of 61441 LinkedIn

5 jaar 3D: Gemeenten doen het nog niet beter

Vijf jaar na de decentralisaties Wmo 2015, Jeugdwet en Participatiewet is de ondersteuning van kwetsbare burgers nog niet op orde. Dat concludeert het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

De decentralisaties maatschappelijke ondersteuning, jeugdzorg en arbeidsparticipatie hebben niet gebracht wat ervan werd verwacht en wat ermee werd beoogd. Vijf jaar na de decentralisaties ondersteunen gemeenten kwetsbare burgers niet beter dan het rijk of de provincie dat voorheen deden. De ondersteuning van kwetsbare burgers is nog niet op orde.

Bijsturen

De deelname van mensen met een beperking aan de samenleving is niet gestegen, in de jeugdzorg zijn nog steeds knelpunten en voor mensen met een arbeidsbeperking zijn de kansen op werk nauwelijks verbeterd. Dat concludeert het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in zijn vandaag verschenen rapport ‘Sociaal domein op koers? Verwachtingen en resultaten van vijf jaar decentraal beleid’. Ook is er nog geen sprake van verschuiving van zware naar dure hulp. Onder meer daardoor heeft het SCP grote twijfels of de beoogde besparingen op met name de jeugdzorg en de Wmo wel kunnen worden gerealiseerd. Het SCP ziet twee belangrijke opgaven voor het rijk: herbezinnen en bijsturen. Een (volledige) stelselherziening acht het SCP niet opportuun ‘omdat verbeteringen binnen het huidige systeem nog mogelijk lijken en ingrijpende systeemwijzigingen weer veel tijd en energie van de uitvoering zullen vragen.’

 

Eigen kracht

Door de verantwoordelijkheid van de Wmo 2015, de Jeugdwet en de Participatiewet bij gemeenten neer te leggen, zouden zij beter in staat zijn vroegtijdige (lichte) hulp te bieden, zodat zwaardere en duurdere hulp kan worden voorkomen, zo was een van de verwachtingen. Gemeenten staan daarnaast dichter bij de burger en kunnen daardoor beter maatwerk leveren. Gemeenten moesten daarbij eerst de eigen kracht en het sociaal netwerk van mensen moeten aanspreken.

 

Geen verschuiving

Veel van die verwachtingen zijn niet uitgekomen, constateert het SCP. Een groot deel van de wijkteams komt nog niet toe aan het actief opsporen van mensen die hulp nodig hebben. Het vroegtijdig bieden van jeugdhulp lukt niet altijd, onder meer vanwege wachtlijsten. Er is nog geen sprake van een duidelijke verschuiving van een maatwerkvoorziening naar aan algemene voorziening, Ook is bij de Wmo en jeugdhulp geen sprake van verschuiving van zware naar lichte hulp. De baankansen van mensen die in de bijstand zitten zijn niet gestegen en zijn gedaald voor mensen uit de doelgroep van de sociale werkvoorziening. Eigen kracht kan minder worden ingezet dan vooraf werd aangenomen.

 

Mantelzorgers nemen af

Ook de vooraf gestelde doelen zijn niet behaald, concludeert het SCP. Burgers moesten meer participeren, er zou een (meer) zorgzame samenleving ontstaan als ook een stelsel dat zowel minder complex als financieel houdbaar is. De participatie van mensen met een arbeidsbeperking blijft echter achter. ‘Het doel van de Participatiewet om de baankansen te vergroten is voor de meeste doelgroepen niet bereikt.’ Het aantal mensen dat mantelzorg verleend is sinds de decentralisaties niet toegenomen. Het aantal potentiële mantelzorgers zal in de toekomst afnemen.

 

Niet eenvoudiger

Het stelsel is er evenmin eenvoudiger op geworden. ‘Er is nog steeds sprake van een woud aan actoren, regelingen en voorzieningen, waar burgers, professionals en werkgevers gemakkelijk in kunnen verdwalen.’ En om het nieuwe stelsel financieel houdbaar te maken, zijn de decentralisaties met budgetkortingen naar gemeenten overgeheveld, omdat gedacht werd dat gemeenten het goedkoper konden doen. ‘Zij zouden immers lichtere, integrale hulp kunnen bieden, die preciezer aansluit bij de behoeften van de hulpvrager.’ Daarvan is nog onvoldoende sprake. ‘Het is dan ook niet verwonderlijk dat gemeenten nu aangeven dat zij structureel geld tekortkomen. De politiek zal uiteindelijk moeten bepalen welk niveau van uitgaven in het sociaal domein men acceptabel vindt en welke resultaten daar tegenover zouden moeten staan’, stelt het SCP. Gezien de verwachte stijging van het aantal mensen dat een beroep doet op maatschappelijke ondersteuning, jeugdzorg, inkomensondersteuning en re-integratie − mede onder invloed van de coronacrisis − ‘zal dit de discussie over de uitgaven voor het sociaal domein in de toekomst nog verder onder druk zetten’, aldus het SCP.

