of 61441 LinkedIn

Onderzoek wijst uit: meer zorg nodig na uitblijven hulp

Een op de vijf cliënten die de afgelopen periode minder zorg en ondersteuning ontvingen, hebben nu meer hulp nodig. Dat blijkt uit onderzoek dat in opdracht van Binnenlands Bestuur is uitgevoerd door I&O Research.

Een op de vijf cliënten die de afgelopen maanden minder zorg en ondersteuning ontvingen, hebben nu meer hulp nodig. Nog altijd ontvangt iets meer dan helft van de mensen van wie de hulp was afgeschaald, minder ondersteuning dan voor de coronacrisis. Dat blijkt uit onderzoek dat in opdracht van Binnenlands Bestuur is uitgevoerd door I&O Research.

Vereenzaming

Een kwart van de cliënten heeft negatieve gevolgen van de coronacrisis ervaren; het merendeel niet. Ambtenaren lijken het wat somberder in te zien; zij vrezen vaker grote negatieve gevolgen. Daarbij kan worden gedacht aan vereenzaming, psychische klachten en vervuiling van het huis door verminderde zorg. Toch is hiermee niet gezegd dat ambtenaren overbezorgd zijn, stelt Lisa Nannes, onderzoeker bij I&O Research. ‘Ambtenaren hebben een totaalbeeld van de gevolgen van veel meer cliënten, terwijl cliënten uiteraard alleen iets zeggen over hun eigen ervaringen.’

 

Risicogroep

Veel zorg is tijdens de coronacrisis toch doorgegaan, vooral Wmo-ondersteuning, zo geven cliënten aan. Zes op de tien cliënten geven aan dat ze tijdens de coronacrisis evenveel zorg en ondersteuning hebben ontvangen als daarvoor. Als er sprake was van minder zorg en ondersteuning gaat het vooral om huishoudelijke hulp en dagbesteding. ‘Het is opvallend dat er best veel zorg is doorgegaan’, vindt Nannes. ‘Zeker omdat het een risicogroep betreft, die mogelijk wat huiverig is om hulpverleners over de vloer te krijgen. Daarentegen hebben veel cliënten de zorg natuurlijk ook echt nodig.’ Ook hier lijken ambtenaren wat somberder gestemd. Zij hebben het beeld dat veel meer zorg en ondersteuning is stopgezet. Als de zorg werd stopgezet, gebeurde dat veelal op initiatief van de aanbieder. Een op de vijf Wmo-cliënten koos er zelf voor. Ook gebeurde het dat de hulp na overleg tussen de hulpverlener en de cliënt werd stopgezet.

 

Alternatief

‘Opvallend is dat slechts weinig cliënten aangeven dat er een alternatief is geboden voor de minder verleende zorg’, stelt Nannes. Als er al een alternatief werd geboden, ging het vooral om (video)bellen. Ambtenaren hebben het idee dat er veel vaker alternatieven zijn geboden. ‘Het heeft er schijn van dat een aanzienlijk deel van de sociaal domein ambtenaren niet weet hoe aanbieders zijn omgegaan met de zorg na het uitbreken van de crisis’, stelt I&O Research. Er is onder cliënten wisselende tevredenheid over het alternatieve aanbod. ‘Het is beter dan geen zorg’, stelt een cliënt. Een ander vindt ‘videobellen prettiger dan fysiek contact’. Ontevredenheid is er ook. ‘Praktijkondersteuning werkt niet virtueel’, stelt een van de cliënten. ‘In plaats van een dagdeel hulp per week gaat het nu om een telefoontje van twintig minuten om de week’, stelt een ander.  ‘Telefoneren is oppervlakkiger en minder persoonlijk. Elkaars reactie zien is belangrijk’, merkt weer een andere cliënt op. Als er door de coronacrisis problemen ontstonden in de zorg en ondersteuning, zijn die volgens een op de vijf cliënten goed door de gemeente opgelost. Bijna evenzoveel cliënten (17 procent) vindt juist van niet. 

 

Op gang gekomen

De hulp is in september en oktober weer meer op gang gekomen, maar 51 procent van de cliënten bij wie de zorg door de coronacrisis was verminderd of stopgezet, ontvangt nog steeds minder hulp dan voor medio maart. Van de cliënten met minder zorg tijdens de coronacrisis geeft 21 procent aan nu meer hulp nodig te hebben, omdat zij minder zorg of ondersteuning hebben ontvangen. Ruim een derde van cliënten die aanvankelijk minder hulp kreeg, geeft aan dat de zorg weer op het oude niveau is. Ambtenaren hebben het idee dat de zorgverlening weer goed op gang is gekomen.

 

Communicatie kon beter

De communicatie vanuit gemeenten naar cliënten – over de maatregelen die in het kader van corona worden genomen en de gevolgen voor de zorg en ondersteuning – kon beter, vindt een kwart van de cliënten. Een even grote groep vond de communicatie wel afdoende. Ambtenaren lijken overwegend positief te zijn over de eigen informatievoorziening.     

 

Afbeelding

 

Verantwoording onderzoek

I&O Research heeft in opdracht van Binnenlands Bestuur tussen 1 en 18 oktober een online enquête gehouden onder ambtenaren en cliënten. De respons was respectievelijk 471 (waarvan 227 ambtenaren werkzaam in het sociaal domein) en 515. I&O Research stelt dat de steekproef onder ambtenaren sociaal domein te klein is om betrouwbare uitspraken te kunnen doen voor alle gemeenten. Ze geven wel een indicatief beeld van de positie van ambtenaren en gemeenten. Diverse ambtenaren en bestuurders zijn om een nadere toelichting gevraagd.

 

Lees in Binnenlands Bestuur nr. 22 van deze week reacties en ervaringen van wethouders, ambtenaren, een gezondheidseconoom en Ieder(in) over de Wmo- en jeugdhulp tijdens corona en de gevolgen van het uitblijven daarvan voor cliënten.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.