Advertentie
sociaal / Nieuws

Gemeenten moeten op zoek naar andere jeugdbeschermer

Diverse gemeenten moeten op zoek naar een andere instelling voor jeugdbescherming en -reclassering (Gecertificeerde Instelling, GI). Reden is het intrekken van het certificaat voor Briedis Jeugdbescherming, waarmee deze gemeenten een contract hebben. Het is de eerste keer dat de stekker uit een GI wordt getrokken.

16 april 2021
contract---werk---arbeidsovereenkomst.jpg

De dertien Zeeuwse gemeenten moeten − opnieuw − op zoek naar een andere gecertificeerde instelling (GI) voor jeugdbescherming en -reclassering. Ook de zeven gemeenten uit de Gooi- en Vechtstreek moeten een andere aanbieder in de arm nemen, evenals gemeenten uit diverse andere regio’s. Reden is het intrekken van het certificaat voor Briedis Jeugdbescherming, waarmee deze gemeenten een contract hebben. Het is de eerste keer dat de stekker uit een GI wordt getrokken.

Beëindigingscertificaat

Het Keurmerkinstituut (KMI) heeft dat maandag via een zogeheten beëindigingscertificaat gedaan, zo is donderdag bekend geworden. Dit betekent dat Briedis binnen zes maanden alle bij haar in behandeling zijnde kinderen en hun gezinnen gecontroleerd moet overdragen aan een andere GI. Briedis begeleidt nu 121 kinderen en hun ouders met een jeugdbeschermingsmaatregel en 17 kinderen in het kader van preventieve jeugdbescherming. Briedis is voornamelijk in Zeeland actief, maar ook in de Haaglanden, Brabant, Utrecht en de Gooi- en Vechtstreek. Het beëindigingscertificaat kan nog een keer met zes maanden worden verlengd, als de continuïteit van de zorg in het geding dreigt te komen. Het instituut is door het kabinet aangewezen als certificerende instelling voor jeugdbescherming en -reclassering. Sinds de invoering van de Jeugdwet mogen jeugdbescherming en -reclassering alleen door Gecertificeerde Instellingen (GI’s) worden uitgevoerd. Nederland heeft er zestien.

 

Bezwaar

Het KMI heeft het besluit genomen op basis van een audit die vorige week is uitgevoerd. Het instituut heeft er geen vertrouwen in dat Briedis de geconstateerde tekortkomingen kan oplossen. Wat die tekortkomingen zijn, wil en kan directeur Wim Glorie van het Keurmerkinstituut niet zeggen. ‘Dat is vertrouwelijk.’ Ook minister Dekker (Rechtsbescherming, VVD) mag hier niet over worden geïnformeerd. Briedis heeft bezwaar aangetekend tegen het besluit dat zij disproportioneel vindt in relatie tot de geconstateerde tekortkomingen. Die zouden vooral organisatorisch van aard zijn. De kwaliteit van de jeugdbeschermers en de geboden hulp staan niet ter discussie, stelt een woordvoerder van Briedis. De instelling heeft onder meer geen cliëntenraad, wat wel verplicht is. Het bezwaar heeft geen opschortende werking.

 

Veiligheid niet in geding

De betrokken gemeenten zijn woensdagavond geïnformeerd. Het gaat om gemeenten in de regio’s Zeeland, Haaglanden, Brabant, Utrecht en Gooi- en Vechtstreek. Minister Dekker heeft de Tweede Kamer donderdagmiddag een brief over de kwestie gestuurd. ‘We hebben geen signalen dat de veiligheid van kinderen in het geding is’, laat een woordvoerder van het samenwerkingsverband Gooi- en Vechtstreek desgevraagd weten. ‘Wat het verder betekent zijn we samen met Briedis en onze andere partners in kaart aan het brengen. Het is nog heel vers.’

 

Continuïteit voorop

In de Gooi- en Vechtstreek gaat het om ongeveer twintig kinderen die bij Briedis in behandeling zijn. ‘De continuïteit en kwaliteit van de dienstverlening aan de kwetsbare jeugdigen en/of gezinnen waar Briedis nu actief voor is, staat voorop. Briedis heeft de verplichting gekregen om de huidige zaken binnen zes maanden op een zorgvuldige wijze over te dragen naar een andere gecertificeerde instelling.’ De regio werkt met meerdere gecertificeerde instellingen (GI’s).

 

Extra probleem

Voor de Zeeuwse gemeenten levert het gedwongen einde van Briedis een extra probleem op. De gemeenten hebben hun contract met een andere GI (Intervence) beëindigd en is op zoek naar GI’s die de daar in behandeling zijnde kinderen kunnen overnemen. De gemeenten wilden de zorg overdragen aan drie andere in Zeeland werkzame GI’s: het Leger des Heils, de William Schrikker Stichting en Briedis. Door dat plan werd een streep gezet door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en de Jeugdautoriteit. Zeeland onderzoekt nu een nieuw scenario, waarbij één instelling (Jeugdbescherming West) alle zorg van Intervence overneemt. Nu moeten ze ook nog op zoek naar een nieuwe plek voor 88 kinderen die nu onder de hoede vallen van Briedis.

 

Onaangenaam verrast

'We zijn onaangenaam verrast', stelt jeugdwethouder Jack Werkman, tevens voorzitter van de bestuurscommissie inkoop jeugdhulp Zeeland, desgevraagd in een reactie. 'We wisten wel dat er knelpunten bij Briedis waren, maar we hadden verwacht en gehoopt dat er een overbruggingscertificaat zou worden afgegeven, zodat er tijd was om de knelpunten op te lossen.' Hij weet niet om welke knelpunten het gaat. Hij hoopt daarover meer te horen van Briedis. 'We hebben als gemeenten zorgen om de afbouw in goede banen te leiden.' 

 

Gemeenten aan zet

‘Gemeenten en Briedis zijn, in samenwerking met andere GI’s, nu eerst aan zet voor het opstellen van een plan van aanpak voor de afbouw van Briedis’, schrijft Dekker aan de Kamer. Gemeenten moeten de kwaliteit en continuïteit van zorg blijven garanderen. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) houdt in de afbouwfase toezicht op de kwaliteit en continuïteit van zorg.

 

Tekortkomingen

Sinds het Keurmerkinstituut (KMI) in 2014 door het kabinet als certificerende instelling voor jeugdbescherming en -reclassering is gecontracteerd, is er twee keer een zogeheten overbruggingscertificaat afgegeven aan Gecertificeerde Instellingen. In 2017 ging het om de Stichting Jeugdbescherming Overijssel en vorig jaar om de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering. Zij kregen de tijd om de zaken alsnog op orde te krijgen. Dat is gelukt, aldus KMI-directeur Glorie. Ze kregen daarop weer voor drie jaar een certificaat, al vinden er jaarlijks audits plaats. Als daarbij tekortkomingen naar voren komen, wordt ingegrepen. Drie jaar achteroverzitten is er niet bij, benadrukt Glorie.

 

Vernieuwing

Briedis is sinds 2018 actief in de jeugdbescherming. Zeeland is haar grootste werkgebied, gevolgd door de Gooi- en Vechtstreek. Briedis respecteert dat er voor de jeugdbescherming strenge eisen gelden, maar ‘we hoopten dat het belang van vernieuwing binnen de jeugdbescherming zou worden beloond’, stelt directeur-bestuurder Corina Schenk van Briedis in een verklaring op de website van de instelling. ‘We erkennen dat er het nodige moet worden verbeterd, maar willen meer tijd en ruimte krijgen om dat voor elkaar te krijgen.’

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Advertentie