‘Bent u straks de Europese Bill Gates?’ Het blijft even stil op een wat onverwachte vraag uit de zaal tijdens de Nextcloud Summit in München. De sprekers op het podium, onder wie oprichter Frank Karlitschek, kijken elkaar even vertwijfeld aan. ‘Nou nee’, wordt er uiteindelijk gezegd. ‘Bill Gates bouwde zijn software met lock-ins en wij doen precies het tegenovergestelde: we stellen alles open. We zijn dus juist de omgekeerde Gates.’
Open source-wereld ruikt kansen bij de overheid: 'We zijn er klaar voor'
De discussie gaat nauwelijks nog over de vraag óf Europa onafhankelijker moet worden, maar vooral over hoe snel dat kan.
De discussie raakt de kern van wat zich tijdens de Nextcloud Summit in München afspeelt. Het opensourceplatform, dat in juni nog door minister Pieter Heerma van Binnenlandse Zaken werd genoemd als serieus alternatief voor Microsoft, viert deze week zijn tienjarige jubileum. Vrijwel iedereen die hier rondloopt, gelooft dat de toekomst van Europese digitale infrastructuur er fundamenteel anders uit moet zien dan het model waarmee Microsoft groot werd. Open standaarden, interoperabiliteit, controle over eigen data en het voorkomen van afhankelijkheden van grote leveranciers vormen al jaren de kern van het verhaal dat Nextcloud en andere open-sourceorganisaties vertellen. Wie op deze conferentie nog in Word en Outlook werkt, voelt zich wat beschaamd.
Veel zelfvertrouwen
Het zelfvertrouwen van de Europese opensource community lijkt zowel letterlijk als figuurlijk geen grenzen te kennen. Experts en bedrijven uit heel Europa, en zelfs uit Somalië, zijn aanwezig. Op de beursvloer staan Europese alternatieven voor Teams, SharePoint, Exchange, Google Workspace en Microsoft 365. Ze beloven allemaal net zo goed te zijn als hun Amerikaanse tegenhangers.
Maar iedereen hier weet ook: buiten de muren van het congreshotel geldt een andere werkelijkheid. Zo is Nederland meer dan welk Europees land dan ook een ‘Microsoft-land’, zo wordt op de bijeenkomst duidelijk gemaakt door SURF met een landkaartje van overheids-ICT op Microsoft-servers. Niet alleen ministeries, maar ook gemeenten, provincies en waterschappen draaien grotendeels op dezelfde ecosystemen. Daarmee raakt de discussie die in München wordt gevoerd een veel groter deel van de overheid dan alleen Den Haag. Het bedrijf blijft dominant en grote overheidsorganisaties verlengen nog regelmatig contracten met Amerikaanse leveranciers. Toch lijkt vrijwel niemand hier te twijfelen aan de richting waarin de ontwikkelingen zich bewegen. De discussie gaat nauwelijks nog over de vraag óf Europa onafhankelijker moet worden, maar vooral over hoe snel dat kan.
Een ontnuchterende bijdrage hierover komt van onderzoekster Sachiko Muto van Open Forum Europe. Zij kijkt terug op de lange geschiedenis van Europese opensourcepolitiek en doet dat zonder veel romantiek. Jarenlang werden talloze resoluties aangenomen, verklaringen ondertekend en grote ambities uitgesproken over digitale autonomie. Politici maakten zich hard voor open source. Op papier leek de beweging succesvol. Maar in de praktijk veranderde er weinig. Elke keer als een overheid een reden vindt om van opensourcetechnologie af te zien, gebeurt dat.
‘We hoopten dat we na een paar jaar veel lessen geleerd zouden hebben’, zegt Muto. ‘Maar politici vochten er jarenlang voor en daarna gebeurde er eigenlijk niets mee.’ Open source had zelden een gebrek aan politieke sympathie. Maar de uitvoering ontbrak. Ambities werden uitgesproken, maar aanbestedingen veranderden nauwelijks. Organisaties bleven werken met dezelfde leveranciers.
Volgens Muto is dat nu écht anders. Digitale soevereiniteit wordt niet langer gezien als een technisch vraagstuk voor IT-specialisten, maar als een geopolitieke en economische kwestie. Europese beleidsmakers spreken steeds vaker over strategische autonomie. Budgetten worden vrijgemaakt en nieuwe programma’s ontstaan. Muto: ‘Digitale soevereiniteit is plotseling een Europees vlaggenschip geworden.’ Zouden bestuurders en beleidsmakers hier dan niet massaal aanwezig moeten zijn om te zien wat er inmiddels óók mogelijk is? Die vraag geldt niet alleen voor Den Haag, maar net zo goed voor gemeenten, provincies en waterschappen die de komende jaren grote digitale keuzes moeten maken.
Totaaloplossing
Veel Nextcloudbezoekers spreken niet langer over open source als een verzameling losse projecten die moeten concurreren met Microsoft. Ze beschrijven het als een volwassen ecosysteem van Europese leveranciers, publieke organisaties en ontwikkelgemeenschappen dat gezamenlijk bouwt aan een alternatief voor de bestaande digitale infrastructuur. En dat gevoel wordt versterkt op de beursvloer. Waar open source vroeger vaak werd geassocieerd met nicheoplossingen, presenteren bedrijven zich nu als leveranciers van complete werkplekken.
