Advertentie
ruimte en milieu / Achtergrond

'Provincies missen de politieke moed'

Mobilisation for the Environment (MOB) maakt met haar stikstofrechtszaken het leven zuur van pragmatisch ingestelde provinciale bestuurders.

07 april 2023
Jurist Valentijn Wösten, die namens milieugroep MOB de stikstofzaken doet.
Jurist Valentijn Wösten.ANP

Mobilisation for the Environment (MOB) maakt met haar stikstofrechtszaken het leven zuur van pragmatisch ingestelde provinciale bestuurders. Toch schuiven ze geregeld ook bij datzelfde bestuur aan tafel. Jurist Valentijn Wösten: ‘Wij zijn constructief, maar dan moet je wel bewegen.’

Coördinerend strateeg dijkprojecten

JS Consultancy
Coördinerend strateeg dijkprojecten

Leidinggevende P&O en Flexpool

Gemeente Meierijstad
Leidinggevende P&O en Flexpool

Uiterst benaderbaar is Valentijn Wösten. Hij is de zelfstandige jurist die al tien jaar de stikstofrechtszaken doet voor milieugroep Mobilisation for the Environment (MOB), waarvan de Nijmeegse chemicus Johan Vollenbroek het gezicht is. Een fijne gastheer. Maar gaat het over, in zijn ogen, slecht bestuur, of over gemakzuchtige technische oplossingen voor klimaat- en milieuproblemen, dan liggen de robuuste woorden voor in zijn mond en wordt een ader op zijn voorhoofd zichtbaar. ‘Lulkoek’, zegt hij dan. ‘Sorry voor de woordkeuze.’ Of: ‘Ik word woest!’ Of: ‘Rattenvangers moeten er subiet uit geknuppeld worden.’

Namens MOB is Wösten betrokken bij rechtszaken die het Nederlandse bestuur de laatste jaren de gordijnen in heeft gejaagd. Samen met een collega zat hij achter de rechtszaak bij de Raad van State die in 2019 het einde betekende van het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Vorig jaar dreef hij Overijsselse bestuurders tot wanhoop met het doen van handhavingsverzoeken gericht op tien PAS-melders. Overijssel werd uiteindelijk gedwongen om de boeren dwangsommen op te leggen.

Begin april volgt de uitspraak van de Raad van State over het doortrekken van de A15 en de afkapgrens van 25 kilometer voor het berekenen van de stikstofneerslag in omliggende natuurgebieden. ‘De mogelijke impact daarvan is nog veel groter dan de Porthos-uitspraak’, zegt hij, verwijzend naar het einde van de bouwvrijstelling vorig jaar, nadat MOB een zaak was begonnen tegen het Porthos- project in de haven van Rotterdam. Rechtszaken beginnen is voor MOB eigenlijk het laatste middel. Als chemicus heeft Johan Vollenbroek betaalde adviezen gegeven aan de GGD Friesland ten aanzien van het afvalverbrandingsbedrijf Omrin in Harlingen. Nog steeds adviseert hij de Drechtsteden over de uitstoot van PFAS door het chemiebedrijf Chemours in Dordrecht.

Daarnaast wordt geregeld met bestuurders en politici gesproken. Met BBB-Kamerlid Caroline van der Plas kreeg Wösten vooralsnog geen afspraak, maar recent nog zat hij in de werkkamers van Roelof Bisschop van de SGP en Derk Boswijk van het CDA. Hetzelfde geldt voor provinciale bestuurders en Statenleden. ‘Die melden zich soms bij ons, overigens niet altijd even enthousiast.

Maar het punt is: daar is een geweldig gebrek aan expertise. Denk aan de kwestie van de ‘latente ruimte’. Latente ruimte is een enorm probleem, omdat er namelijk 30 tot 40 procent meer aan stikstofemissies vergund is dan er daadwerkelijk aan stikstofemissies optreden. Op het moment dat die latente ruimte zou worden opgevuld, krijg je meer emissies in plaats van minder. Stel, je hebt een vergunning voor drie stallen, en je hebt er maar twee staan, maar zet er een derde bij. Dan heb je weer een nieuwe emissiebron erbij.

Bij provinciale bestuurders is een geweldig gebrek aan expertise

Maar denk ook aan de vergunningenhandel. Dat de provincies tot op de dag van vandaag nog steeds vergunningenhandel toelaten! Jazéker kunnen de provincies daar wat aan doen. Je hebt de richtlijn intern en extern salderen. Een provincie kan zeggen: wij zetten een dikke, rode streep door extern salderen. Sterker nog: dat was in Gelderland tot voor kort het geval: vergunningenhandel was daar uitgesloten.’

