of 64231 LinkedIn

WOZ-bezwaren no cure, no pay minder gehonoreerd

Beeld: Shutterstock
Beeld: Shutterstock

Bezwaren ingediend door no-cure-no-pay-bedrijven hebben een lager honoreringspercentage en een langere doorlooptijd dan WOZ-bezwaren die niet zijn ingediend door die bureaus. Dat blijkt uit onderzoek van de Waarderingskamer. Het vult eerder onderzoek aan dat werd bekritiseerd door de Waarderingskamer omdat het niet alle vragen beantwoordde. De nieuwe cijfers zullen worden gebruikt in de voortslepende discussie over no cure, no pay (ncnp).

Lager dan landelijk

‘Hoewel er significante verschillen zijn tussen de afzonderlijke bureaus, ligt het honoreringspercentage bij elk van de bureaus lager dan het landelijk gemiddelde van alle bezwaren’, schrijft de Waarderingskamer. ‘Het lagere honoreringspercentage is met name aan de orde bij de WOZ-bezwaren gericht op woningen’ (zie onderstaande tabel).

 

 

ncnp-bezwaren

alle bezwaren

Gemiddelde doorlooptijd woningbezwaar

203 dagen

160 dagen

gemiddelde doorlooptijd niet-woningbezwaar

224 dagen

166 dagen

percentage gehonoreerde woningbezwaren

30,3 %

41,8 %

percentage gehonoreerde niet-woningbezwaren

18,1 %

18,8 %

Bron: Waarderingskamer

 

Nodige kritiek

Het onderzoek is een aanvulling op eerder onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum dat concludeerde dat, hoewel de ncnp-bedrijven soms te makkelijk lijken te profiteren van wet- en regelgeving, dit niet het geval is voor het grootste deel van deze bedrijven. Er kwam de nodige kritiek op het rapport, onder andere van de VNG die vond dat het onvoldoende duidelijkheid gaf en van de Landelijke Vereniging van Lokale Belastingen, die vond dat het rapport door de nuance voorbij ging aan het werkelijke probleem.

 

Grote of kleine veranderingen

De Waarderingskamer vond dat het WODC-rapport niet alle vragen beantwoordde en benadrukt dat ook in dit rapport. ‘Het is bijvoorbeeld niet duidelijk in welke mate deze bezwaren worden gehonoreerd en of dit dan leidt tot grote of kleine veranderingen van de WOZ-waarde en wat de reden van deze veranderingen is.’ Die vragen waren volgens de Waarderingskamer juist de aanleiding om de staatssecretaris van Financiën in 2018 te vragen om een onderzoek.

 

Grote of kleine correctie

Het beeld dat een relatief groot deel van de gehonoreerde ncnp-bezwaren slechts een kleine correctie krijgt, is volgens het nieuwe onderzoek niet terecht. Van de ncnp-bezwaren krijgt 20 procent een waardevermindering van onder de 10.000 euro, maar van niet-ncnp-bezwaren krijgt 40 procent dat. De helft van de gehonoreerde ncnp-bezwaren heeft een waardeverandering van meer dan 22.000 euro, tegen 15.000 euro bij niet-ncnp.

 

Ligging

In het tweede deel onderzocht de Waarderingskamer de redenen voor honorering. ‘Er lijkt een duidelijk zwaartepunt bij onjuiste secundaire objectkenmerken en onjuiste waarden/waarde-onderbouwingen te liggen wat betreft de honorering van WOZ-bezwaren van woningen.’ Als secundaire kenmerken worden bijvoorbeeld onderhoud, ligging en staat genoemd. ‘Bij de ncnp-bezwaren is dit wellicht nog iets meer, omdat bij de reguliere bezwaren iets vaker ook op basis van primaire objectkenmerken een bezwaar wordt gehonoreerd.’

 

