Advertentie
ruimte en milieu / Achtergrond

Rijk moet grutto gaan redden

De nationale vogel, de grutto, heeft het moeilijk. De vogel moet beter beschermd worden en daar is samenwerking voor nodig.

08 april 2022
Grutto op paaltje
Shutterstock

Het gaat slecht met de grutto. Een nieuw aanvalsplan moet onze nationale vogel beter beschermen. Dat vereist betere samenwerking tussen het rijk en de zeven ‘grutto-provincies’. ‘De grutto kan een mooie proef worden en een voorbeeld vormen.’

'Wat een heerlijk geluid, hè’, zegt Celine Roodhart. Op deze zonovergoten lentedag stuurt de weidevogelexpert van Vogelbescherming Nederland haar elektrische auto door het Eemland. Het kleipakket op de veenlaag langs de rivier de Eem geldt als een walhalla voor weidevogels, de grutto voorop. Niet alleen heeft Natuurmonumenten 350 hectare weidevogelreservaat in bezit en nog eens 100 hectare in beheer, ook werkt een honderdtal boeren in de schil rond het langgerekte reservaat mee.

Honderden grutto’s zoeken emelten en loopkevertjes in de drassige weilanden. Deze plasdrassigheid is de absolute voorwaarde voor het relatieve succes van een bedreigde weidevogel als de grutto. De schittering van de waterspiegel verleidt de overvliegende vogels tot een landing in de ruimte van het veenweidegebied met zijn ruim gesorteerde snackbar aan voedsel. Naast grutto’s barst het van de al flirtende kieviten, met hun onnavolgbare duikvluchten, maar we zien ook tureluurs en scholeksters. Verderop zitten grote groepen brandganzen. Roodhart geeft haar verrekijker aan en wijst op enkele kemphanen, die met een opvallend voorjaarskleed indruk maken op vrouwtjes.

Veel, meest oudere vogelaars, profiteren van de foeragerende weidevogels en proberen het mooiste kiekje te schieten. Vooral de grutto’s eten hun buikje rond aan de larven van onder meer langpootmuggen. Na een lange reis uit Senegal, Mali of Guinee-Bissau, met een tussenstop in Spanje of Portugal, zijn de schitterende fladderaars rond 7 maart uitgehongerd in Nederland gearriveerd. ‘Ze moeten ‘opvetten’ om de paartijd en broedtijd die begin april begint goed door te komen’, zegt Roodhart. Een kleine maand zijn de frêle weidevogels die hun eigen naam roepen daarmee zoet. Daarna wacht echter nog zo’n periode met amper tijd voor foerageren. ‘Als de kuikens of ‘pullen’ uit hun ei kruipen, moeten de ouders uiterst waakzaam zijn. Het duurt zeker drie weken eer de jongen ‘vliegvlug’ zijn en zelfstandig gevaar kunnen ontwijken.

Gehakt

Die gevaren zijn er volop. Allereerst de boeren die in de cruciale aprilmaand graag de eerste eiwitrijke snede van hun grasland halen en met brede machines in korte tijd grote oppervlakten bewerken. Als de nesten niet worden opgemerkt, maken ze gehakt van de gruttokroost. De intensief weidende koeien die met hun poten nesten vertrappen. En dan zijn er predatoren als vossen, marters, kraaien en buizerds die de pullen opsporen, niet zelden geholpen door de lage waterstand en bomen in het weidegebied. Een droog voorjaar, zoals deze maart maand, maakt dat bij onvoldoende hoge waterstand de grutto ondanks zijn lange snavel in beton staat te hakken. Een nat en koud voorjaar, zoals in 2021, zorgde niet alleen voor voldoende en bereikbaar voedsel, het gras groeide ook langzamer en de boeren konden simpelweg het land niet op. Het leidde dat jaar onmiddellijk tot betere broedresultaten.

We zijn door het schitterende vogelgebied van Eemland op weg naar het kantoortje van Natuurmonumenten. Daar doet Jan Roodhart open. ‘Dag pap’, zegt Celine. Vader Roodhart is de terreinbeheerder van het weidevogelreservaat van Natuurmonumenten.