Gelderland lijkt me één van de belangrijkste provincies, vanwege de Veluwe.

‘Ja, maar wel met een clown als gedeputeerde: mijnheer Drenth. Hij speelt sinterklaas zonder de problemen aan te pakken. Dat kunnen we allemaal wel. Ik vind dat hij subiet moet opstappen. Alleen al het gegeven dat de BBB zegt dat ze het helemaal eens zijn met zijn beleid, spreekt boekdelen. Hij wil boeren enkel vrijwillig uitkopen. Dan gaat hij belastinggeld uitdelen aan miljonairs, veehouders zijn gemiddeld miljonair. Niks ervan. Ik wil niet zeggen dat je alles moet aanpakken zonder nadeelscompensatie. Maar nu hanteert hij enkel de wortel, niet de stok. De provincie moet een beleidsrichtlijn ‘intrekken vergunningen’ opstellen. Dat doet hij niet. Dat noem ik laf bestuur.’

Mijnheer Drenth speelt sinterklaas zonder problemen aan te pakken

Als u zulke harde woorden spreekt, kunt u dan nog wel iets voor elkaar krijgen bij provinciale bestuurders?

‘Het antwoord is: ja. Waar het omgaat, is dat je het onderscheid moet kunnen zien tussen enerzijds naar de persoon respectvol zijn en anderzijds elkaar de waarheid kunnen zeggen op zakelijk-inhoudelijke gronden. Uiteraard had ik het alleen over Drenth in zijn bestuursfunctie. Ik wil zeker aannemen dat hij misschien een superfietsenmaker zou kunnen zijn, of een geweldig mooie bakkerszaak zou kunnen hebben. Maar als het over stikstofbeleid in Gelderland gaat, zeg ik: luister, het is drie keer niks wat je daar doet.’

BB: Ik snap niet goed waarom u hand havingsverzoeken indient voor PAS-melders. U maakt een onderscheid tussen ‘valse’ en echte PAS-melders, waarbij de eerste groep misbruik zou hebben gemaakt van de meldingsmogelijkheid onder de PAS.

Maar waarom pakt MOB ook de ‘echte’ aan, terwijl het om zulke kleine stikstofemissies gaat?

‘Het gaat bij vrijwel alle stikstofbronnen om kleine emissies. Het onderscheid tussen piekbelasters en overige emissies is vooral een rekentechnische kwestie. Zo’n 80 tot 90 procent van alle deposities wordt veroorzaakt door kleine emissies. Dus juist de aanpak van kleine emissies is beslist belangrijk. Afgezien daarvan snap ik wel: als je iets aanpakt, beter een piekbelaster dicht bij een natuurgebied dan een boer ver weg. Qua prioritering zijn we het eens. Maar dat wil niet zeggen dat je de kleine emissies met rust moet laten. Dat is één. En twee: waarom je ze dan allebei aangepakt? Om het simpele feit dat wij niet kunnen zien wie een echte en wie een valse PAS-melder is. Het punt is: de provincies maken het onderscheid niet. Wij hebben geen duizend dossiers liggen, wij kunnen niet even opzoeken: dat is die en dat is die. Dat wordt pas zichtbaar als provincies dat onderscheid wel maken.’

Zou u de echte PAS-melders met rust laten als u ze zou kennen?

‘Daar kan over gepraat worden. Met ons is prima te praten. Sterker nog, we praten al op alle niveaus. We praten met de minister, we praten met gedeputeerden, we praten met Statenleden, we praten met boeren. Ik word ook af en toe gebeld door een adviseur van een PAS-melder. In principe ontzien we biologische boeren. Als iemand op een gegeven moment belt, en hij of zij heeft een serieus verhaal en weet dat hard te maken, dan zeggen we in sommige gevallen: hopsakee, die vissen we eruit.’

Maar bij de PAS-melders gaat het om hoogstens 1 mol stikstof per hectare per jaar. Hoe belangrijk is dat voor natuurbehoud?

