Advertentie
juridisch / Nieuws

Minder Woo-verzoeken met dwangsom afgehandeld

Het gaat niet goed met de afhandeling van Woo-verzoeken met dwangsom. Dat moet beter, vindt minister De Jonge. Hij kondigt maatregelen aan.

11 juni 2024
papieren-doorzoeken-shutterstock
Shutterstock

In het eerste kwartaal van 2024 ging het nog niet goed met de afhandeling van Woo-verzoeken met dwangsom. Van de 73 niet-afgehandelde Woo-verzoeken met dwangsom uit het vierde kwartaal van 2023 zijn er 19 afgerond. Daarmee zijn verhoudingsgewijs minder Woo-verzoeken met dwangsom afgehandeld dan in het vierde kwartaal van 2023.

Coördinator Financiële Administratie

Certus Groep in opdracht van de Bel Combinatie
Coördinator Financiële Administratie

financieel adviseur

JS Consultancy
financieel adviseur

Aantal nieuwe Woo-verzoeken gelijk

Dit schrijft BZK-minister Hugo de Jonge aan de Tweede Kamer. Ook zijn er in het eerste kwartaal van 2024 naar verhouding meer nieuwe Woo-verzoeken met dwangsom bijgekomen dan in het vierde kwartaal van 2023, namelijk 50 Woo-verzoeken met dwangsom tegenover 33 in de vorige periode. Maar De Jonge wijst erop dat dit getal wordt vertekend door één uitspraak bij SZW. De uitspraak had betrekking op zestien Woo-verzoeken, die allemaal zijn afgehandeld. ‘Zonder deze uitspraak van SZW is het aantal nieuwe Woo-verzoeken met dwangsom in het eerste kwartaal van 2024 vergelijkbaar met de situatie in eerdere kwartalen.’

Afhandeling moet beter

Ook stipt De Jonge aan dat er op 1 april jl. nog 81 Woo-verzoeken in behandeling waren, waarbij een dwangsom is verbeurd, tegenover 73 aan het einde van het vorige kwartaal. Het aantal openstaande Woo-verzoeken met dwangsom neemt dus nog niet af. ‘De afhandeling van Woo-verzoeken moet beter’, concludeert De Jonge. Hij zal in de kabinetsreactie op de invoeringstoets Woo, die hij eind juni naar de Tweede Kamer stuurt, maatregelen aankondigen die de afhandeling van Woo-verzoeken moeten versnellen.

Nationaal coördinator

In reactie op twee moties van NSC-Kamerlid Sandra Palmen zegt De Jonge dat de Kamer ook nog voor het zomerreces een verzamelbrief ontvangt met de planning voor het vaststellen van de Koninklijke Besluiten waarmee artikel 3.3 van de Woo (actieve openbaarmaking) in werking treedt en eveneens het openbaar maken van 17 categorieën informatie verplicht wordt. Dit zal moeten leiden tot meer geautomatiseerd en actief openbaar maken van informatie, zowel centraal als decentraal. Die actief openbaar gemaakte informatie zal vindbaar zijn via de Woo-index. De Jonge adviseerde een motie van Kamerlid Glimina Chakor (GL-PvdA) om een nationaal coördinator aan te stellen die onder meer een meerjarenplan maakt juist aan te houden, zodat een reflectie hierop nog meekan in de reactie op de evaluatie van de regeringscommissaris informatiehuishouding.

In overleg met de medeoverheden heb ik besloten de verplichte openbaarmaking van de eerste vijf verplichte categorieën 1 november a.s. in te laten gaan

Hugo de Jonge, demissionair minister van BZK

Eerste vijf verplichte categorieën openbaar

In de brief gaat De Jonge ook nog in op drie aanbevelingen van het Adviescollege Openbaarheid en Informatiehuishouding (ACOI), zoals op de aanbeveling om artikel 3.3 van de Woo over actieve openbaarmaking zo snel mogelijk te laten ingaan. Deze neemt De Jonge over. ‘In overleg met de medeoverheden heb ik besloten de verplichte openbaarmaking van de eerste vijf verplichte categorieën 1 november a.s. in te laten gaan.’ Het gaat dan om wetten en algemeen verbindende voorschriften, overige besluiten van algemene strekking, organisatie en werkwijze, bereikbaarheidsgegevens en vergaderstukken Staten-Generaal. Over wat de data zijn waarop de overige categorieën verplicht openbaar moeten worden gemaakt, treedt De Jonge nog in overleg met bestuursorganen. Mogelijk kan de rijksoverheid al eerder deze stap maken, kondigt hij aan.

Langetermijnvisie op openbaarheid 

Op de aanbeveling van het ACOI om vast te stellen welke standaarden gelden bij publicatie van overheidsdocumenten, zegt De Jonge dat dit de door het Nationaal Archief ontwikkelde standaard Metagegevens voor Duurzaam Toegankelijke Overheidsinformatie (MDTO) wordt. Hij kan zich vinden in de redenering van het Adviescollege om een ‘default’ publicatieduur van 10 jaar te hanteren voor niet-blijvend te bewaren documenten. Het ACOI houdt ook een pleidooi voor een ‘stip op de horizon’ en refereert daarbij aan artikel 6.2, derde lid van de Woo. In het Meerjarenplan Openbaarheid en Informatiehuishouding Rijksoverheid heeft hij streefbeelden opgenomen, schrijft De Jonge. ‘Ik zal deze streefbeelden vertalen naar een langetermijnvisie op openbaarheid.’

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Advertentie