Er is voor no cure, no pay-bedrijven een financiële prikkel om zoveel mogelijk bezwaar aan te tekenen tegen woz-beschikkingen, ook als die weinig kans van slagen hebben. Uit een rapport van onderzoeksinstituut Coelo blijkt dat er sprake is van een interessant verdienmodel voor commerciële bedrijven.
No cure no pay bij woz is verdienmodel
Er is voor no cure no pay-bedrijven een financiële prikkel om zoveel mogelijk bezwaar aan te tekenen tegen woz-beschikkingen, ook als die…
Coelo heeft in opdracht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) onderzoek gedaan naar de kostenvergoeding die bedrijven ontvangen als zij namens belanghebbenden bezwaar maken tegen de woz-waarde.
Winstgevend
Uit het onderzoek blijkt dat de huidige vergoedingsstructuur winstgevend is voor een bedrijf om ook bezwaar aan te tekenen, ook als de kans op succes gering is. Dat komt onder meer omdat de vergoeding niet meer aansluit bij de kosten van die bedrijven: bezwaren kunnen in veel grotere mate geautomatiseerd worden ingediend dan toen vergoedingsregeling van kracht werd (1995) en hoorzittingen kosten weinig tijd – gemiddeld nog geen vijf minuten per object. Om de proceskostenvergoeding te krijgen is het alleen nodig om te verschijnen op de hoorzitting, een inhoudelijke inbreng is niet vereist. ‘Een bedrijf kan in 2021 in de bezwaarfase 636 euro vergoeding krijgen,’ aldus de onderzoekers. ‘Voor het indienen van een bezwaar voor een woning (265 euro), het bijwonen van een hoorzitting (265 euro) en het laten opstellen van een taxatie op basis van een uitpandige taxatie (106 euro).’
Perverse prikkels
Deze vergoedingen worden enkel verstrekt bij de inhuur van derden, inwoners kunnen daar zelf geen aanspraak op maken. De VNG wil af van die ‘perverse prikkels’. Gemeenten betalen een steeds hoger bedrag aan kostenvergoedingen. Ook leggen de bezwaren die worden ingediend door bedrijven een steeds groter beslag op de uitvoeringscapaciteit bij gemeenten. Door het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) is daar onderzoek naar gedaan, maar dat onderzoeksrapport van februari 2021 beantwoordde een van de hoofdvragen niet: wat is de verhouding tussen de hoogte van de vergoedingen voor verschillende proceshandelingen en de werkelijke kosten die met die proceshandelingen zijn gemoeid? De VNG liet daarom Coelo onderzoek doen naar de achterliggende vraag of het huidige vergoedingssysteem bedrijven prikkelt om (te) veel bezwaren in te dienen, en dus aanpassing behoeft.
17 miljoen
De uitkomst van het rapport bevestigt volgens de koepelorganisatie de geconstateerde problemen van gemeenten. Die willen, met behoud van rechtsbescherming van huiseigenaren, een oplossing vinden voor ‘de onnodige kostenpost en uitvoeringsproblemen veroorzaakt door no cure no pay-bedrijven.’ Het grootste probleem is volgens de onderzoekers niet zozeer het bedrag dat wordt uitgekeerd als kostenvergoeding. In 2020 is dat naar schatting 17 miljoen euro. De ozb-opbrengst is daar een veelvoud van (4,3 miljard in 2020). ‘Een groter probleem is dat het grote aantal bezwaren een groot beslag legt op de afdelingen binnen gemeenten die de Wet woz uitvoeren.’
Brancheorganisatie
Omdat een toenemend aantal gemeenten zich verzet tegen de handelwijze van Woz-bureaus hebben die zich inmiddels georganiseerd in een brancheorganisatie. Niet alleen om sterker te staan tegen de overheid, maar ook omwille van de rechtsbescherming van de burger.
Reacties: 13
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.
van de zotte dat een middel van rechtsbescherming voor de burger op een dusdanige manier wordt uitgebuit.! Gemeenten worden op kosten gejaagd en uiteindelijk betaalt de burger het gelag. Dat laatste heeft de NCNP bezwaarmakende burger echter nog niet door. Het gaat vaak om 1 tot enkele tientjes met een minimale doorwerking naar het fiscale forfait en aanslag waterschapslasten...! Met deze huizenmarkt en prijzen is overigens elke taxatie met peildatum 1 jaar terug te laag. Wel maf dat ons rechtssysteem meegaat met notaire NCNP bezwaarmakers instanties...
