Advertentie
ruimte en milieu / Nieuws

‘Misschien moet de klap voor winkels nog komen’

Voor het eerst in tien jaar is het aantal fysieke winkels in Nederland in 2021 weer toegenomen. Is er sprake van een trendbreuk?

04 mei 2022
Lege-winkelstraten-shutterstock-1691524183.jpg

Het CBS becijferde deze week dat het aantal fysieke winkels in Nederland vorig jaar met 655 is gestegen tot bijna 84.000. Nog lang niet zoveel als de 96.000 uit het recordjaar 2010, maar toch. Is er na ruim tien jaren van daling van het aantal winkels sprake van een nieuwe trend? We vragen het aan Marijke van Hees, voorzitter van de Retailagenda.

BB: Ziet u in de jongste CBS-cijfers een trendbreuk?

MvH: Van Hees: ‘Daarvan is pas sprake als deze ontwikkeling de komende jaren doorzet. Om de effecten goed te beoordelen moet je weten waar die nieuwe winkels zitten. Zijn ze echt de kern aan het versterken? Dat kan ik nog niet afleiden uit dit eerste CBS-materiaal. Wat ik zelf opvang, is dat je in de centra vooral meer kleine verkooppunten van supermarkten en ‘daghoreca’ ziet. Een bakkerij waar je ook koffie kunt drinken, bijvoorbeeld. Op die manier wordt de levendigheid van de centra gediend, mits de invulling op den duur niet te eenzijdig wordt.’

BB: Ziet u veranderingen in het type winkels? 

MvH: ‘De terugloop zat de afgelopen jaren vooral bij non-food. Daar is ook nu nog helemaal geen trendbreuk zichtbaar. Uit de laatste CBS-cijfers blijkt dat het aantal winkels daar nog verder achteruit gaat. De boekwinkels, de schoenenwinkels – dat gaat echt niet meer worden wat het vroeger was.’

BB: Hebben die sectoren het meest te lijden van de online shopper? 

MvH: ‘Ja, en dat is door corona enorm aangejaagd. Ook dat zie je in de getallen, want het aantal webwinkels is nog veel sterker gegroeid dan het aantal fysieke winkels. Er komen overigens ook steeds meer kruisverbanden tussen fysiek en online. Bij heel veel ondernemers past de stap naar online goed in het eigen businessmiddel, zeker als je over de non-food praat.’

BB: Zijn er door de coronasteun wellicht minder faillissementen dan normaal bij fysieke winkels?

MvH: ‘Dat zou kunnen. Ook in de retail leven veel zorgen over de toekomstige belastingaflossingen. Heel veel winkeliers hebben nauwelijks nog vlees op de botten. Kijk ook naar de kostenstijgingen als gevolg van de oorlog in Oekraïne.  De marges worden in een aantal domeinen ontzettend onder druk gezet. Misschien moeten winkels die de afgelopen jaren mede dankzij de steun overeind zijn gebleven de komende tijd alsnog stoppen.’

BB: Wordt het besef om lokaal in een fysieke winkel te kopen wellicht door corona breder gedragen?

MvH: ‘Dat is zeker onder de aandacht gebracht van de consument. Uit onderzoek blijkt dat mensen zich dat sinds corona ook meer realiseren.  Maar dat ze daar vervolgens niet altijd naar handelen is ook weer des mensen. Want ze willen ook het gemak  van het bestellen vanaf de bank, of meteen profiteren van een online aanbieding. Het is een paradoxale mix van invloeden waar consumenten aan bloot staan.’

BB: De CBS-cijfers tonen sterke verschillen tussen de winkelontwikkeling per gemeente. Hebt u daarvoor een verklaring?

MvH: ‘Dat is het bekende probleem bij percentages. Als je zes winkels hebt en je gaat naar zeven, heb je een enorme procentuele  toename. Maar als je van 60 naar 601 gaat niet. De sterkste stijgingen zie je bij kleine gemeenten, waar het aantal winkels niet zo heel erg groot is. Een toevoeging van een of twee leidt dan tot een grote verschuiving. Desalniettemin is het juist voor die kleine kernen ook heel fijn als er een winkel bij komt.’

BB: In de Retailagenda werken allerlei partijen samen om de vitaliteit van winkelgebieden te bevorderen. Dat vergt soms pijnlijke ingrijpen van gemeenten, zoals verkleining van het kernwinkelgebied. Zijn gemeenten daar inmiddels voldoende van doordrongen?

MvH: ‘Die signalen krijg ik wel. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat heeft voor vier jaar, totaal 100 miljoen beschikbaar om te investeren in de transformatie van winkelgebieden, de zogeheten Impulsaanpak. Dan zie je dat er grote interesse is vanuit gemeenten om daar samen met de private marktpartijen projecten voor te formuleren. Projecten die ruimte kunnen bieden aan retail maar ook aan wonen en andere functies zoals horeca, cultuur, zorgvoorzieningen of versterking van de publieke ruimte met groen en speelplekken. Er waren de afgelopen tijd voorlichtingsbijeenkomsten waarvan 43 gemeenten gebruik hebben gemaakt. Ik heb zeker het idee dat voor lokale bestuurders zichtbaar is dat de vitaliteit van stads- en dorpskernen  ook een zaak van publiek belang is. En dat de markt dat niet in zijn eentje oplost.’ 

Reacties: 1

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Hans Bakker
Er moet een level playing field komen tussen online en fysiek winkelen.
Winkeliers betalen volgens volgens de CAO retail non food. Daar zit een pensioenregeling in en andere extra’s. Fysieke winkels halen hun personeel uit Polen, betalen hooguit minimumloon, nooit een pensioenregeling. Hoe het met pakjesbezorgers zit horen we uit België, waar justitie PostNL aanpakt. Er zit rond online winkelen een maatschappelijk circuit dat zeer onwenselijk is. Daar kunnen we niet mee doorgaan. De kosten hiervan worden afgewenteld op de maatschappij. Vakorganisaties hebben hier geen greep op omdat het voor 90% buitenlandse werknemers betreft. Dus, kwalijke inerte politiek, pak dit eens een keer aan. Transformatie van winkelgebieden??? Whoehaa!! Op kosten van de belastingbetaler?
Uw emailadres wordt enkel gebruikt om mogelijk contact met u op te nemen naar aanleiding van uw bericht en is enkel zichtbaar voor de redactie.
Advertentie