Advertentie
juridisch / Nieuws

Raad van State vergeeft gedupeerde Groninger termijnoverschrijding

De rechter is vaak onverbiddelijk bij termijnoverschrijdingen: regels zijn regels, te laat is te laat. De Raad van State ziet dat anders.

12 januari 2023
Vrouwe justitia
Shutterstock

Een ‘schoolvoorbeeld’ van een ‘juridische fuik’, volgens een gedupeerde Groninger. De werkwijze van het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) ‘verdient niet de schoonheidsprijs’, aldus de Raad van State.

Onverbiddelijk

Het is een veelvoorkomend probleem: post wordt niet of te laat bezorgd. Als gevolg daarvan ontvangt een burger een besluit van een bestuursorgaan soms veel later dan de bedoeling is. Vaak is de juridische termijn om bezwaar te maken of in beroep te gaan dan al verstreken. Burgers moeten zich daardoor neerleggen bij een in hun ogen onrechtvaardig en nadelig besluit, zonder dat zij daarover het oordeel van een rechter hebben gekregen. Tot voor kort was de rechter vaak onverbiddelijk bij termijnoverschrijdingen: regels zijn regels, te laat is te laat.

Toeslagenschandaal

Daarin komt onder invloed van het Toeslagenschandaal en de Groninger aardbevingszaken langzaam maar zeker verandering. Burgers kunnen wet- en regelgeving niet in hun geheel overzien, de ‘menselijke maat’ moet niet uit het oog verloren worden, stelt het rapport Ongekend onrecht. Daar komt bij dat toeslagenslachtoffers en gedupeerden van aardbevingen vaak last hebben van psychische klachten, juist ook als gevolg van die problemen waarover hun zaak gaat.

Meer aandacht

In de zaak waarin de Raad van State woensdag 11 januari uitspraak deed, was sprake van vertraagde besluitvorming door interne miscommunicatie bij het IMG. Het besluit op bezwaar was door PostNL bij een pakketpunt achtergelaten, maar de gedupeerde burger had hiervan geen melding gekregen. Om deze redenen mocht hem niet verweten worden dat hij te laat was met het instellen van beroep, zegt de Raad van State. De Raad wijkt hiermee af van eerdere, strengere uitspraken.

Ervaren onrecht

Eerder oordeelde een lagere rechter in een Groninger aardbevingszaak al dat het niet de bedoeling van de wetgever kon zijn geweest om zó streng te zijn voor burgers. De Groninger om wie de zaak ging, was emotioneel van slag door de ernstige ziekte van zijn moeder, de frustratie over het trage handelen van het bestuursorgaan (het IMG), het door hem ervaren onrecht en het feit dat hij continu geconfronteerd werd met de gevolgen van de aardbevingsproblematiek. Dat hij te laat in beroep was gegaan, kon hem daarom volgens de rechtbank niet verweten worden.

Realistisch burgerperspectief

Volgens de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) moet de wetgever een ‘realistisch burgerperspectief’ als uitgangspunt nemen. Daarbij moet uitdrukkelijk rekening worden gehouden met de ‘mentale belastbaarheid’ van de burger. De toenmalige minister voor Rechtsbescherming Sander Dekker gaf in 2019 aan dat bestuurlijke aandacht voor het ‘doenvermogen’ van de burger een ‘proces van leren en ontwikkelen’ is. De uitspraak van de Raad van State past in dit proces van meer bestuurlijke en juridische aandacht voor het ‘doenvermogen’ van burgers.

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Advertentie