Wie het coalitieakkoord Aan de slag van D66, VVD en CDA leest, kan moeilijk om de boodschap heen: de verhouding tussen het rijk en de decentrale overheden moet beter. ‘Het succes van dit kabinet staat of valt met de bereidheid samen te werken met de Tweede en Eerste Kamer, medeoverheden en maatschappelijke organisaties’, is te lezen in het regeerakkoord. En: ‘De relatie met medeoverheden zal moeten worden hersteld. Goede interbestuurlijke verhoudingen zijn essentieel om de grote maatschappelijke vraagstukken effectief aan te pakken’.
We zullen moeten wennen aan uitstel
Het kabinet-Jetten zegt de relatie met medeoverheden te willen herstellen, maar dat is niet af te lezen aan de Miljoenennota
Die boodschap werd vandaag op Prinsjesdag nog eens onderstreept door de koning. ‘Natuurlijk is de overheid meer dan alleen ‘Den Haag’. Een goede samenwerking met collega-overheden – provincies, gemeenten en waterschappen – is cruciaal. Het kabinet is zich daar zeer van bewust’, zei hij in de Troonrede.
Toch krijgt de meest nabije overheid vooralsnog weinig concrete handreikingen. De financiële zorgen van gemeenten worden door dit minderheidskabinet niet weggenomen, ondanks de zalvende woorden van de koning en de mooie beloftes in het regeerakkoord. Ja, de omvang van het gemeentefonds stijgt volgend jaar naar bijna 50 miljard euro. Maar na dat piekjaar doemt het ravijn opnieuw op: in 2028 zit er 2,7 miljard euro minder in de pot, en in 2029 nog eens 1,2 miljard euro.
Daarmee levert Prinsjesdag gemeenten per saldo weinig (goed) nieuws op. Zeker het sociaal domein komt er bekaaid vanaf. Zo is nog altijd niet duidelijk hoe het kabinet het schrappen van huishoudelijke hulp als Wmo-maatwerkvoorziening wil vormgeven, of welk vangnet er komt voor mensen die de ondersteuning niet zelf kunnen regelen. Ook de uitwerking van de eigen bijdrage in de jeugdzorg laat op zich wachten. En over het plan uit 2024 om een deel van de Wmo apart te financieren, blijft het oorverdovend stil.
Voor een kabinet dat zegt de relatie met medeoverheden te willen herstellen, is de Miljoenennota opvallend weinig concreet. Veel herhaling, veel eerder aangekondigde investeringen. Gemeenten blijven met dezelfde vraag zitten: krijgen zij voldoende middelen van het rijk om de taken uit te voeren die bij hen worden neergelegd?
Lange tijd gold 2026 als het beruchte ‘ravijnjaar’. Inmiddels is dat verschoven naar 2028. Of gemeenten dan daadwerkelijk in het ravijn storten, of dat het probleem opnieuw wordt doorgeschoven, moet nog blijken. Eén constante is inmiddels wel vertrouwd: belangrijke maatschappelijke opgaven worden vooruitgeschoven. Ook daar zullen gemeenten zich voorlopig op moeten instellen.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.