Deze no-cure-no-pay bureaus vormen een impliciete kwaliteitscontrole op het WOZ-taxatieproces.
Toezicht van de Waarderingskamer om topt een hoge kwaliteit van taxaties te komen heeft tot nu nog steeds gefaald.
Er wordt eerst gebruik gemaakt van het recht om bezwaar te maken tegen de WOZ-waarde.
Het is dan aan de gemeente om aannemelijk te maken dat die waarde juist is.
Maar gemeenten, net als alle overheden, vinden al heel snel dat ze hun werk uitstekend doen.
Komt men in bezwaar niet tegemoet dan is er de weg naar de recht middels beroep.
En de rechter toetst de hele beschikking opnieuw, de gemeente moet de door haar geponeerde waarde onderbouwen en aannemelijk maken.
Lukt dat niet dan is de waarde niet correct vastgesteld. Meestal stelt de rechter de waarde dan in goede justitie vast. Het gevolg is dan dat de gemeente de proceskosten van de wederpartij betaald.
Eigenlijk treden deze bureaus op als kwaliteitscontroleur daar waar de Waarderingskamer telkenmale faalt. Dat de gemeenten de rekening betalen omdat ze hun werk niet goed doen is dan ook geheel terecht.
Het argument dat men het al zo druk heeft is in mijn optiek geen legitimatie voor half of prutswerk.
Zelf werkzaam geweest bij overheden met name in het kader van de wet WOZ weet ik maar al te goed hoe dat de belastingplichtige in de zeik werd/wordt genomen.
Alle lof dus voor de nog-cure-no-pay bureaus. Zij vervullen een maatschappelijk nuttige functie die de toezichthouder tot op heden niet goed heeft ingevuld vanwege een bon-hommie-sfeer.
Wat opmerkingen bij de reactie van D te N.
D vindt het van de zotte dat een middel van rechtsbescherming voor de burger op een dusdanige manier wordt uitgebuit.
Ik merk hier over op dat dit het vigerende stelsel van rechtsbescherming is. Dit stelsel laat de burger keer op keer in de steek. Mogelijk zegt de Toeslageaffere D nog iets.
Hij stelt dat Gemeenten worden op kosten gejaagd en uiteindelijk betaalt de burger het gelag. Uiteraard betaalt de burger altijd. Maar als die gemeenten hun werk goed zouden doen. Zouden er geen proceskosten-veroor-delingen komen. Bovendien zouden ze lering kunnen trekken als ze in het mogelijk gesteld worden. Uit eigen ervaring weet ik dat dezelfde fout het volgende jaar weer gemaakt wordt. MEN LEERT NIET.
D zegt dat enkele tientjes met een minimale dat oorwerking naar het fiscale forfait en aanslag waterschapslasten...! Dat is waar dat het slecht om kleine bedragen gaat. SO WHAT.
Is er een algemeen rechtsbeginsel dat stel dat de burger maar met fouten moet leren leven in het kader van de effectiviteit en de efficiency. Ik daacht het niet.
D stelde verder" Met deze huizenmarkt en prijzen is overigens elke taxatie met peildatum 1 jaar terug te laag." Uit deze passage blijkt dat hij weinig kees heeft gegeten van het WOZ-proces. Dat kan men hem niet euvel duiden maar het zegt wel waar hij vandaan komt.
De uitsmijter: 'Wel maf dat ons rechtssysteem meegaat met notaire NCNP bezwaarmakers instanties...'. Toont aan dat hij weinig kaas heeft gegeten van rechtsbescherming. Mogelijk is zijn volgende pleidooi om dan ook maar de rechterlijke macht onder de controle van het bestuur te brengen. De volksvertegenwoordiging wordt defacto al geselecteerd door de uitvoerende macht.
Voor D kan Brave new world niet snel genoeg komen.
Dit hele probleem los je natuurlijk morgen op door deze volkomen doorgeslagen vorm van nivellering los te laten.
Ik ben het eens met Guillot.
Er wordt door de meeste gemeenten met onbetrouwbare waarderingsapplicaties gewerkt, die geen rekening houden met het stochastische (statistische) karakter van de koopsom. Het werk wat die NCNP-bedrijven doen zou al door gemeenten gedaan kunnen zijn, zodat er niets meer te halen valt door NCNP-bedrijven.
