Advertentie
carrière / Column

Glas halfvol

Bestuurders zien halfvolle glazen om burgers mee te verblijden, terwijl ambtenaren weten dat die niet zo gemakkelijk te vullen zijn.

14 september 2023

Waarom zijn sommige mensen van nature positief en andere negatief? Dit was deze zomer één van de Grote Vragen die aan de wetenschapsrubriek van de Volkskrant werd gesteld. Een fascinerende vraag waarop geraadpleegde experts in de genetica, gezondheids- en ontwikkelingspsychologie, geen eenduidig antwoord gaven. Het hebben van een optimistische inslag mag dan voor pakweg 25 procent genetisch bepaald zijn; de ouders van wie je die genen kreeg, bepalen vaak óók de omgeving waarin je opgroeit. Eén van de experts noemt het dan ook een ‘onontwarbare kluwen’. Wat je wél kunt zeggen is dat iemands omgeving en iemands ervaringen nogal bepalend zijn voor het hebben van een optimistische of pessimistische kijk.

De ‘onontwarbaarheid’ die gelijk in mijn hoofd opkwam is de ‘kluwen’ waarin politieke bestuurders en het ambtenarenapparaat regelmatig met elkaar verkeren. Voor mijn werk kom ik over de vloer bij steeds meer gemeenten die kampen met hoge werkdruk en idem ziekteverzuim. Eenmaal dieper in gesprek daarover ontstaat al snel het beeld van politieke bestuurders die structureel óvervragen en een ambtenarenapparaat dat – hoewel piepend, krakend en morrend – toch steeds probeert om de gaatjes dicht te lopen. Bestuurders die telkens weer halfvolle glazen zien waar ze burgers mee willen verblijden. Ambtenaren die inmiddels weten dat veel van die glazen helemaal niet zo gemakkelijk te vullen zijn. En een managementlaag daar tussenin, die aan beide kanten van het speelveld wat probeert bij te kleuren (roze brillen tintje donkerder) en op te rekken (nog even volhouden!).

De vraag of het optimisme van de gemiddelde wethouder genetisch is bepaald is hierbij niet zo relevant. Feit is dat hij/zij is aangesteld om in een korte periode te laten zien dat de samenleving best een beetje maakbaar is. Feit is ook dat langer zittende ambtenaren weten dat dit geen sinecure is en soms ook gewoon niet te doen. Van beide kanten kijkt men naar een glas waar wat in moet. De één gooit het er met een zwierige zwaai in – onderwijl mediageniek de camera inkijkend – en hier en daar wat over de rand knoeiend. De ander draait voorzichtige rondjes rond het nog lege glas, kijkt naar de kan waarmee te schenken, probeert in te schatten wat de eventuele risico’s zijn en is in gedachten al bij ál die andere glazen die nog gevuld moeten worden.

Je voelt aan alles dat dit niet meer heel lang goed blijft gaan. Is er dan helemaal niks zinnigs te zeggen over hoe deze twee werelden elkaar wél kunnen bereiken? Toch wel. Gevoel van controle is iets waar zowel de optimist als de pessimist baat bij heeft! Wéten dat het kán lukken mits… De optimist wil vooral zekerheid over het kunnen halen van het resultaat. De pessimist wil zeker weten dat er met de verschillende beren op de weg rekening wordt gehouden. Dáárover zou vaker het gesprek moeten gaan. We willen samen het glas voor 50 procent vullen; hoe doen we dat zonder al te veel te knoeien?

En soms is een glaasje minder ook een heel goed plan (aldus de realist).
 

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Advertentie