Nederland werkt aan de Uitvoeringswet AI-verordening. Die moet regelen hoe het toezicht op Europese AI-regels hier wordt uitgevoerd. De hoofdlijn is verstandig: gebruik bestaande toezichthouders, want AI komt terecht in sectoren waar al domeinkennis bestaat. Zorg, arbeid, financiële dienstverlening, digitale infrastructuur, productveiligheid en publieke dienstverlening vragen niet allemaal om dezelfde bril.
Geen verkeerd loket voor AI-toezicht
Nederland hoeft voor goed AI-toezicht geen extra toezichtlaag toe te voegen. Als de ingang en doorgeleiding maar duidelijk is.
Maar een stelsel met veel deskundige toezichthouders kent een praktisch risico: de buitenwereld ziet die deskundige taakverdeling niet. Een burger ziet een onbegrijpelijk besluit. Een werknemer ziet een selectiesysteem. Een ondernemer ziet een AI-toepassing met meerdere rollen in de waardeketen. Een gemeente ziet een leverancier, een model, een dataset en een verantwoordelijke afdeling. De vraag is dan niet meteen juridisch helder: gaat het om privacy, productveiligheid, arbeid, discriminatie, markttoezicht of publieke taakuitoefening? Vaak is het meer dan één tegelijk. Daarom zou in de uitwerking van het AI-toezicht een eenvoudig beginsel centraal moeten staan: geen verkeerd loket.
Dat is geen pleidooi voor een nieuwe toezichthouder. Het kabinet stelt juist een stelsel voor waarin bestaande autoriteiten samenwerken, met de AP en de RDI als coördinerende partijen. De RDI schrijft bovendien dat zij als formeel aanspreekpunt voor publiek, bedrijfsleven en stakeholders wordt aangewezen. Precies daarom is nu de vervolgvraag belangrijk: wat gebeurt er achter die voordeur?
Onduidelijke ingangen voor toezicht betekenen geen vrijheid, maar onzekerheid
Wie een AI-gerelateerde vraag, klacht of melding doet, zou niet zelf de bevoegdheidsvraag hoeven op te lossen. Het stelsel moet kunnen vaststellen of iets een klacht, signaal of informatievraag is, welke autoriteit als eerste aan zet is, welke toezichthouders mogelijk betrokken zijn en of de indiener een besluit of alleen signaalverwerking mag verwachten. Als het over grondrechten gaat, moet zichtbaar zijn wanneer de AP of een andere passende route betrokken wordt.
Ook organisaties hebben hier belang bij. Onduidelijke ingangen voor toezicht betekenen geen vrijheid, maar onzekerheid. Bedrijven, overheden en instellingen die aan de AI-verordening willen voldoen, moeten kunnen begrijpen bij wie zij terechtkunnen met vragen over rollen, documentatie, menselijk toezicht, transparantie en AI-geletterdheid.
Nederland hoeft voor goed AI-toezicht dus geen extra toezichtlaag toe te voegen. Maar als meerdere bestaande autoriteiten samen verantwoordelijk zijn, moet de ingang duidelijk zijn en moet doorgeleiding zichtbaar worden. AI-toezicht faalt niet alleen wanneer bevoegdheden ontbreken. Het faalt ook wanneer mensen niet weten waar hun vraag terecht moet komen.
Koen van de Glind
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.