of 58952 LinkedIn

Duivels detail of kwaliteitstoets op hoofdlijn?

Vorige week werden we opgeschrikt door de mededeling vanuit de Eerste Kamer dat de procedurevergadering met betrekking tot de behandeling van de nieuwe jeugdwet een week was uitgesteld. Dit leidde direct tot de nodige speculaties wat deze vertraging betekent voor de beoogde invoeringsdatum van 1-1-2015. 

Vanuit de JGGZ rees gejuich op want die hopen nog steeds op uitstel en afstel. Veel wethouders drongen aan op tempo want die zien de invoeringdatum van 1-1-2015 in gevaar komen. Dit tegen de achtergrond van de afspraak dat de wet een jaar voor invoering in het Staatsblad moet staan.

 

Vanuit (kringen rond) de Eerste Kamer kwamen verschillende geluiden. Enerzijds werd gewezen op het feit dat de voorbereidingen op de wetsbehandeling al zijn begonnen en gewoon doorgaan en dat er nog zes dinsdagen (vergaderdagen) zijn dit jaar. Daarmee lijkt de optie te worden opengehouden dat de Eerste Kamer nog dit jaar de behandeling van de wet afrondt. Anderzijds wordt gewezen op het in het belang van zorgvuldigheid voorkomen van haastwerk en wordt gesproken van behandeling uiterlijk voor de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2014. Wat het gaat worden is dus nog niet duidelijk en daarmee is weer een extra onzekerheid toegevoegd in een toch al met vele onzekerheden omgeven proces.

 

Iedereen weet dat het onverstandig is om de Eerste Kamer onder tijdsdruk te zetten. Dat roept direct de begrijpelijke reactie “wij zijn geen stempelmachine” op. Voor dat je het weet kom je dan in de verkeerde prestigestrijd terecht die per definitie gewonnen wordt door de Eerste Kamer. Tegelijkertijd mag in het belang van een zorgvuldige invoering (die gebaat is bij spoedige plaatsing in het Staatsblad) wel aan de Eerste Kamer de vraag worden gesteld om alles op alles te zetten om de behandeling van de nieuwe jeugdwet zo spoedig mogelijk af te ronden. Alle betrokkenen hebben keihard gewerkt om het wetsvoorstel conform planning door de Tweede Kamer te krijgen. Hopelijk inspireert dat de Eerste Kamer tot een zelfde inspanning.

 

Kernvraag daarbij is natuurlijk of een krappe twee maanden voldoende tijd is voor een zorgvuldige behandeling. Er gaan geluiden dat sommige Eerste Kamerleden van mening zouden zijn dat de behandeling in de Tweede Kamer weinig inhoudelijk is geweest. Dit zou dan de reden zijn om veel tijd te nemen in de Eerste Kamer, waaronder het organiseren van eigen hoorzittingen. Deze geluiden verbazen mij. Er is weliswaar door de Tweede Kamer onder grote tijdsdruk gewerkt, maar de behandeling was zeer inhoudelijk en ik vraag mij af wat nieuwe hoorzittingen nog toevoegen aan de hoorzittingen die de Tweede Kamer al heeft gehouden. Dat wordt echt niet meer dan een herhaling van zetten.

Kortom, we weten nu wel hoe er in het veld en door deskundigen gedacht wordt over de nieuwe jeugdwet. Ook vraag ik me af welke vragen er nog niet zijn gesteld gezien de vrachtlading aan vragen uit de Tweede Kamer. Tot slot is er ook fors politiek geamendeerd, wat uiteindelijk heeft geleid tot een stevige politieke meerderheid in de Tweede Kamer. Volgens mij beschikt de Eerste Kamer dus over alle informatie die nodig is om op relatief korte termijn een eigen politiek oordeel te vellen en om haar oordeel te geven over de kwaliteit van het wetsvoorstel.

 

Uitstel van de invoering van de nieuwe jeugdwet met een jaar zou wat mij betreft een ramp zijn. Het opgebouwde momentum zou verloren gaan, gezonde tijdsdruk is nodig om fundamentele hervormingen daadwerkelijk te realiseren en van uitstel komt vaak afstel. Constant liggen door domeinbelangen gedreven oerkrachten op de loer om de stelselherziening alsnog de nek om te draaien. Laten we niet vergeten waar het in de stelselherziening om te doen is: een einde maken een ziek door domeinbelangen gedomineerd systeem dat kwetsbare kinderen niet de bescherming biedt die ze verdienen.

 

Natuurlijk kan er voor worden gekozen om de eis dat de nieuwe wet minimaal een jaar voor invoering in het Staatsblad moet staan te laten vallen. De Eerste Kamer kan immers alleen goedkeuren of afkeuren en dus weten alle betrokkenen nu al waar ze aan toe zijn, tenminste als de Eerste Kamer de wet goedkeurt. Toch werkt voortdurende onzekerheid verlammend en het zijn juist de huidige wethouders die de periode tot aan de gemeenteraadsverkiezingen optimaal moeten benutten om de gemeenten goed voor te bereiden op hun nieuwe verantwoordelijkheden.

