of 59345 LinkedIn

Financiële duidelijkheid gemeenten

De afgelopen vrijdag gepresenteerde meicirculaire is vanwege de toegenomen omvang van de algemene uitkering de belangrijkste van de afgelopen decennia. Met name op de cijfers in deze circulaire baseren gemeenten hun begrotingen voor het komende jaar.

Lang hebben ze erop moeten wachten, maar gemeenten hebben van het ministerie van Binnenlandse Zaken eindelijk te horen gekregen op hoeveel geld van het rijk ze volgend jaar kunnen rekenen. In totaal vloeit er in 2015 27,5 miljard euro richting gemeenten.

De afgelopen vrijdag gepresenteerde meicirculaire is vanwege de toegenomen omvang van de algemene uitkering de belangrijkste van de afgelopen decennia. Met name op de cijfers in deze circulaire baseren gemeenten hun begrotingen voor het komende jaar.

De eerste tegenvaller die de gemeenten moeten zien om te buigen is de daling van het zogeheten accres, de jaarlijkse groei van het gemeentefonds. Die groei is volgens de afgesproken verdeelsystematiek gekoppeld aan de groei van de rijksuitgaven. Vanwege dat stelsel van ‘samen de trap op, samen de trap af’ profiteren gemeenten van extra bestedingen door het rijk. Omgekeerd geldt dat als het rijk minder uitgeeft dan begroot, gemeenten minder aan algemene uitkering krijgen. Waar in de septembercirculaire 2013 nog werd uitgegaan van een plus van 691 miljoen euro, pakt die in werkelijkheid 209 miljoen euro lager uit. Dat het accres 2014 lager uitvalt, komt volgens gemeentefondsspecialist Dirk Jans met name door de lagere loon- en prijscompensatie aan de Haagse departementen. Daarnaast blijken investeringen in de infrastructuur (opnieuw) doorgeschoven naar latere jaren.

Wmo
Uit de circulaire blijkt verder dat 351 gemeenten in 2015 minder geld krijgen voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) dan waarmee ze tot nu toe rekening hielden. Het verschil kan oplopen tot ruim 100 euro per inwoner. Zo krijgt Oudewater 132 euro en Schiermonnikoog 109 euro minder voor de Wmo dan volgens de januari-berekeningen van het kabinet. Slechts enkele gemeenten – waaronder Venlo, Almelo en Doetinchem − krijgen meer dan waarop ze eerder dit jaar hadden gerekend, respectievelijk 65, 60 en 48 euro per inwoner.

De bedragen die gemeenten per inwoner aan de uitvoering van de Wmo te besteden hebben, verschillen sterk. Uit het complete overzicht blijkt dat de gemeente Ouder-Amstel per inwoner 7 euro beschikbaar heeft, waar dat in Vlissingen maar liefst 848 euro is. Uiteraard speelt de centrumfunctie van gemeenten mee. Onder de vergrijsde gemeenten, met een verhoudingsgewijs groot beroep op de Wmo, doen zich aanzienlijke verschillen voor: van 12 euro per inwoner op Schiermonnikoog tot 416 euro per inwoner voor Groningen.

Komend jaar is in totaal 8 miljard euro beschikbaar voor de Wmo: 4,4 miljard voor de taken die de gemeenten nu ook al uitvoeren plus 3,6 miljard voor de nieuwe Wmo-taken, zo blijkt verder uit de meicirculaire. In de eerste berekeningen voor de verdeling van de Wmo-gelden, die in januari naar buiten kwamen, ging het kabinet uit van een totaal beschikbaar budget van 8,8 miljard. Daarin zat al een bezuiniging verwerkt van 1,2 miljard. In totaal haalt het kabinet nog eens ruim 200 miljoen weg uit het budget voor de nieuwe Wmo-taken en een kleine 600 miljoen extra uit het budget voor al bestaande Wmo-taken.

Correctie
De aanzienlijke verschillen tussen de bedragen uit de meicirculaire en die van januari worden mede veroorzaakt door de periode waarop de berekeningen zijn gebaseerd. De meicirculaire baseert zich op (zorg)cijfers uit 2013. De in januari gepresenteerde berekening maakte gebruik van (zorg)cijfers uit 2011 en 2012. ‘Er wordt een correctie uitgevoerd voor de ontwikkelingen in de periode tot 2015’, meldt de meicirculaire.

Voor een ander deel worden taken die aanvankelijk binnen de Wmo vielen, overgeheveld naar de Wet langdurige zorg en de Zorgverzekeringswet (persoonlijke verzorging) en vallen buiten de verantwoordelijkheid van de gemeenten (korting: 620 miljoen euro). In januari was er verder nog sprake van een cluster ‘Maatschappelijke Zorg en Jeugd’ in het gemeentefonds, nu heet het nieuwe cluster alleen ‘Maatschappelijke Zorg’. ‘Hierdoor vallen bijvoorbeeld uitgaven voor jeugd in het nieuwe cluster Jeugd’, aldus de meicirculaire. Verder moeten de gemeenten een taakstellende bezuiniging van 650 miljoen euro opvangen. De bedragen die gemeenten krijgen voor de uitvoering van de Wmo veranderen vermoedelijk vanaf 2016. Dan volgt de invoering van een objectief verdeelmodel.

Jeugdzorg
Het macrobudget voor de jeugdzorg mag dan 10 procent (330 miljoen euro) hoger zijn dan aanvankelijk gedacht, niet iedere gemeente plukt daar de vruchten van. Een flink aantal gaat er zelfs op achteruit. Dankzij de verhoging van het totaalbudget van 3,5 miljard naar 3,9 miljard euro is het beschikbare bedrag per jongere omhoog gegaan naar gemiddeld 1.109 euro. 70 procent van de gemeenten krijgt minder per jongere dan het gemiddelde.

De uiteindelijke bedragen wijken fors af van de calculaties uit de circulaire van december 2013. De macrobudgetverhoging van 10 procent betekent voor 170 gemeenten eveneens een verhoging van 10 procent of meer. Daar staan dus 230 gemeenten tegenover die niet evenredig profiteren van de budgetstijging. Een kwart ziet niets terug van de verhoging. Sterker nog: maar liefst 74 gemeenten gaan er 5 procent op achteruit. Dit is de maximale achteruitgang die het verdeelmodel toestaat. Om gemeenten binnen deze marge te houden, moet 17 miljoen euro verhaald worden op de andere gemeenten.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Vacatures

De nieuwste whitepapers

Van onze partners