Maar het probleem ligt ingewikkelder. Ook de rechter houdt geen rekening met het stochastische karakter van de koopsom. Ook de rechter gaat uit van een onbetrouwbare vergelijkingsmethode, een simpele vergelijking met meestal drie woningen in feite opgedrongen aan rechters met het zogenaamde taxatieverslag verzonnen door de Waarderingskamer. Met die methode kan in principe iedere waarde tussen min en plus oneindig bij de rechter aangetoond worden, dus ook de WOZ-waarde vastgesteld door de gemeente, maar ook een lagere waarde te bepleiten door de burger of een NCNP-bedrijf. Als een burger die lagere waarde bepleit, dan keurt de rechter die waarde af, want de rechter beschouwt de burger, ook een wiskundig ingenieur of een doctorandus wiskunde, als een leek. Maar een NCNP-bedrijf gebruikt ook taxateurs opgeleid door de organisatie, die nu NRVT heet, en beschouwt hen ook als professionals. De rechter moet dan dus kiezen uit twee taxateurs met dezelfde (hocus pocus) opleiding. Met een zogenaamd onafhankelijke rechter heeft het NCNP-bedrijf een 50% kans op een gegrond verklaring. Maar WOZ-rechters zijn niet onafhankelijk. Bij het begin van de wet WOZ hebben beleidsmakers als mr. Jan Gieskes van de Waarderingskamer en mr. Jan Monsma als lokaal belastingexpert gekozen voor een geheime cursus WOZ voor uitsluitend rechters. Daar worden rechters een aantal regeltjes geleerd, die in het voordeel van gemeenten uitpakken. Ik heb mr. Jan Monsma zelf het regeltje horen zeggen en ook menig WOZ-rechter, dat taxeren geen exacte wetenschap zou zijn. Het huidige taxeren, gedoceerd met het systeem van de NRVT is inderdaad geen exacte wetenschap, maar dat wil niet zeggen, dat het niet met een exacte wetenschap zou kunnen. De Europese hypothekenrichtlijn schrijft zelfs voor dat het met een betrouwbaar systeem moet, dus met een geschikt wetenschappelijke methode, en dat zijn statistische methoden geschikt om een model te maken op basis van van systematische vergelijking met stochastische koopsommen. Maar helaas zijn de huidige WOZ-taxateurs van de NRVT hier niet voor opgeleid. Het is dan ook volkomen terecht dat De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten minister Ollongren om wettelijke maatregelen heeft gevraagd. Maar minister Ollongren laat haar oren vooral hangen naar de Waarderingskamer, die de onbetrouwbare waarderingsmethoden al die jaren juist heeft gekoesterd en nog steeds koestert. De Waarderingskamer heeft in 2016 ook al de wet WOZ buiten de vereiste aanpassingen aan de Europese hypothekenrichtlijn weten te houden. Ik heb de Waarderingskamer al in 2011 zelfreflectie geadviseerd. Maar de overheid luistert niet naar de burger ook niet als dat een op het gebied van data analyses gelouterde wetenschapper is. Participatie van de burger wordt alleen gewaardeerd in de vorm van onbezoldigd slavenwerk. Rotzooi trappen lijkt de enige manier om als burger iets voor elkaar te krijgen.
Inderdaad is veel van de toeslagenaffaire van toepassing op de uitvoering van de wet WOZ. Maar bij de uitvoering van de wet WOZ gelukkig geen crepeergevallen en daardoor helaas geen belangstelling van de media.
Dit WOZ systeem is gebaseerd op "gelijksoortige" woningen die resent verkocht zijn en daar maken de gemeentes met hun ingehuurde bureautjes al jaren een compleet potje van. De motivatie (KLOUDV factoren en grondstaffels) worden standaard uit gemakzucht met de natte vinger bepaald en pas geproduceerd als er daadwerkelijk naar de rechter wordt gestapt. Het probleem no-cure no-pay is gewoon uitgelokt door steevast de WOZ waarde te hoog te indexeren dat voor de "taxateur" blijkbaar extra geld oplevert. De gemeente kan ook gewoon aan de % knoppen draaien als ze te krap in kas komen, dan droogt de winst van die no-core no-pay bureautjes vanzelf op omdat dan niemand meer bezwaar maakt. Eigen schuld dus gemeente.
