of 59345 LinkedIn

‘Arbeidsmigranten niet in schuren laten slapen’

Het feit dat arbeidsmigranten in Gelderland onder slechte omstandigheden in stallen en schuren moeten slapen is onaanvaardbaar, zegt minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De provincie Gelderland deed deze ‘schrikbarende bevinding’ onlangs bij een eerste inventarisatie.

Onaanvaardbaar, noemt minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het feit dat arbeidsmigranten in Gelderland onder slechte omstandigheden in stallen en schuren moeten slapen. De provincie Gelderland deed deze ‘schrikbarende bevinding’ onlangs bij een eerste inventarisatie.

Gelderse inventarisatie
Vooral in de regio’s Rivierenland en Noord-Veluwe zijn voorbeelden te vinden van onacceptabele huisvesting van arbeidsmigranten, bleek uit de eerste inventarisatie die PvdA-gedeputeerde Josan Meijers liet doen, meldde het FD eind vorige maand. Meijers laat de inventarisatie doen, omdat het een onderbouwde schatting per regio wil maken van het aantal arbeidsmigranten dat leeft in slechte huisvesting. Dat aantal is onbekend, omdat zij zich vaak niet laten registreren bij de gemeente en er veel illegale huisvesting is. Als de hele provincie in kaart is gebracht krijgen gemeenten juridische handreikingen over hoe om te gaan met de problematiek. Naar schatting zijn het er 25.000.

Provincie moet oplossingen zoeken
De verantwoordelijkheid voor goede huisvesting ligt in eerste instantie bij werkgevers, gemeenten en corporaties. ‘Maar als blijkt dat het op plekken niet goed is geregeld, heeft de provincie de taak om te kijken of de situatie zich bij andere gemeenten voordoet en oplossingen te zoeken’, zei Meijers in het FD. Meijers benadrukt het economisch belang van buitenlandse werknemers voor de provincie. Op dat economische belang wijst ook minister Koolmees in zijn antwoorden op Kamervragen van Jasper van Dijk (SP). Koolmees stuurt de Kamer nog voor het zomerreces een brief, waarin hij nader ingaat op huisvesting, lessen uit de Wet aanpak schijnconstructies, de rol van de landbouwsector en de inzet van Inspectie SZW.

Gerichte aanpak huisjesmelkerij
In die brief neemt hij ook de toezegging van minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken mee die zij onlangs deed in het debat over discriminatie op de woningmarkt om in te gaan op de afhankelijkheidsrelatie tussen de arbeidsmigrant en de werkgever die ook huisbaas is. Ook bekijkt ze welke acties of aanvullende wetgeving wenselijk en noodzakelijk is voor het stimuleren van goed verhuurderschap. Zo overweegt zij aanvullende wettelijke mogelijkheden om huisjesmelkerij ‘in zijn verschillende verschijningsvormen’ gericht aan te kunnen pakken en te sanctioneren.

Inhouden op minimumloon
Koolmees wijst er verder op dat onder strikte voorwaarden voor huisvesting maximaal 25 procent mag worden ingehouden op het wettelijk minimumloon. Eén voorwaarde is dat huisvesting moet voldoen aan de kwaliteitseisen in de cao. Een geaccrediteerde instelling moet de kwaliteitseisen controleren. Het keurmerk van Stichting Normering Flexwonen is een voorbeeld van een dergelijke normenset met geaccrediteerde controlerende instellingen.

Verantwoordelijkheid op lokaal niveau
Toch ligt de verantwoordelijkheid voor het realiseren van voldoende huisvesting op het lokale niveau, vindt Koolmees. ‘Gemeenten, werkgevers en huisvesters moeten daarbij samen zoeken naar passende oplossingen voor de huisvesting van werknemers uit het buitenland.’ Door voldoende huisvesting te realiseren als bedrijven zich vestigen in gemeenten kunnen zij ook ongewenste situaties, zoals tekort aan huisvesting, voorkomen. ‘Bij het maken van die afspraken hoort ook dat gemeenten kijken naar hoe zij de controle en handhaving inrichten.’

Controle- en handhavingsmiddelen
Bouw- en woningtoezicht kan bijvoorbeeld controleren op de kwaliteit van de woning op basis van het Bouwbesluit. Ook kan de gemeente handhaven via het bestemmingsplan of op vergunningen die zij in het kader van de huisvestingsverordening hebben gesteld. Verder kunnen gemeenten malafide verhuurders aanpakken op grond van de Woningwet, Gemeentewet en Onteigeningswet. In overleg met VNG en G40 wordt de handreiking over het handhavingsinstrumentarium geactualiseerd, zodat deze past bij de problemen waar gemeenten tegenaan lopen. De handreiking richt zich onder meer op de aanpak van huisjesmelkers, die dus ook gemeenten met problematiek rondom huisvesting van arbeidsmigranten kan helpen.

Vergunningsstelsel Groningen
Natuurlijk kunnen gemeenten ook extra budget inzetten uit het handhavingspotje om huisvesting van arbeidsmigranten te controleren of het SNF-keurmerk verplicht stellen, zodat externe partijen ook inspecties doen. Koolmees wijst verder op de woondeal die minister Ollongren heeft gesloten met de gemeente Groningen. Zij heeft afspraken gemaakt over de monitoring van invoering en uitvoering van het Groningse vergunningsstelsel om malafide (kamer)verhuurders aan te pakken. Voor die uitvoering heeft zij een half miljoen uitgetrokken. De opgedane ervaringen en kennis zal Groningen delen met de G40 en het ministerie.

Jaarlijks 50 miljoen extra
Op de vraag van Van Dijk of de capaciteit van de Inspectie SZW voor het handhaven op slechte huisvesting van arbeidsmigranten en voor de aanpak van ‘harteloze huisvesters’ wel voldoende is, antwoordt Koolmees dat het kabinet jaarlijks 50 miljoen euro extra vrijmaakt voor versterking van de handhavingsketen waarin Inspectie SZW werkt. ‘Daarmee kan de Inspectie SZW beter en intensiever toezicht houden op de verschillende arbeidswetten en intensiever schijnconstructies, onveilige en ongezonde arbeidsomstandigheden en arbeidsuitbuiting tegengaan.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Evert van beusichem op
Het is verstandig om toezicht en handhaving over te hevelen naar de Rijksdienst.
Door Gerrit (Toezichthouder wabo) op
Dit is al jaren bekend. Wel de middelen om te handhaven, doe dat dan ook
Door Alexander (oud raadslid) op
Dit is ongehoord; vergelijkbaar met derde wereldlanden waar beschaafd Nederland zich altijd tegen afzet. Hier moet toch iets tegen te doen zijn, ook in strafrechtelijke zin.