‘Werk je alleen in natuurreservaten, dan kom je er niet’

Hij geldt als een succesfactor, want Roodhart senior is een boer die in 2007 stopte met koeien te melken en overstapte naar de natuurorganisatie. Dankzij zijn contacten in de agrarische gemeenschap verleidde hij veel ex-collega’s tot een soort grutto-light pakket. Wat maakt Eemland – en verderop Arkemheen (bij Nijkerk) en de Ronde Hoep (onder Amsterdam) – tot een succes? ‘Het belangrijkste’, antwoordt vader Roodhart, ‘is dat de neuzen dezelfde kant op staan en dat we als natuurbeschermers met boeren en ook de gemeente ervoor gaan om samen de schaalgrootte te maken die de grutto nodig heeft.’

Want de vogel delft het onderspit in vaak veel te kleine weidevogelgebieden met toenemende claims van boeren met hun intensieve landbouw, gemeenten met uitbreidingsplannen voor woningen en windmolens en recreanten die sinds corona massaal en gretig de buitenruimte opzoeken. ‘De grutto is een veeleisende pietlut, die zich pas veilig voelt bij openheid en rust, met voldoende voedsel en water’, vat Jan Roodhart samen.

Nationale vogel

Toch is de grutto sinds 2015 verkozen tot nationale vogel van Nederland. Liefst 85 procent van de grutto’s wereldwijd broedt in Nederland. Ondanks alle beschermingsplannen en ruimhartige subsidies neemt het aantal broedparen al jaren af. In 1970 telden vogelbeschermers nog 140.000 broedparen, zonder beleid en zonder subsidie. In 2000 waren er nog 60.000 paartjes die 4,2 miljoen euro aan ‘agrarisch natuurbeheer’-subsidie kostten en in 2020 slokten 30.000 broedparen 33,4 miljoen euro op aan geld voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer. Een duur vogeltje, becijferde de Algemene Rekenkamer nog in december vorig jaar.

Voor vader Roodhart van Natuurmonumenten en dochter Roodhart van de Vogelbescherming is het zaak dat rondom de grote reservaten een lappendeken van agrarisch natuurbeheer ontstaat waarin een polderbreed hoog waterpeil, een gezonde bodem gevoed met ruige mest en een uitgesteld maaibeheer tot en met ‘last-minute’-maaien centraal staan. ‘Ik denk dat we daarom met 60 tot 70 procent broedsucces hier in Eemland een groeiende populatie herbergen’, zegt Jan Roodhart, die meldt dat er de laatste jaren zo’n negenhonderd tot duizend broedparen in de Eempolder nestelen. De boeren maaien niet in april of mei, maar pas in juni, als de kuikens zijn uitgevlogen. In de tussentijd levert het kruiden- en bloemrijk grasland voldoende insecten. Een gruttokuiken eet twee- tot tienduizend insecten per dag.

De aanpak in Eemland is een inspiratiebron voor Pieter Winsemius, die samen met de Friese Milieufederatie, It Fryske Gea en Vogelbescherming Nederland in november 2020 het initiatief nam met het Aanvalsplan Grutto. Het plan beoogt 34 gebieden van duizend hectare elk aan te wijzen als grutto ‘kansgebied’ waar speciale regels gelden. ‘Want de grutto gaat niet achteruit in gebieden waar boeren en natuurbeschermers samenwerken in grote aaneengesloten gebieden’, valt hij Roodhart bij. ‘Je hebt de boeren nodig. Werk je alleen in natuurreservaten, dan kom je er niet. Die zijn te klein. Ook daar gaat de grutto achteruit’, meent Winsemius.

Vier sleutels

Hij sprak indertijd met biologen, politicologen en agronomen en trof een opmerkelijke consensus aan. ‘Er zijn vier sleutels voor succes’, zegt de voormalig milieu minister en ook oud-voorzitter van Natuurmonumenten. ‘Naast een groot aaneengesloten gebied – we denken aan duizend hectare – moet er sprake zijn van een hoog waterpeil, actieve predatiebeheer en een verzwaard agrarisch beheer.’ Dat laatste vertaalt zich in een hoger percentage kruidenrijk grasland en een nadruk op ruige mest. Dat vraagt om een bijpassende vergoeding van de inkomstenderving voor de boer. ‘Dat is echter niet voldoende’, aldus Winsemius.

‘Wij stellen met het Aanvalsplan Grutto voor om er een flinke klap bovenop te geven en de boeren te verleiden met een hogere vergoeding voor de melk, lagere waterschapslasten, rente kortingen op leningen bij de bank en een vergoeding voor het vastleggen van CO2.’ Ook de beheercontracten, die nu een looptijd hebben van zes jaar, moeten worden verlengd, aldus het Aanvalsplan. ‘Ze bieden zowel weidevogel als boer te weinig houvast.’