Wat vaak vergeten wordt is dat het de gemeente(ambtenaar) niet uitmaakt hoe hoog een WOZ-waarde is, het OZB-tarief bepaald immers de inkomsten. Als de WOZ-waardes stijgen, daalt het tarief en vice versa. Als een woning te hoog gewaardeerd is, verlaag ik de WOZ-waarde met alle liefde en plezier. Het kost mij persoonlijk geen cent, in het grotere plaatje van de gemeentefinanciën gaat het nergens over en ik maak een burger blij. We zorgen er zelfs voor dat de komende waarderingen niet weer te hoog uitvallen. Verder vind ik het zeer belangrijk om een WOZ-waarde eerlijk en transparant toe te lichten/uit te leggen, wij nemen uitgebreid de tijd om onze inwoners alles te vertellen wat we weten. Helaas kan dat niet als er een bureau tussen zit. Het is mijn ervaring dat de inwoner vaak niet eens de uitspraak te zien krijgt, maar een (gekleurde) terugkoppeling van het betreffende bureau (of helemaal niets). Door het ontbreken van een dialoog en het onterechte beeld dat "de gemeente" je probeert te flessen is er veel te veel onbegrip over de WOZ. Ik zeg niet dat alle gemeenten het goed doen, maar naar mijn mening (als gemeenteambtenaar) wordt er veel te negatief gedaan over de ambtenaren die de WOZ uitvoeren. Wij hebben geen enkel belang, behalve dat we ons werk op een goede en prettige manier willen doen. “Burgertje pesten” zie ik absoluut niet terug in de dagelijkse praktijk.
Het makkelijkste voor een gemeente is om de WOZ-waardes zo laag mogelijk vast te stellen. Ik kan uit persoonlijke ervaring vertellen dat mijn gemeente inmiddels de WOZ-waarde bewust te laag vaststelt in de hoop dat er minder bezwaar gemaakt wordt (ja, wij willen ook graag alleen maar blije burgers aan de telefoon). Waar de markt met 10 tot 15% stijgt, stijgt de gemiddelde WOZ-waarde bij ons met ongeveer 5%. Dit is ook tijdens hoorzittingen opgemerkt door enkele NCNP bureau's. Woningen die (nagenoeg) op de waardepeildatum verkocht zijn voor 500.000,- waarderen we op 480.000 - 485.000, en er zijn bureaus die ook dan nog in beroep gaan om te kijken of er wat te halen valt. Ik weet uit ervaring dat er bureaus zijn die tegen bijna alle uitspraken in beroep gaan omdat ze weten dat er altijd een kans is dat ze gelijk krijgen. Winnen ze 1 beroepszaak, dan zijn de kosten voor zo’n 25 beroepszaken weer gedekt. Met die winstkans zou ik ook naar het casino gaan.
De suggestie dat taxeren wel een exacte wetenschap is is natuurlijk volstrekt belachelijk. Dit wordt ook in het Coelo rapport onderschreven. Laat je huis maar eens door 3 taxateurs waarderen, gegarandeerd dat je 3 verschillende waardes krijgt. Het grootste probleem van de WOZ is dat er voor enorme aantallen woningen jaarlijks een waarde bepaald moet worden. Wij gebruiken daarvoor de vergelijkingsobjecten met de laagste prijzen per m3/m2, waardoor we zo laag mogelijk waarderen. Maar je weet nou eenmaal niet van iedere woning hoe die er van binnen uitziet, daardoor zit je soms toch eens te hoog. Als we echt gaan stellen dat de WOZ een exacte waarde is moeten naar mijn mening alle woningen inpandig bezocht worden en daarna voorzien worden van een waarde. Om het helemaal goed te doen zou je de waarde door meerdere onafhankelijke taxateurs moeten laten bepalen en van alle waarderingen het gemiddelde hanteren. Ik ga niet eens proberen om te berekenen wat dit voor kosten met zich mee brengt, maar het zal duidelijk zijn dat het benodigde leger aan taxateurs er niet is.
Een tweede probleem is dat er telkens nieuwe (absurde) dingen verzonnen worden, zie bijvoorbeeld de discussie rondom brandgangen. In een individueel geval zou je door de aanwezigheid van een brandgang een woning iets te hoog gewaardeerd kunnen hebben. We hebben het dan over 2.000 tot 3.000 euro, omgerekend 2 of 3 euro OZB. Als eigenaar van een rij-woning met brandgang ben ik overigens erg blij met de aanwezige brandgang, als ik telkens met mijn fiets en container door het huis zou moeten denderen zou mijn huis in mijn ogen beslist minder waard zijn.
