Advertentie
ruimte en milieu / Nieuws

'We willen vraag en aanbod van energie bij elkaar brengen'

Schaarste op het stroomnet bedreigt ruimtelijke initiatieven. In Noord-Holland worden creatieve oplossingen verkend.

11 augustus 2022
kabels in de grond
Shutterstock

Het elektriciteitsnet loopt bijna overal in Nederland over. Hoe ga je om met nieuwe initiatieven in tijden van schaarste, en hoe haal je het slot van netwerken die nu al geen initiatieven meer aankunnen? Binnenlands Bestuur spreekt deze zomer met drie regio’s die meedoen aan een pilot van de landelijke werkgroep Integraal Programmeren. Na West-Brabant nu in deel twee: Noord-Holland.

Al langer

Anders dan in Brabant was het volraken van het elektriciteitsnet in Noord-Holland geen donderslag bij heldere hemel. ‘Het is hier al langer aan de gang’, vertelt Tony Nader, relatiemanager bij netbeheerder Liander Noord-Holland-Noord. ‘Het stroomnet is opgebouwd als een wegennet met snelwegen, provinciale wegen en dorpswegen. In de meer stedelijke gebieden liggen van oudsher de dikste kabels omdat daar de vraag naar elektriciteit het grootst is. Hoe verder je in het landelijk gebied komt, en er dus minder afnemers zijn, hoe dunner de kabels worden.'

Zonnestroom

De schaarste begon een aantal jaar geleden in de meest landelijke gebieden voor grootschalige teruglevering aan het net van met name zonnestroom. Nader: 'Op het platteland is in fysieke zin veel ruimte, maar het elektriciteitsnet is daar niet ontworpen om zeer grote hoeveelheden stroom te transporteren. Daar liep het elektriciteitsnet als eerste vol. Door de aanhoudende grote vraag naar elektriciteit bereikte ook het net op steeds meer plekken zijn maximale capaciteit voor de afname van elektriciteit door grootverbruikers. Inmiddels heeft vrijwel heel Noord-Holland Noord te maken met een tekort aan transportcapaciteit, voor zowel de teruglevering van wind- en zonnestroom als voor de afname door grootverbruikers van elektriciteit’.

Groter en roder

'Het begon met kleine plukjes’, vult Maartje van de Ven van het programmateam energietransitie van de provincie Noord-Holland aan. ‘Maar die worden steeds groter en roder. De levering van stroom aan nieuwe bedrijven of scholen is inmiddels in bijna heel Noord-Holland een probleem. Voor teruglevering speelt dat vooral in Noord-Holland-Noord: het landelijk gebied. De onderstations groeien langzaam vol.’

BB: Waarom nemen jullie aan deze pilot deel?

Nader: ‘Naast het versnellen op de uitbreiding van het elektriciteitsnet moeten we ook integraal kijken naar het energiesysteem van de toekomst. Niet alleen het elektriciteitsnet maar het hele energiesysteem is aan veranderingen onderhevig. Tegelijkertijd worden veel ontwikkelingen nog sectoraal uitgewerkt. Zo verlopen bijvoorbeeld de verduurzaming van de gebouwde omgeving, de bedrijventerreinen en mobiliteit veelal los van elkaar. Maar onder aan de streep is overal een nieuwe vorm van energie-infrastructuur nodig. Bijvoorbeeld warmte en warmtenetten, gasleidingen voor duurzame gassen zoals groen gas en waterstof. Deze pilot brengt al die ontwikkelingen voor het eerst samen en wordt het gesprek over verschillende energiedragers gevoerd. Dat helpt bij het programmeren voor de komende decennia. We versterken daarmee de regionale samenwerking voor de middellange termijn in Noord-Holland Noord.  De ontwikkelpaden en bijbehorende keuzes zijn ontzettend belangrijk voor ons als netbeheerder en voor Noord-Holland.'   Van de Ven: ‘We proberen een beetje los te komen van de uitbreidingsvraag die nu opspeelt. Die is urgent en moet zeker worden opgelost. Maar in de pilot willen we onderzoeken hoe wij in de toekomst vraag en aanbod van energie dichter bij elkaar kunnen brengen. Als we daarin slagen dan kun je daar vervolgens als provincie in de ruimtelijke ordening op sturen. We dwingen onszelf om naar de toekomst te kijken.’

BB: Wat betekent dat in de praktijk?

Van de Ven: ‘Ik geef een voorbeeld. Het is heel belangrijk voor Liander om te weten hoe de warmtetransitie vorm gaat krijgen. Die keuze ligt bij gemeenten.  Gaan ze voor warmtenetten of gaan ze individuele elektrische oplossingen op wijkniveau stimuleren? Dat bepaalt niet alleen de versterkingsopgave van de plaatselijke netten, maar ook van het transformatorstation dat daar in de buurt staat. Dat levert ons als overheden ook belangrijke nieuwe inzichten op.’

BB: Wat voor inzichten?

Van de Ven: ‘Het proces vraagt heel veel samenwerking. Met de mensen die zich bezighouden met nieuwe woningbouwlocaties of met nieuwe bedrijventerreinen. En waar je de laadpunten voor zero-emissie bussen plant. Alle sectoren waar verduurzaming plaatsvindt probeer je bij elkaar te krijgen.’

BB: Wie schuiven bij de bijeenkomsten aan?

Van de Ven: ‘Achttien gemeenten in Noord-Holland Noord, meestal vertegenwoordigd door de medewerker duurzaamheid. Het is niet realistisch om te verwachten dat de medewerkers wonen en bedrijventerrein ook mee komen, maar we hopen wel dat die bij het proces worden betrokken. Vanuit de provincie zijn die mensen er wel. We hebben in de loop van het proces bedacht om dieper in te zoomen op een aantal regionale hotspots, zoals Den Helder. Daar speelt de verduurzaming van de haven en de boot naar Texel een belangrijke rol, plus de aanlanding van wind op zee. We begonnen bij de eerste sessie met twintig mensen, maar het is echt een proces van zwaan, kleef aan. We zitten nu op 35.’  

BB: Wie zijn dat zoal? 

Nader: ‘Verschillende vertegenwoordigers van gemeenten, de provincie, het  ministerie van EZK, netbeheerders , maar ook lokale partijen zoals de West-Friese bedrijvengroep, de Port of Den Helder en LTO zijn betrokken’

BB: Heeft de pilot al tot de eerste nieuwe inzichten geleid?

Van de Ven:  ‘Er is in de gesprekken heel veel aandacht voor slimmere oplossingen, voor netefficiëntie. Daar gaat het nu meer over dan over uitbreiding van het elektriciteitsnet. De agrarische sector in West-Friesland wil graag warmtekrachtkoppeling toepassen. Kan dat worden gecombineerd met warmtenetten voor de woningbouw?’ Nader: ‘Het met alle partijen delen van inzichten is al heel waardevol. We brengen met de verschillende partijen zo concreet als mogelijk in beeld waar op de middellange termijn de meeste vraag naar warmte, elektra of duurzaam gas ontstaat. De winst van de pilot is dat slimmer naar het geheel wordt gekeken, en bijvoorbeeld vraag en aanbod van energie dichter bij elkaar komt’

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Advertentie