Advertentie
financiën / Nieuws

‘Niemand zegt wat we moeten doen’

De kredietcrisis treft ook de portemonnee van decentrale overheden. Lenen is duurder geworden, spaarsaldi vallen niet onder garantieregelingen.

10 oktober 2008

Noord-Holland kwam afgelopen week met de schrik vrij. De provincie heeft Fortis als huisbank en zag de honderden miljoenen die daar zijn ondergebracht al verdwijnen in een faillissement. Door de overname door het rijk is dat geld veiliggesteld. ‘Maar ik wacht nog op antwoord van De Nederlandsche Bank en Financiën hoe ik op deze crisis moet reageren’, zegt verantwoordelijk gedeputeerde Ton Hooijmaijers. ‘Voor decentrale overheden gelden allerlei strenge regels hoe we met ons geld moeten omgaan, maar we krijgen geen informatie hoe we nu het beste kunnen handelen.’

 

Volgens Hooijmaijers is er nog geen geld van de provincie in gevaar. ‘We hebben de afgelopen tijd veel geld bij de minst kredietwaardige banken weggehaald. De enige 100 procent veilige instellingen zijn BNG en de Waterschapsbank, maar er is een limiet aan hoeveel geld je daar kunt wegzetten. Anders dan de staat weten wij niet welke banken veilig zijn. En voor ons gelden geen garanties. We zijn verantwoordelijk voor veel geld, maar we worden beperkt in ons handelen.’

 

De wet Fido legt vast hoe decentrale overheden moeten omgaan met hun geld. Strenge eisen moeten speculeren voorkomen. Maar Fido biedt in de kredietcrisis geen bescherming. De meeste financiële instellingen die in de problemen zijn geraakt, voldoen aan de eisen van Fido: een kredietwaardigheidstatus van minimaal A en controle door een Europese toezichthouder. Inmiddels zijn echter zoveel ‘veilige’ banken door de kredietcrisis getroffen, dat ook saldi van gemeenten en provincies gevaar lopen.

 

De afgelopen maanden hebben veel decentrale overheden geprobeerd hun geld in veiliger haven te brengen. Dat lukte niet altijd. Eindhoven, dat in totaal 150 miljoen euro heeft uitstaan, ontdeed zich van ‘risicovolle’ obligaties bij de Amerikaanse Citibank en NIB Capital. Een obligatie van tien miljoen euro bij Fortis werd noodgedwongen aangehouden. ‘Van de obligaties bij Citibank en NIB konden we af zonder extra kosten, maar de problemen bij Fortis waren al zo groot dat ons dat een miljoen euro had gekost om die obligatie om te zetten’, verklaart Eindhovens treasurer Jan Sanders. ‘Gelukkig heeft de staat Fortis overgenomen, anders hadden we een probleem gehad.’

 

Verbod

 

Het merendeel van het geld van decentrale overheden staat bij Nederlandse banken. Fido verbiedt direct beleggen in Amerikaanse financiële instellingen, maar via zogenaamde garantieproducten of producten van Europese dochters van Amerikaanse banken is het wel tegelijk mogelijk dat er geld terechtkomt bij bijvoorbeeld een failliete bank als Lehman Brothers. Volgens ingewijden zijn er in Nederland twee provincies en één gemeente die via zo’n constructie aandelen Lehman Brothers hadden – een bank met AA rating (later A) en Fido-proof. Obligaties van Nederlandse en Europese financiële instellingen zijn fors in waarde gedaald. Dat hoeft voor beleggende overheden geen probleem op te leveren, tenzij ze gedwongen zijn om de obligaties voortijdig van de hand te doen omdat er geld nodig is.

 

Decentrale overheden met geld over kiezen momenteel vooral voor staatsobligaties en veilige AAA-banken (de hoogste kredietwaardigheid), zoals BNG en Rabo. ‘Die banken krijgen momenteel zoveel geld aangeboden dat we soms niet eens een aanbieding van ze krijgen als we geld willen uitzetten’, zegt treasurer Robert Jan Pas van de provincie Utrecht. ‘Van andere partijen krijgen we juist heel hoge of lage rentes aangeboden. Er gebeuren idiote dingen. Dat zorgt voor onrust en ongemak, maar het heeft vooralsnog geen effect op onze financiële huishouding.’ Ook Pas slaakte een zucht van verlichting toen Fortis werd gered. Net als veel overheden heeft Utrecht geld bij de bank-verzekeraar uitstaan.