Mijn oplossing is het invoeren van een drempel. Uit het Coelo rapport (pagina 6) komt naar voren dat er een marge (transactieruis) is van 6 – 9%. Ik pleit er voor om een drempel van 7,5% te hanteren: als de WOZ-waarde minder dan 7,5% te hoog (of te laag) is wordt deze wel aangepast, maar is er geen sprake van een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. Met andere woorden: bij een afwijking van minder dan 7,5% geen proceskostenvergoeding. Op die manier krijgt de burger waar ze recht op heeft (een correcte WOZ-waarde), maar zorgen we er voor dat procedures weer over echte materiële verschillen en rechtsbescherming gaan.
ik ken niemand die zijn of haar woning voor de WOZ waarde wil verkopen.
Prachtig verdienmodel en verder de waanzin ten top.
De slager heeft zijn eigen vlees gekeurd met kennelijk een duidelijke opdracht aan Coelo over de uitkomst. De ervaring leert dat WOZ-bemiddelingsbedrijven met hun expertise wel degelijk af en toe nodig zijn om voldoende tegenwicht te bieden tegen soms zeer subjectief tot stand gekomen taxaties. Dat daar een navenant redelijke vergoeding tegenover behoort te staan is evident. De dossiers waarin zij soms moeten opereren zijn meestal niet de eenvoudigste. Sommigen denken dat het om tientjes gaat, maar als het om Box 3 onroerend goed gaat is het structureel andere koek.
Ik ben het ook eens met de nieuwe bijdrage van Guillot. Onthutsend zijn zijn ervaringen. Geen uitzondering vrees ik. Ik ken er ook wel een paar, maar niet zo erg. Niet voor niets zijn enkele NCNP-bedrijven opgericht door voormalige lokale belastingmedewerkers. Zij kennen het functioneren van binnenuit en doen daar nu hun voordeel mee met hun bedrijven. Uiteraard heel vervelend voor gemeenten. Die NCNP-bedrijven moeten dus koste wat kost de nek om gedraaid worden. Ik heb zelf mijn werkzame tijd voor een groot deel in de research van het bedrijfsleven doorgebracht. Ik ben opgeleid om meetgegevens zo goed mogelijk te begrijpen en om te zetten in een model om zo efficiënt mogelijk te produceren in concurrentie met andere bedrijven. Ik gebruikte zowel fysische als statistische modellen. Fysische computermodellen was mijn vak en schreef ik zelf. Statistische modellen werden geschreven door wiskundige ingenieurs. Fouten konden we ons niet veroorloven. Die werden wel gemaakt, maar ook meteen hersteld. Fouten van de computer worden alleen door ambtenaren bedacht. Ik dacht met mijn kennis een bijdrage te kunnen leveren aan een betere kwaliteit van taxaties. Daar wordt bepaald geen prijs op gesteld. Ook koopsommen zijn meetgegevens. Ze vormen een steekproef van een bepaald marktsegment in een bepaalde tijdsperiode. Een koopsom gedraagt zich min of meer als andere fluctuerende marktprijzen. De wetenschap, die dat onderzoekt en beschrijft is de econometrie. Ook het schatten van het gedrag van koopsommen hoort daarom tot het terrein van de econometristen. Terecht vroeg de gemeente Amsterdam begin jaren negentig de econometrist Marc Francke een model te maken om de woningen in Amsterdam te waarderen. Dat werd OrtaX, dat nu door een groot aantal gemeenten wordt gebruikt voor WOZ-taxaties. Terecht gingen ook studenten van de TU Delft in de jaren 90 aan de slag om statistische modellen te maken. Dat werden Calcasa en Momentum Technologies, gebruikt door banken om woningtaxaties te controleren. Makelaars doen traditioneel ook woningtaxaties. Niet bepaald nauwkeurig en ook fraudegevoelig. Weinig problemen zolang dat is om een vraagprijs neer te zetten of om een hypotheek te krijgen. Het werd een ander verhaal toen taxaties de basis werden voor het betalen van belastingen. De traditionele softwareleveranciers van gemeenten bedachten het systeem van de peilpunten en referentiestelsels. Een systeem, dat geen rekening houdt met het stochastische karakter van de koopsom. Waarschuwingen daartegen werden door de wetgever in de wind geslagen. Traditioneel taxeren is inderdaad geen exacte wetenschap. De onbekende heffingsambtenaar