Volgens Gina Plat van het Open Source Program Office van de rijksoverheid is dat een belangrijke ontwikkeling. ‘Het feit dat deze alternatieven nu zo volwassen zijn dat ze realistisch zijn geworden voor de overheid.’ Het grootste obstakel ligt volgens haar inmiddels elders. ‘Dat is de huidige regelgeving rondom inkoop is het hete hangijzer waar we allemaal iets mee moeten.’
Dat de discussie over volwassenheid eigenlijk niet meer gevoerd hoeft te worden, blijkt ook uit de aanwezigheid van Amnesty International. De mensenrechtenorganisatie gebruikt Nextcloud al jarenlang als onderdeel van haar werk. Carlos Lopez Belenguer van Amnesty Spanje vertelt hoe de organisatie veertien jaar geleden bewust koos voor open standaarden en open- sourceoplossingen. ‘Wij moeten eigenaar blijven van onze eigen data. We kunnen niet zomaar vertrouwen op andere partijen als het gaat om gevoelige informatie.’ Volgens Belenguer werd Amnesty jarenlang gezien als een buitenbeentje. Terwijl veel organisaties massaal kozen voor grote cloudplatforms, bleef Amnesty een eigen koers varen. ‘Jarenlang werden wij als radicaal gezien omdat we die cloudmodellen niet wilden gebruiken.’ Privacy, controle over data en afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers zijn inmiddels precies de argumenten geworden die nu centraal staan in het debat over digitale soevereiniteit.
Haast is geboden
De EU lijkt inmiddels haast te hebben met digitale soevereiniteit. Tegelijk met de Nextcloud Summit worden in Luxemburg in de TelecomRaad de maatregelen vanuit het Tech Sovereignty Pack besproken, waar onder meer staatssecretaris Willemijn Aerdts van Digitale Economie aanwezig is. Een pakket aan maatregelen moet de technologische soevereiniteit van de Europese Commissie gaan waarborgen. Maar komt dat allemaal wel snel genoeg? Op meerdere momenten klinkt tijdens de conferentie een oproep aan bestuurders en politici. Want op de dag van vandaag worden er nog steeds honderden, misschien wel duizenden ‘verkeerde besluiten’ genomen met het oog op verbeteren van Europese digitale soevereiniteit, zo vertelt Holger Pfister, directeur van technologiebedrijf SUSE. Hij ziet weliswaar heel duidelijk dat open source aan momentum wint, maar ergert zich aan het tempo. ‘Grote Europese tenders blijven naar de VS gaan’, zegt hij. ‘Onze industrie is er helemaal klaar voor. Dus waar blijft de overheid?’
Er worden ook voorbeelden genoemd die wijzen op een snelle mogelijkse koerswijziging. Het bekendste voorbeeld is de Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein, die enkele jaren geleden besloot de afhankelijkheid van Microsoft geleidelijk af te bouwen. Tijdens verschillende sessies wordt het project aangehaald als bewijs dat grootschalige migraties binnen de overheid uitvoerbaar zijn. Op de Nextcloud-Summit is ook veel aandacht voor Euro Office, een Europees initiatief dat een alternatief wil bieden voor Microsoft 365 en Google Workspace. Organisaties kunnen het gratis uitproberen.
Complexe discussie
Het project laat tegelijk zien hoe complex de discussie over digitale soevereiniteit inmiddels is geworden. De ontwikkelaars hebben ervoor gekozen standaard gebruik te maken van Microsoft-bestandsformaten zoals DOCX en XLSX om overstappen eenvoudiger te maken. Dat leidt tot kritiek vanuit delen van de opensourcegemeenschap, die liever ziet dat volledig wordt ingezet op open standaarden zoals ODF. Maar veel aanwezigen vragen zich af of Europa nog de luxe heeft om lang over zulke verschillen te discussiëren.
De verschillende opensourcevisies zijn belangrijk. Want wat als de vijand ineens op de stoep staat? Zo wordt veel verwezen naar Denemarken en de veranderde internationale verhoudingen met de VS rondom Groenland. Volgens aanwezigen hebben dergelijke ontwikkelingen de discussie over digitale autonomie verder versneld. Waar afhankelijkheid van buitenlandse technologiebedrijven vroeger vooral een economisch of technisch vraagstuk was, wordt zij steeds vaker gekoppeld aan strategische weerbaarheid.
In München wordt uiteindelijk duidelijk dat de technische discussie over open source binnen de overheid grotendeels is beslecht. De belangrijkste vragen gaan steeds minder over technologie en steeds meer over bestuurlijke en politieke keuzes om het proces te versnellen. Met hoop dat de discussie hierover niet alleen gevoerd wordt in Brussel en München, maar ook bij gemeenten, provincies en waterschappen die opensourceoplossingen nog vaak terzijde schuiven voor een Amerikaanse oplossing.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.