of 59318 LinkedIn

Vastgoed energiezuinig voor 3 euro pp

Net als de rest van de bebouwde omgeving moet het gemeentelijk vastgoed in 2050 energieneutraal of zo energieneutraal mogelijk zijn. Veel gemeenten hebben in collegeprogramma’s echter een grotere ambitie geformuleerd, ziet adviseur Ronald Wolvekamp van BBN.

Het verduurzamen van maatschappelijk vastgoed kost gemeenten de komende twintig jaar circa een miljard euro. Die berekening maakt adviesbureau BBN. Per inwoner komt dat ongeveer neer op 3 euro per jaar.

Circa miljard euro nodig voor aanpak gemeentelijke gebouwen

Net als de rest van de bebouwde omgeving moet het gemeentelijk vastgoed in 2050 energieneutraal of zo energieneutraal mogelijk zijn. Veel gemeenten hebben in collegeprogramma’s echter een grotere ambitie geformuleerd, ziet adviseur Ronald Wolvekamp van BBN. ‘We zien doelstellingen om in 2030 tot en met 2045 energieneutraal te zijn. De gemiddelde doelstelling van gemeenten in Nederland schatten wij in op energieneutraal in 2040. Dat betekent dat er nog een periode van twintig jaar te gaan is.’

Gemeenten in Nederland hebben circa 34 miljoen vierkante meter vastgoed in eigen bezit. Maar bij slechts een deel daarvan zal de verduurzaming tot extra kosten voor de gemeente leiden. Circa de helft van het bezit bestaat namelijk uit onderwijsgebouwen. Die zijn in deze berekening niet meegenomen, omdat het onderhoud van die gebouwen vaak door de instelling of gebruiker wordt gedaan.

Van de zeventien miljoen resterende vierkante meters verwacht BBN dat een deel de komende jaren wordt afgestoten of gesloopt. ‘In onze gesprekken met gemeenten stellen wij vast dat ‘slimme verduurzaming’ plaatsvindt in gebouwen waarvan de gemeente verwacht dat deze over twintig jaar nog steeds in gebruik zijn. Gemiddeld genomen is dat ongeveer 50 procent van de portefeuille. Daarmee spreken we dus over circa 8,5 miljoen vierkante meter.’

Tenslotte zal naar verwachting de helft van de resterende gebouwen de komende twintig jaar worden gerenoveerd, vaak omdat de gebouwen een functionele aanpassing nodig hebben. Dat betekent dat er sprake is van een project met een apart projectbudget. Het is zeer waarschijnlijk dat kosten voor aanvullende maatregelen om een gebouw tegelijkertijd te verduurzamen worden meegenomen in het projectbudget.

Besparing
Uiteindelijk resteert zo een vastgoedportefeuille van gebouwen die de komende twintig jaar in dezelfde hoedanigheid blijven functioneren, en niet gerenoveerd hoeven te worden. Het gaat dan om 4,25 miljoen vierkante meter. Volgens Wolvekamp is voor de verduurzaming van die oppervlakte grofweg 2 à 2,5 miljard euro nodig. ‘Maar daar staat over een periode van twintig jaar wel een besparing in energieverbruik van 1 à 1,5 miljard euro tegenover.’ Zo komt BBN uiteindelijk op een netto investering van 1 miljard euro, of jaarlijks 3 euro per inwoner gedurende twintig jaar.

BBN plaatst zelf wel wat kanttekeningen en nuances bij de eigen berekening. Onderwijsgebouwen en gebouwen die gerenoveerd moeten worden vallen buiten deze berekening, maar moeten toch ook worden aangepakt. Een gemeente kan er ook voor kiezen om alvast een potje op te bouwen voor de meerkosten van energiemaatrelen bij renovatie. In dat geval verdubbelen de kosten naar 6 euro per inwoner. Als ook de onderwijsgebouwen worden meegenomen, kost het 12 euro per inwoner per jaar.

De berekening gaat niet uit van het volledig energieneutraal maken van elk gebouw afzonderlijk. Wolvekamp: ‘De afspraken die gemeenten maken gaan vaak nog niet zo ver dat ze voor elk gebouw een ambitie uitspreken. In de praktijk zullen gemeenten het eigen vastgoed zo energiezuinig maken als mogelijk is, maar dat verschilt natuurlijk erg per gebouw.

Een monumentaal stadhuis is onmogelijk energieneutraal te krijgen. Om onderaan de streep op nul uit te komen, moeten gemeenten dus compenserende maatregelen nemen, met collectieve duurzame energieopwekking binnen de gemeentegrenzen.’ 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Spijker (n.v.t.) op
Als de kosten net zo creatief zijn berekend als de besparingen (met een mogelijke afwijking 50%) dan hebben we hier vooral over drijfzand.