 

Er is dus veel voor te zeggen dat de Eerste Kamer een maximale poging doet om de nieuwe jeugdwet nog dit jaar af te handelen. Hopelijk laten de Eerste Kamerleden zich daarbij ook niet afleiden door de discussie die ongetwijfeld nog gaat losbarsten als straks de Transitiecomissie Stelselherziening Jeugd met haar rapportage komt over de 41 regionale transitiearrangementen. Die discussie zal gaan over wat er nog nodig is om de nieuwe wet op 1-1-2015 zorgvuldig in te voeren en niet over de kwaliteit van het wetsvoorstel zelf. Een van de zaken die nodig is voor een zorgvuldige invoering is tijdige helderheid over de wet zelf. Ik hoop dus van harte dat de Eerste Kamer de zes vergaderdagen die haar nog rest dit jaar gebruikt om die zo gewenste tijdige helderheid te verschaffen.

Erik Gerritsen 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Robert Vermeiren (hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie) op
Beste Erik,

Van gejuich was bij de GGZ zeker geen sprake. Ook de GGZ maakt zich zorgen over dit proces en de gevolgen van de onzekerheid. Wij zijn echter geenszins verwonderd over en enigszins gerustgesteld door het bericht uit de Eerste Kamer. De wet is onzorgvuldig werk, zoals ook blijkt is uit een recente brief van het CBP en de zorgen van de rekenkamer (op deze website 3 november). Het op deze website gepubliceerde artikel over informatievoorziening decentralisaties (4 november) zou ook tot denken mogen aanzetten. Met de inhoudelijke opmerkingen van vele deskundigen (velen buiten de GGZ) is in de Tweede Kamer nauwelijks rekening gehouden.

Wie begaan is met kinderen kan om die reden niet anders dan begrip hebben voor mensen die zorgvuldig willen oordelen en handelen. Wat écht een ramp zou zijn is een wet die leidt tot een puinhoop.

Robert Vermeiren
Door Moeder (moeder) op
Die hele Jeugdwet is ontworpen met de aanname dat onze kinderen met ernstige problemen beter af zijn met een gezinscoach en met privacy die ons kind afgenomen wordt. En de verkeerde aanname dat ouders die de jeugd-GGZ benaderen wel 15 hulpverleners hebben. Nu, wij hebben er maar twee en zonder de enorme expertise en ervaring van jeugd-GGZ al ons kind snel rijp zijn voor opname. En uit alle contacten die ik heb weet ik dat ik niet de enige ben. Vaak wordt Jo Hermans als bron van informatie gebruikt, maar hij is pedagoog en hij heeft - met alle respect - vooral ervaring met en verstand van doorsnee kinderen. En niet van onze kinderen, want kinderen met problemen als die van ons kind zaten tot een paar jaar terug in een instelling. Het is aan GGZ te danken dat onze kinderen nu thuis wonen. Er is een hele mediahype aan de gang geweest over dat de problemen van onze kinderen meevallen en een opvoedprobleem zijn. Dat is een vals beeld, geschapen door het ene kind dat toevallig net een moment blij kijkt omdat hij uitermate goed en deskundig begeleid wordt! Als de jeugd-GGZ aan de kant geschoven wordt, zit dat kind al snel in crisis!
Door kat op
De normale route van een wet zou moeten zijn dat je eerst aanvangt met te onderbouwen waarom je de wet wilt invoeren.
Vervolgens doe je impactanalyses op allerlei verschillende terreinen die geraakt gaan worden. Dit doe je door eerst eens de processen in te richten en basisaannames te toetsen.

Deze hele jeugdwet hangt aan de basisaanname dat zorg voor jongeren 'beter' uitgevoerd kan worden door gemeenten. Elke vorm van onderbouwing die ik hiervoor ben tegengekomen is met hetzelfde gemak falsifieerbaar.
Er wordt hier in rap tempo een huis gebouwd zonder fundering. Sterker nog een enorm aantal organisaties dat verstand heeft van de fundering is genegeerd door deze wet in sneltrein tempo door de Tweede Kamer te drukken.

De grootschalige gegevensuitwisseling over hele gezinnen die aan de basis ligt van de 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur opzet is een flagrante schending van het EVRM en de uitwerking in het WBP.
De brief die het CBP heeft opgesteld, loog er dan ook niet om.
Daarnaast is uitermate slecht nagedacht over de gehele IT inrichting, daarin zie je nu alweer een grote centralisatieslag omdat deze inrichting gedecentraliseerd helemaal niet mogelijk is.
Dit wordt de allergrootste IT operatie die we ooit in Nederland hebben gezien met bijbehorende bizarre kosten. Het is niet voor niets dat degenen die hard juichen over deze wet voornamelijk in de consultancy hoek zijn te vinden.

De taak van de Eerste Kamer is een wet juridisch toetsen, zij neemt die taak serieus. Omkering van een wetsimplementatieproces door heel hard te roepen dat het dak op het huis zonder fundering geplaatst moet worden, is niet alleen gevaarlijk, maar ook immoreel. We hebben het hier over kinderen en daar moeten we zuinig mee omgaan.
Door Menno Oosterhoff (Kinderpsychiater,een vd initiatiefnemers petitiejeugdggz) op
Een wet die niet goed uitvoerbaar is is geen goede wet. Daarom doet het rapport van de transitiecommissie wel degelijk nog ter zake. Dat we onsdaardoor niet moeten laten afleiden geldt alleen als je zo vast gelooft in de zegeningen van de transitie dat feiten er niet meer toe doen. Dan kun je ook alle zorgen over privacy, controleerbaarheid, rechtspositie van jongere en ouders en zorgen over onvoldoende middelen naast je neerleggen, want geloof overwint alles. Ik ben echter een ketter,die niet gelooft dat de jeugdggz ziek is en die al helemaal niet gelooft in het heil van de transitie. Ik hoop dat de eerste kamer ook vol zit met "ketters".