wordt wél rekening gehouden met individuele omstandigheden en maatwerk geboden.’


Duur

Uitvoering geven aan de uitspraak van de CRvB kan voor gemeenten duur uitpakken. Gemeenten die huishoudelijke hulp opnieuw aanbesteden, moeten daarvoor een reële prijs betalen, volgens een sinds vorig jaar geldende Algemene Maatregel van Bestuur. Een concreet bedrag is daar niet aan verbonden.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Gerrit de Jong (Directeur Jongzicht) op
Zo'n vaart hoeft het niet te lopen. Het probleem ligt in Steenbergen omdat het College Van Steenbergen volgens de rechtbank
het leveringsplan onderdeel heeft gemaakt van het indicatiebesluit. Daardoor wordt volgens de rechtbank niet langer volstaan met het noemen van de resultaatsgebieden. In het leveringsplan wordt per ruimte in de woning vermeld welke werkzaamheden moeten worden uitgevoerd, door wie en met welke frequentie. Daarnaast wordt voor de wasverzorging vermeld welke werkzaamheden moeten worden verricht, door wie en met welke frequentie. Het enige dat niet is opgenomen is de tijd die (per activiteit) nodig is voor die activiteiten. Daar heeft het bezwaar zich op gericht en blijkbaar is volgens de rechtbank onvoldoende maatwerk geleverd in dit geval. De valkuil zit hem in de details. Hoe gedetailleerder een indicatiebesluit des te meer handvatten geef je een bezwaarmaker en de rechtbank in procedures. Volgens mij is er geen enkele aanleiding om het hele inkoopproces hierom op zijn kop te gooien.
Door Ben Bugter (adviseur) op
Formeel is het mogelijk om resultaat gericht te contracteren (zonder uren), en tegelijkertijd de uitspraak van de CRvB te volgen en naar de cliënt een indicatie af te geven mét uren. Erg handig is dat niet. De cliënt eist van de zorgaanbieder het geïndiceerde uren; de gemeente kan dat echter niet afdwingen want het staat niet in de overeenkomst. Hoe dan ook heeft de uitspraak gevolgen voor de wijze van contracteren. Bij nieuwe aanbestedingen is het wijs om er goed rekening mee te houden. Bij bestaande overeenkomsten wordt het een dialoog tussen gemeente en zorgaanbieders om tot een goede oplossing te komen. Overigens: gemeenten met een Open House of Bestuurlijk Aanbesteden aanpak hebben in de regel de bepaling opgenomen dat de bestaande overeenkomst na overleg kan worden gewijzigd. Die gesprekken moeten snel, maar zorgvuldig, worden gevoerd.
Door Jan Telgen op
Kleine correctie waar het de inkoop van gemeenten bij zorgaanbieders betreft: daar heeft de CRvB niets over gezegd. De CRvB heeft iets gezegd over de (bestuursrechtelijke) beschikking van de gemeente richting cliënt. De zorginkoop door gemeenten en de contracten van gemeenten met zorgaanbieders vallen onder het privaatrecht/aanbestedingsrecht.
Formeel zouden gemeenten dus nog steeds op basis van resultaten bij zorgaanbieders kunnen inkopen, maar erg praktisch lijkt dit niet, omdat het dan niet meer aansluit bij de bestuursrechtelijke beschikking per client.