of 61441 LinkedIn

Intensieve begeleiding essentieel bij inburgering

Een belangrijke aanbeveling is om te werken met klantmanagers die de tijd en vaardigheden hebben om de inburgeraar echt te leren kennen. En het is raadzaam om als gemeente ook in de eigen organisatie banen voor statushouders aan te bieden.

Het begeleiden van vluchtelingen naar betaald werk gaat steeds beter, maar toch blijven sommige groepen buiten de boot vallen. De ervaringen van de afgelopen vijf jaar laten zien dat intensieve begeleiding, die vroeg begint en ook de nodige nazorg biedt, een belangrijk element van succesvol beleid is.

Eigen organisatie
Dat blijkt uit de monitor 'Vluchtelingen aan het werk' van Kennisplatform Integratie & Samenleving (KIS) die maandag verscheen. Daarin worden lessen getrokken uit het inburgeringsbeleid sinds 2016. Een belangrijke aanbeveling is om te werken met klantmanagers die de tijd en vaardigheden hebben om de inburgeraar echt te leren kennen. Ook moet de niet-werkende partner - bijna altijd een vrouw - niet uit het oog worden verloren. En het is raadzaam om als gemeente ook in de eigen organisatie banen voor statushouders aan te bieden.

Eerder
De afgelopen vijf jaar is er bij gemeenten veel veranderd als het gaat om de arbeidstoeleiding van vluchtelingen. Zo starten gemeenten inmiddels eerder met de begeleiding naar werk. In 2020 begint die ondersteuning in het merendeel van de gemeenten op het moment dat de statushouder in de gemeente komt wonen of een bijstandsuitkering aanvraagt, terwijl de meeste gemeenten in 2016 nog wachtten tot de verplichte inburgering was afgerond.

Ingelopen
Ook bieden steeds meer gemeenten duale trajecten aan, waarbij werk en taallessen worden gecombineerd. Daarnaast is er meer aandacht voor nazorg, die moet voorkomen dat statushouders na een tijdelijke baan weer terugvallen in de bijstand. Dankzij de inzet van de afgelopen jaren hebben gemeenten goeddeels hun achterstanden in het oproepen van statushouders ingelopen. De groep die overblijft - statushouders die nog niet 'arbeidsfit' zijn, of 'moeilijk bemiddelbaar' -  boekt echter weinig vooruitgang.

Nieuw stelsel
Gemeenten lopen tegen grenzen aan van wat ze kunnen bereiken met het huidige inburgeringsstelsel, verklaart KIS. Het goede nieuws is dat er een nieuw stelsel aankomt: op 1 juli 2021 moet de nieuwe inbugeringswet ingaan. Vanaf dan voeren gemeenten de regie over de inburgering. Daarbij wordt de taaleis voor statushouders verhoogd van niveau A2 naar niveau B1. Ook wordt van gemeenten verwacht dat ze met alle statushouders een zogenaamde brede intake uitvoeren. Daarbij stellen zij samen een PIP (Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie) op.

Dedicated
Om die brede intake te laten slagen, is het belangrijk om elke statushouder goed te leren kennen, zodat de gemeente duidelijk weet waar zijn of haar potentie ligt. Uit de KIS-monitor blijkt dat het inzetten van dedicated klantmanagers, die uitsluitend met vluchtelingen werken en daar de specifieke kennis en vaardigheden voor hebben, leidt tot betere resultaten. Die klantmanagers moeten bovendien een niet al te hoge caseload hebben. Daarnaast is een leerbaarheidstoets, die een inschatting maakt van de capaciteiten van een statushouder, een effectief instrument.

Vrouwelijke statushouders
KIS adviseert verder om, zoals steeds meer gemeenten al doen, in te zetten op duale trajecten (werken en de taal leren tegelijk), zo vroeg mogelijk te beginnen met de begeleiding, en nazorg te bieden. Ook is het belangrijk om extra aandacht te besteden aan vrouwelijke statushouders. Wanneer één van beide partners in een gezin - bijna altijd de man - werk heeft gevonden, wordt de andere partner vaak vergeten. Ten slotte kunnen gemeenten actief bijdragen aan het realiseren van uitstroom naar betaald werk door als gemeente zelf vaker arbeidsplaatsen aan te bieden. Dit biedt de unieke kans om als werkgever ervaring op te doen met de kansen en belemmeringen die zich voordoen bij werken van en met statushouders.

Onrealistisch
Een opvallende bevinding uit de monitor is dat gemeenten andere verwachtingen van het nieuwe inburgeringsstelsel lijken te hebben dan het rijk. De wetgever denkt namelijk dat 60 procent van de statushouders in staat is om het vereiste taalniveau te halen en in aanmerking komt voor de reguliere B1-route. Slechts 15 procent komt volgens het rijk terecht in de zogenaamde Z-route, voor de groep die maar in beperkte mate zelfredzaam is en voor wie de taaleis niet haalbaar is. Gemeenten schatten de grootte van de Z-groep echter veel hoger in: 44 procent. Voor de B1-route zou volgens hen maar 35 procent in aanmerking komen. Gemeenten lijken de ambities van het rijk onrealistisch te vinden.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door John (gemeenteambtenaar) op
Heel erg jammer dat de focus alleen maar ligt bij de vluchtelingen. De grotere groep van gezinsmigranten wordt weer eens vergeten. Die mogen het weer zelf regelen en betalen.