 

Niets doen geen optie

Alles overziend concludeert het SCP dat het sociaal domein stagneert en moet worden vlotgetrokken. ‘Niets doen is geen optie.’ Een grote transformatie zoals die in het sociaal domein is weliswaar een zaak van lange adem, maar de geconstateerde knelpunten schreeuwen om actie ‘in het belang van de kwetsbare burgers om wie het gaat’, aldus het SCP. De uitvoeringsverantwoordelijkheid ligt weliswaar bij de gemeenten, maar vanuit zijn systeemverantwoordelijkheid heeft het rijk een belangrijke rol te spelen. Dat moet bijsturen en zich herbezinnen.

 

Reken je niet rijk

De gestelde verwachtingen moeten naar beneden worden bijgesteld. Het rijk moet realistisch zijn over de zelfredzaamheid en de zorgzame samenleving. ‘Den Haag’ moet zich ook niet rijk rekenen. Eigen kracht kan minder worden ingezet dan vooraf werd aangenomen en investeringen in preventieve en lichte voorzieningen leiden (nog) niet tot afname van het gebruik van zwaardere, dus duurdere voorzieningen. Innovatie komt, mede door de budgettaire krapte bij gemeenten en aanbieders, nog niet echt van de grond. ‘Hierdoor blijven de individuele, relatief dure voorzieningen dominant’, stelt het SCP.

 

Prioriteit

Daarnaast moet worden bijgestuurd. Aan kwetsbare groepen moet meer prioriteit worden gegeven. Zoals aan jongeren die zijn aangewezen op jeugdbescherming en jeugdreclassering en die vaak lang op de wachtlijst staan. Ook voor de doelgroep van de sociale werkvoorziening moet meer aandacht komen. ‘Voor gemeenten kan het financieel gunstiger zijn om mensen met een relatief grote afstand tot de arbeidsmarkt een bijstandsuitkering te geven, dan om voor hen zware, dure re-integratie-instrumenten in te zetten’, concludeert het SCP. Aan die verkeerde financiële prikkel moet wat worden gedaan.

 

Lees later deze week in BB22 een interview over het onderzoek met Mariska Kromhout, senior wetenschappelijk medewerker van het SCP.

Op het (gratis) digitale event sociaal domein op 23 november gaat Kromhout nader in op wat gemeenten kunnen doen om het tij te keren.   

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Spijker (n.v.t.) op
Rust en ruimte begint in ieder geval bij het neerzetten van een goede en modern uitgeruste organisatie met voldoende noodzakelijke accommodatie(s) en voldoende financiële middelen.
Door Heleen Vrijhof (programmamanager sociaal domein b.d.) op
van harte hoop ik dat we nu niet het pad van recentralisatie inslaan. Bij dit nieuwsbericht hoort een genuanceerde analyse op welke gronden en vaak niet-bewezen vooronderstellingen het besluit tot decentralisatie heeft plaats gevonden. En voor de jeugdzorg zelfs een gedeeltelijke decentralisatie. Verder hoeveel ruimte en middelen het rijk ter beschikking heeft gesteld. Ook vergt veel aandacht welke dynamiek daarna is ontstaan mede door continue bemoeienis door het rijk en hoe lang voorgaande ontwikkelingen in het sociaal domein de tijd hebben gekregen voordat ze werden beschouwd als geslaagd of afgerond. Het zou wijs zijn om te beginnen in de periode direct na WO II. We hebben het over ondersteuning bij hardnekkige maatschappelijke problemen die vaak generaties lang duren. Dan is het een illusie te denken dat je binnen vijf jaar zowel een omvangrijke structuurwijziging op orde hebt, een grote bezuiniging hebt gerealiseerd als effectief alle maatschappelijke / sociale problemen hebt verholpen. Neem de tijd en gun elkaar als overheden ruimte en rust.