‘Het gaat om de cumulatie. Het zijn wel tweeduizend keer kleine beetjes. Dus niks ervan. Dat het een klein beetje is, geldt voor 80 tot 90 procent van alle stikstofemissies. En er is een ander punt: dit is alweer de derde golf illegale boerenbedrijven in de afgelopen decennia. Dus de agrarische sector staat er gekleurd op. Het is klaar. Het speelkwartier is over. Dus wat dat betreft: de BBB heeft de failliete boedel van het CDA overgenomen. En ik wens ze daar veel succes mee.’

BB: Nederland hanteert een veel lagere grenswaarde dan Denemarken, Duitsland, Italië en Wallonië. Daarmee zet u het land wellicht meer op slot dan nodig is. Verder ligt de eerste deadline van de stikstofwet al op 2025, terwijl onderzoekers zeggen dat de landbouwtransitie járen nodig heeft. Die tijdsdruk hindert het maken van goede keuzes.

Maakt u ook een onderscheid tussen de letter en de geest van de wet?

‘Het openbaar bestuur is een enorm log apparaat. Die druk zal erop moeten blijven liggen. Uiteindelijk zit niet MOB aan het stuur, maar de minister of de gedeputeerde. Niet MOB handelt, zij handelen. Ik heb al meerdere keren gezegd: luister, je kunt met ons praten. Maar het initiatief ligt bij jullie. Wij zijn bereid constructief te zijn, maar dan moet je wel bewegen. Soms moet je hard zijn. Besturen betekent: doen wat noodzakelijk is.’

De overheid heeft zich in een hoek gemanoeuvreerd, en zit knel. Tegelijkertijd hoor ik de Zuid-Hollandse gedeputeerde Jeannette Baljeu in de Kamer zeggen dat zij stikstofruimte nodig heeft om de chemie in de haven van Rotterdam te verduurzamen.

‘Deze gedeputeerde in Zuid-Holland moet haar huiswerk doen. Dat heeft ze niet gedaan als ze dit gezegd heeft. Het is van tweeën één. Of je zegt: je kunt het niet. Of je zegt: je kunt het wel, en doet het ook. Kun je het wel, dan betekent dat dat je het conflict moet aangaan met de agrarische sector. Het echte probleem is het aantal staarten in dit land. Nederland is het meest veedichte land van Europa en ver daarbuiten. Wat we hier aan staarten bij mekaar verzameld hebben, dat is krankjorum. Daar moet in worden gesneden. Dat gaat niet vrijwillig. Als zij aan de ene kant zegt: wij moeten stikstofruimte hebben, maar aan de andere kant niet óók zegt: wij zullen de confrontatie met de agrarische sector aan moeten om het aantal staarten te verminderen, dan is zij ongeschikt voor haar functie.’

Wat denkt u van de eerste deadline van de stikstofwet: 2025?

‘Ja, dat is dichtbij. Om te beginnen: de transitie van de landbouw is een apart verhaal, want dan gaat het om de bedrijven die doorgaan. Maar hoe dan ook moet een geweldige hoop veehouderijen worden opgeheven. De kalverhouderijen, de varkensbedrijven en een aantal melkveebedrijven dat alleen produceert voor de export; waar je veehouderij weghaalt, heb je geen transitie van de landbouw nodig.’

Voor de rest blijft het dus kort dag.

‘Ze hadden al twee jaar geleden aan de slag kunnen zijn gegaan. Elke dag dat dit gesprek niet wordt gestart, is de verantwoordelijkheid van het openbaar bestuur. Niet de mijne. Ik ben dit al jaren aan het zeggen. Wat er bij de provincies hoort te liggen, is een beleidsregel ‘intrekken vergunningen’. Want als je een vergunning gaat intrekken, kun je er gif op innemen dat dan de vergunninghouder in beroep gaat. Trek daar maar een jaar voor uit. Dat is allemaal kostbare tijd. Er staat in artikel 5.4 van de Wet natuurbescherming dat je een vergunning moet intrekken als dat om ecologische redenen noodzakelijk is.

Dus de bevoegdheid is er wel. Maar als je dat doet, moet een openbaar bestuur bij de rechter kunnen uitleggen waarom de ene vergunning wel en de andere niet is ingetrokken. Willekeur is de potentiële schandvlek van het openbaar bestuur, want op willekeur sneuvelt alles bij de rechter. Dus moet de provincie, die het bevoegd gezag is, een beleidskader hebben voor het intrekken van vergunningen. Dat hebben ze nog steeds niet, omdat ze de politieke moed missen om te praten over het intrekken van een vergunning.’

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Advertentie