of 63908 LinkedIn

'Den Haag' moet letten op besteding extra jeugdgeld

Kabinet en Kamer moeten de vinger aan de pols houden bij de besteding door gemeenten van de extra rijksgelden voor jeugdzorg. De samenwerkende Branches Gespecialiseerde Zorg voor Jeugd (BGZJ) vrezen dat het geld niet naar kwetsbare kinderen en gezinnen gaat.

Politiek Den Haag moet de vinger aan de pols houden bij de besteding door gemeenten van de extra rijksgelden voor jeugdzorg. Het geld moet leiden tot betere hulp aan kwetsbare kinderen en gezinnen, en niet alleen worden gebruikt om de tekorten op de gemeentelijke begroting te dichten. Acute problemen moeten nu worden aangepakt. Er kan niet op de formatie worden gewacht.

Acute problemen

Deze boodschap geven de samenwerkende Branches Gespecialiseerde Zorg voor Jeugd (BGZJ) Kamerleden mee in een donderdag verstuurde brief. De Kamer debatteert dinsdag met staatssecretaris Blokhuis (VWS) over de jeugdzorg. Het kabinet stelde eerder dit jaar 613 miljoen euro extra beschikbaar voor de acute problemen in de jeugdzorg. Voor 2022 krijgen gemeenten 1,3 miljard euro extra, bovenop de eerder toegezegde 300 miljoen voor volgend jaar. Een structurele oplossing wordt aan een volgend kabinet overgelaten.

 

Niet geholpen

De samenwerkende jeugdbranches vrezen echter dat de ruim 2 miljard euro extra voor dit en volgend jaar niet bij de zorg voor kwetsbare kinderen terecht komt, maar rechtstreeks de gemeentekas in zal vloeien. ‘Veelzeggend is dat het persbericht van VWS en VNG over de 1,3 miljard euro voor volgend jaar spreekt over ‘geld naar gemeenten voor tekorten’, dus niet voor investeringen in betere jeugdzorg’, aldus de branches in hun brief aan de Kamer. ‘Daarmee zijn de kwetsbare kinderen en hun gezinnen, die steeds langer en vaker moeten wachten op de juiste hulp, dus niet geholpen.’ De branches doelen op het persbericht van 3 juni, waarin VWS en de VNG het bereikte akkoord toelichten na het oordeel van de arbitragecommissie in het conflict over het jeugdzorgbudget.

 

Lange wachtlijsten

In de discussies over de jeugdzorg wordt nauwelijks over de daadwerkelijke problemen van kwetsbare kinderen, jongeren en gezinnen gesproken, stellen de jeugdbranches verder in hun Kamerbrief. Die discussies gaan ‘vaak over geld en technische stelselvraagstukken: regionalisering, aanbestedingsregels, bestuurlijke verhoudingen.’ Weliswaar belangrijk, maar daardoor dreigen de mensen om wie het gaat uit beeld te verdwijnen. Terwijl zij het hardst worden geraakt door de stelselproblemen. ‘De zorg die zij nodig hebben is niet beschikbaar of er zijn lange wachtlijsten. Of de kwaliteit van die zorg staat onder druk door te lage tarieven. Juist voor deze kinderen en gezinnen hebben landelijke en lokale overheden de dure plicht om passende zorg, ondersteuning en bescherming te bieden.’

 

Frustratie en onmacht

Ook de jeugdzorgmedewerkers voelen zich niet gehoord, tekenen de branches aan. ‘Professionals en zorgaanbieders die jeugdhulp bieden aan jeugdigen met de meest complexe of meervoudige problematiek zien met pijn in het hart de versnippering van gemeentelijk inkoopbeleid en knellende administratieve lasten en aanbestedingsprocedures toenemen.’ Daarnaast kampen verschillende (grotere) aanbieders met financiële problemen. ‘Dit zijn geen nieuwe signalen, maar concrete oplossingen blijven uit en de frustratie en onmacht nemen daardoor toe.’

 

Vinger aan de pols

Het stelsel moet op de schop en er moet structureel meer geld bij. Dat moet tijdens de formatie worden geregeld. De acute problemen kunnen daar niet op wachten, benadrukken de branches. Zoals de druk op de jeugd-ggz. Een deel van de 613 miljoen euro extra moet daaraan worden besteed, zo zijn VWS en VNG overeengekomen. De Tweede Kamer moet de vinger aan de pols houden of dat ook echt gebeurt en de staatssecretaris opdragen zicht te houden op de juiste besteding van de middelen. ‘Zodat deze middelen daadwerkelijk leiden tot sneller toegankelijke zorg’, aldus de branches in hun brief.

 

Landelijk tarief

Voor de jeugdbescherming en jeugdreclassering moet zo snel mogelijk een landelijk tarief worden vastgesteld. Ook moeten landelijke afspraken worden gemaakt over inkoop en verantwoording. Tarieven staan nu onder druk, de caseload is te hoog en ook hier is specialistisch (forensisch) jeugdhulpaanbod vaak niet of niet snel genoeg beschikbaar.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Spijker op
Hoezo moet het Rijk de vinger aan de pols houden over 1,3 miljard euro als de gemeenten inmiddels over de afgelopen jaren een deficit van 4,4 miljard niet krijgen gecompenseerd? Kennelijk zijn ze bij het Rijk/het Kabinet compleet de weg kwijt.
Door Bertduss (Kennert) op
Lekkere branche organisatie. Als daar al geen enkele kennis van zaken aanwezig is. Dader en slachtoffer wordt hier duidelijk door elkaar gehaald.
Door Mark op
Het is geen extra geld. Het wordt namelijk al uitgegeven. Dus er valt niets meer te besteden
Door Gerrit op
Een boodschap van de samenwerkende Branches Gespecialiseerde Zorg voor Jeugd (BGZJ) aan het verkeerde adres. De jeugdzorg is gedecentraliseerd en de gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering. De gemeenteraden moeten de kaders stellen en hun colleges controleren. De oproep aan de Tweede Kamer moet dus zijn de minister op te dragen voldoende middelen beschikbaar te stellen en de Tweede Kamer moet controleren of de minister dan doet en zo niet de voorgestelde rijksuitgaven aan de gemeenten aanpassen. Zo werkt het openbaar bestuur en je mag toch van brancheorganisaties en zeker een koepel daarvan verwachten dat die dat weet.
Door G.J. Fonhof (Lid AB waterschap Hunze en Aa’s en oud raadslid gemeente Emmen.) op
BGZJ pleiten voor inzet van de extra middelen voor de hulp in de jeugdzorg. Op zich correct. Maar…….gemeenten, niet 1 uitgezonderd, hebben juist vanwege tekorten die het Rijk heeft toegepast zelf eigen middelen moeten inleggen om de jeugdzorg te bekostigen. Dan is het niet vreemd dat dit op z’n minst enigszins wordt rechtgetrokken. Indien al het extra geld uitsluitend aan (jeugd)zorg zou moeten worden besteed, dan is er geen oog voor al die gemeenten die jarenlang uit eigen middelen hebben moeten bijspringen. Gevolg daarvan was dat r op veel zaken sterk is bezuinigd die uiteindelijk neerdaalde bij elke inwoner van een gemeente. Als het Rijk vanaf dag 1 gewoon voldoende geld had meegezonden met de overdracht van de taken, dan hadden gemeenten niet zo vreselijk veel dienen te bezuinigen en extra in te leggen op taken die hen ook zijn toegeworpen.