Mooie proef

Met het geld zal het uiteindelijk vast wel goed komen. Het schort volgens Winsemius vooral een regie en beleidsvorming. ‘Het zal niet meevallen om met de zeven grutto-provincies tot sluitend beleid te komen. Het zou beter zijn om op het niveau van het rijk de provincies wat meer bij de hand te nemen. Niet om de baas te spelen, maar om actief te coördineren. Dat zal werken voor de grutto, maar er wachten nog veel meer grotere dossiers zoals stikstof en de landbouw, woningbouw en ruimtelijke ordening.’ Dossiers kunnen met elkaar meeliften, zoals weidevogelbeheer, CO2-vastlegging in veenweidegebied, tegengaan van verdroging, verzilting en verzakking. ‘De grutto kan ook een mooie proef worden en een voorbeeld vormen’, zegt Winsemius. ‘We zullen ook zien dat we één euro wel drie keer kunnen uitgeven, voor drie doelen.’

‘Vogels willen niet meer in het weidegebied zijn omdat de mens er is’

Dit voorjaar start het Aanvalsplan Grutto al op dertien plekken in zeven provincies. Vier locaties bevinden zich in dé gruttoprovincie van Nederland, Friesland. ‘We gaan alvast oefenen met een peilverhoging, plasdrassituaties en aangepast weidebeheer’, zegt Douwe Hoogland, milieu en natuurgedeputeerde provincie Fryslân (PvdA), ‘maar veel van de grote vraagstukken zijn nog niet geregeld. Een boer moet het wel willen, dus de inkomsten moeten méér zijn dan alleen een vergoeding voor gederfde inkomsten. Dat laatste hebben we wel geregeld met de zes andere gruttoprovincies en het IPO.’

Belangrijkste punt volgens Hoogland is dat de melkprijs voor de ‘gruttoboeren’ omhoog gaat. Ook de korting op de waterschapslasten is een punt van discussie. Voor de toekomst denkt Hoogland aan verdienmodellen als toerisme, groen-blauwe diensten als wateropvang- en overloopgebieden, meer natuurwaarden. ‘Het is zaak om de boer te verleiden tot een gezonde melkveehouderij met meer aandacht voor hoger waterpeil.’ De Unie van Waterschappen onderschrijft het Aanvalsplan Grutto in het eigen programma veenweide. ‘We kunnen als waterschappen met peilbeheermaatregelen bijdragen aan het verbeteren van de leefomstandigheden van de grutto. Om de broeikasgasuitstoot en de bodemdaling in veenweide tegen te gaan worden peilen al meer opgezet, dus daarvan profiteert ook de grutto’, aldus de Unie.

Achterover

Er zouden in Eemland nog meer boeren meedoen als ze een betere vergoeding in een langdurig contract zouden krijgen, beaamt Jan Roodhart. ‘Pap’, zei Celine Roodhart, ‘de Europese landbouwsubsidies zouden toch kunnen dienen als beloning voor bewezen diensten voor het ecosysteem?’ De overheid leunt nog te veel achterover, besluit Jan Roodhart bij het afscheid.

In de auto terug door het gebied maakt Celine Roodhart zich kwaad over villaparken en woonwijken die worden ontwikkeld midden in kraamkamers voor weidevogels. ‘En vaak wordt naar een predator als de vos gewezen, maar uit een binnenkort te publiceren onderzoek blijkt dat de verstoring door recreatie minstens zo storend is voor de weidevogels. Vogels willen niet meer in het weidegebied zijn omdat de mens daar is, en omdat het waterpeil er veel te laag wordt gehouden. In Fryslân tot voor kort tot wel één meter onder het maaiveld.’

Ze stopt even bij een sloot. Links van de weg is de sloot diep en ontwaterd. De boer heeft zijn grasland gescheurd, waardoor het gras beter groeit, maar veel bodemprocessen om zeep zijn geholpen. Rechts van de weg stroomt de sloot over en barst het van de grutto’s en kieviten. ‘Ook hier is nog veel te doen en moeten nog meer boeren meedoen. En dan te bedenken dat er nog heel veel gebieden zijn in Nederland die nog tot dit niveau moeten zien te komen.’

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Advertentie