 

Positief effect

 

De gemeente Den Haag heeft tot nu toe alleen het positieve effect van de kredietcrisis op het eigen vermogen gemerkt. Door de oplopende rente op korte termijngeld verwacht de gemeente twee miljoen meer rente-inkomsten dan begroot. ‘Maar natuurlijk maken we ons zorgen’, aldus wethouder Financiën Jetta Kleinsma. ‘We weten niet hoeveel dividend we krijgen op langer lopende beleggingen. Maar ik verwacht geen direct effect op onze vermogenspositie. Ons geld staat bij solide banken.’

 

De overheden die geen geld over hebben – en dat is het merendeel van de Nederlandse gemeenten – merken dat ze voor hun leningen duurder uit zijn. Dat geldt niet zozeer voor de hele korte leningen (één dag) of hele lange leningen (10 jaar of langer), maar wel voor de meer gebruikelijke leningen daartussenin. ‘Het tarief op de geldmarkt is behoorlijk opgelopen’, zegt Hans Oey van Almere. ‘Banken rekenen door de onzekerheid grotere opslagen.’ Voor de gemeente Almere is dat aanleiding het aantal leningen zoveel mogelijk te beperken. Oey: ‘Normaal gaan we ervan uit dat we tot 47,5 miljoen euro kunnen lenen. Nu proberen we op de nullijn uit te komen, dus niet lenen als het niet hoeft.’

 

Ook op de leenmarkt is het beeld nogal wisselend, merkt Jan Sanders. ‘Banken hanteren een stevige opslag, maar verzekeraars en pensioenfondsen lenen momenteel juist graag geld uit aan gemeenten, tegen gunstige tarieven. De zekerheid die overheden bieden is ze blijkbaar een lagere rente waard.’

 

Wel onderhandelen, maar geen besluiten

 

Als de kredietcrisis langer aanhoudt en tot een recessie leidt, gaat dat gemeenten pijn doen via lagere belastinginkomsten en hogere werkloosheid. Nu al zijn de eerste effecten op de ‘echte’ economie merkbaar. ‘Op lopende bouwprojecten heeft de kredietcrisis geen invloed’, zegt de Haagse wethouder Bouwen en Wonen Marnix Norder. ‘Maar bij onderhandelingen over nieuwe projecten voor woningen en kantoren merk je twijfel in de markt. De ontwikkelaars moeten zelf geld lenen bij banken en institutionele beleggers en dat gaat een stuk moeilijker. Alle gesprekken gaan gewoon door, maar besluiten blijven uit. Op een ontwikkeltijd van jaren maakt een paar weken uitstel niet uit, maar dat wordt anders als het langer gaat duren. En zeker als er een recessie volgt. Dan gaat de kantorenmarkt er anders uitzien.’

 

Norders Amsterdamse collega Lodewijk Asscher heeft al een beleidsstuk geschreven waarin hij de mogelijke effecten voor de stad beschrijft als de kredietcrisis langer aanhoudt. Asscher stelt dat Amsterdam als financieel centrum extra gevoelig is voor problemen in de financiële sector, die ongeveer 15 procent van de Amsterdamse economie uitmaakt. Als op de kredietcrisis een recessie volgt zal dat een sterk negatief effect hebben op de arbeidsmarkt in de hoofdstad.

 

De meeste Nederlandse gemeenten verwachten dat projecten waarbij (veel) private partijen zijn betrokken lastiger tot uitvoering zullen komen. Dat betreft bijvoorbeeld de Amsterdamse Zuidas, maar ook de grote en ingewikkelde projecten rond de stationsgebieden van de grote steden. Arnhem heeft al problemen om de financiering van het stationsgebied rond te krijgen. Marnix Norder ziet bij alle problemen ook een lichtpuntje. ‘De druk op de bouwmarkt neemt af, dus dalen de bouwkosten. Dat is gunstig. Wie een groot project wil aanbesteden moet dat vooral nu doen.’

 

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Advertentie