merkt terecht op, dat als je drie taxateurs je huis laat waarderen, dat je dan 3 verschillende waardes krijgt. Een stochastische grootheid dus. Dat vind ik ook. Maar de onbekende heffingsambtenaar heeft mijn reactie dan ook niet goed gelezen. Ik heb gezegd, "Het huidige taxeren, gedoceerd met het systeem van de NRVT is inderdaad geen exacte wetenschap, maar dat wil niet zeggen, dat het niet met een exacte wetenschap zou kunnen." Dat het wel kan met exacte wetenschap is bewezen door Marc Francke met zijn OrtaX en ook door die Delftse studenten. Ook Drechtsteden gebruikt een statistische methode. Bij de onbekende heffingsambtenaar is er een misvatting over wat exact taxeren is. Daarmee wordt bedoeld, dat een exacte methode wordt gebruikte om een waarde te bepalen. Die methode geeft een exacte, reproduceerbare en uitlegbare uitkomst. Maar zoals bij iedere steekproef is die uitkomst slechts een schatting van de uitkomst, de juiste waarde, als alle woningen in het betreffende marktsegment verkocht zouden zijn. Afhankelijk van de grootte van de steekproef kan een statistische methode met een bepaalde waarschijnlijkheid ook exact aangeven binnen welke grenzen de exact geschatte waarde van de juiste waarde afligt, ook wel het betrouwbaarheidsinterval van de schatting genoemd. De onbekende heffingsambtenaar begrijpt de begrippen exacte waarde, taxeren met een exacte methode niet goed. En dat is toch jammer voor een heffingsambtenaar, die over WOZ-waarden gaat. Guillot maakte al terecht opmerkingen over de volgende opmerking van de onbekende heffingsambtenaar: ”Ik kan uit persoonlijke ervaring vertellen dat mijn gemeente inmiddels de WOZ-waarde bewust te laag vaststelt in de hoop dat er minder bezwaar gemaakt wordt (ja, wij willen ook graag alleen maar blije burgers aan de telefoon). Waar de markt met 10 tot 15% stijgt, stijgt de gemiddelde WOZ-waarde bij ons met ongeveer 5%. Woningen die (nagenoeg) op de waardepeildatum verkocht zijn voor 500.000,- waarderen we op 480.000 - 485.000, (..) ”. Deze praktijk gaat regelrecht in tegen de doelstellingen van de wet WOZ. Ik kan mij ook nog herinneren, dat dit een veel toegepaste praktijk was in de periode van voor de wet WOZ. De wet WOZ zou aan die praktijken een einde maken. De Waarderingskamer zou daar op letten. Op het taxatieverslag van vrijwel iedere gemeente staat: "De WOZ-waarde is net als iedere taxatie een zo goed mogelijk inschatting van de marktwaarde op een waardepeildatum." In de gemeente van de onbekende heffingsambtenaar is dat gewoon een regelrechte leugen. De Waarderingskamer zou deze gemeente geen toestemming moeten geven de beschikkingen de deur uit te sturen voordat dit euvel verholpen is. De heffingsambtenaar houdt zich begrijpelijk onbekend. Mijn naam is echt. Ik procedeer veel tegen de WOZ als burger zonder procesvergoeding, maar wel af en toe een dwangsom en immateriële schadevergoeding.
Bij de overheid in dienst zijn met een dik salaris zonder enige prestatiedrang, dat is pas een verdienmodel...
De WOZ-ambtenaar strijkt maandelijks een veelvoud aan procespunten op, ook als hij de zaak niet wint.
Wat te denken van de volgende suggesties:
afschaffen huurwaardeforfait en renteaftrek (met overgangsmaatregel via versneld afbouwen).
afschaffen WOZ/OZB heffing.
Deze belasting voor publieke diensten vervangen door een bedrag per inwoner. Voor bedrijven is een ander model te bedenken (bijv. afhankelijk van omzet en/of personeel). Huurders worden gecompenseerd via huurprijsverlaging.
Voordeel: bevordert efficiënter werken en levert veel arbeidsuren op wat elders inzetbaar is. Veel onnodige bureaucratie en verdienmodellen verdwijnen.
Eens met Spijker. Andere oplossing: OZB gaan heffen per m2 begaanbaar oppervlak van een pand plus een bedrag per m2 tuin. Dus de oppervlaktegrondslag in plaats van de waardegrondslag. Veel objectiever en veel minder vatbaar voor bezwaar. Geen dure taxateurs meer nodig. Elke gemeenteraad kan een eigen tarief daarop loslaten.