VRLB

In mei werd al aangekondigd dat er meer onderzoek en overleg zou komen. Het Centrum voor Onderzoek van Economie van de Lagere Overheden (COELO) doet in opdracht van de VNG onderzoek naar het verdienmodel in het Besluit proceskosten bestuursrecht. En aan het overleg zal ook de Vereniging Rechtsbescherming Lokale Belastingen (VRLB) meedoen, schrijft de Waarderingskamer: ‘De VRLB is opgericht door no-cure-no-pay-bedrijven om als gesprekspartner en aanspreekpunt te dienen in het politieke en maatschappelijke domein.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Gijs Groen (WOZmoetBETER) op
Wat een geldverspilling met al die onderzoeken naar het gewenste eigen gelijk! En ook dat betaalt de burger.
Bimie Janssen zou eens 20% erfbelasting moeten betalen over een WOZ-waarde, die vaak € 10.000 of zelfs niet zeldzaam € 100.000 te hoog is! Ik probeer mijn kinderen daarvoor te behoeden.
Het onderzoek betreft alleen de bezwaarfase, waarin de heffingsambtenaar zijn eigen vlees keurt, dus mogelijk ook op grond van burger of NCNP-bedrijf. En dan wel of niet bekent, dat zijn door hemzelf en door de Waarderingskamer zo zorgvuldig gecontroleerde WOZ-waarde toch niet zo nauwkeurig mogelijk bepaald is als beweerd op het zogenaamde taxatieverslag (dat in feite alleen maar een misleidend illustratieverslag is). Zijn beslissing op bezwaar wordt (mede) ingegeven door zijn ingeschatte kans op succes bij eventueel beroep bij de rechter. Bij de rechter staat een NCNP-bureau met een officiële WOZ-taxatie toch echt sterker dan een burger met een eigen taxatie. Voor een rechter is nu eenmaal alleen een taxatie van een (volgens DNB en AFM door de mand gevallen) NRVT-taxateur professioneel en een taxatie van een universitair opgeleide (statistische of econometrische) data-analist niet. Dat is die rechter immers geleerd op zijn geheime WOZ-cursus voor uitsluitend rechters met door de Waarderingskamer gevoede vuistregels van de "juridische werkelijkheid". En die zijn vooral in het voordeel van gemeenten.
Dat het vaak mis gaat op de secundaire woningkenmerken is natuurlijk niet verwonderlijk als men weet, dat structurele opname van die kenmerken ondoenlijk is volgens vele taxateurs van gemeenten. Secundaire woningkenmerken waren al in 2011 een speerpunt van de Waarderingskamer. Een aantal gemeenten kregen er een onvoldoende voor, maar uiteindelijk zijn ze nog steeds niet op orde. Ze worden vooral gebruikt om bij de rechter in een bedrieglijke waardematrix (een waardematrix met meer kengetallen of parameters dan het aantal verkopen) uit te komen op een gewenste waarde. De EBA heeft terecht gesteld, dat taxaties gebaseerd moeten zijn op ter plaatse opgenomen kenmerken. Dat geldt dus ook voor de secundaire woningkenmerken. Als gemeenten de waardebepalende kenmerken (zijn geen persoonsgegevens volgens ECLI:NL:RVS:2019:247, 30-01-2019, mijn zaak, dus geen reden voor geheimhouding volgens art. 40 wet WOZ) structureel bij zouden houden in een openbaar register, dan kunnen ook de computermodellen van geldverstrekkers daar gebruik van maken om te komen tot betrouwbare taxaties voor het verlenen van hypotheken. Dan wordt echt voldaan aan de EBA richtlijn en kunnen die taxaties voor burgers gewoon goedkoop blijven zonder bemoeienis van (weer een andere) taxateur op afstand. WOZ-waarden zijn immers bedoeld om breed gebruikt te worden, dus ook voor hypotheken.
De Waarderingskamer en de VNG doen er echter alles aan om die onbetrouwbare taxaties van gemeenten toch juridisch geaccepteerd te krijgen in Nederland. Het is de verkeerde weg. Het arrest van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2000:AA8610) met waarde = koopsom is regelrecht in strijd met de Europese hypothekenrichtlijn. En de wet WOZ voldoet niet aan art 1 EP EVRM. Er komen dus nog procedures bij het Europese Hof en bij de Europese Unie. Dus ook die weg kost de burger weer veel geld.
De toeslagenaffaire staat niet op zichzelf en ook de zelfreflectie van de rechtspraak dient verder te gaan dan de toeslagenaffaire.
Zorg nu eens voor betrouwbare taxaties in de zin van de IVS en de standaard "Mass Appraisal of Real Property" van de IAAO. Het wiel is al lang uitgevonden. Traditionele taxateurs moeten moderniseren in plaats van hun hocus pocus beter laten blinken.
Tenslotte nog een tip voor NCNP-bedrijven. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft onlangs (ECLI:NL:GHARL:2021:9184 (en -9185), 28-09-2021, 20/00049 en -50) bepaald, dat het woningvolume van de verkoopinformatie leidend moet zijn bij de herleiding van koopsommen naar WOZ-waarden en niet een woningvolume van de gemeente, dat niet eens bij de koper bekend is, ook al is die (zogenaamd) bepaald met NEN 2580. In deze betreffende zaak (mijn zaak) bleek het volume van de gemeente niet eens bepaald volgens NEN2580, zoals al 12 jaar werd beweerd, maar volgens een eigen makkelijke methode van de taxateur. Die volumes kloppen heel vaak niet, vooral niet bij vrijstaande woningen.
Door Bimie Janssen (Ambtenaar) op
Het zou nog terecht zijn als het waar is dat de behandeling langer duurt. Deze bureaus zitten er niet voor de burger maar puur voor zichzelf. De burger schiet er niet of nauwelijks iets mee op, maar het bureau pakt de vergoeding. De gemeenten worden op kosten gejagen, meestal betreft het een veelvoud van de daadwerkelijke vermindering van de belasting. Uiteindelijk betaalt de burger dit zelf terug en is het bezwaarkantoor de lachende derde.

Vacatures

De nieuwste whitepapers

Van onze partners