Advertentie
carrière / Nieuws

Links, rechts en in het midden - diversiteit is overal

'Streefcijfers blijven echter nodig voor als er een periode aanbreekt waarin dit door politieke partijen minder belangrijk wordt gevonden.'

15 september 2022
Twee vrouwen maken een foto tijdens de onthulling van het borstbeeld van Suze Groeneweg in de Tweede Kamer.
De onthulling van het borstbeeld van Suze Groeneweg - het eerste vrouwelijke Kamerlid in Nederland - in de Tweede Kamer in 2018.Foto: Lex van Lieshout/ANP-HH

Het aantal vrouwen in de Nederlandse politiek is relatief klein. Puck Overhaart onderzocht de rol van selectieprocedures van politieke partijen tijdens de laatste Tweede Kamer-verkiezingen. ‘Net als ­andere organisaties hebben ook politieke partijen te maken met uitsluitings­mechanismen die voortkomen uit racisme, seksisme en homofobie.’

Tweede Kamer

Na de verkiezingen van maart 2021 nam het aantal vrouwen in de Tweede Kamer toe van 31 naar 39 procent. ‘Dat is een mooie verbetering, maar nog altijd niet de gewenste 50 procent’, zegt onderzoeker Puck Overhaart (23). In opdracht van de stichting Meer Vrouwen in de Politiek deed zij onderzoek naar de manier waarop politieke partijen hun kandidaten selecteerden – en wat dit vervolgens betekende voor het aantal vrouwen dat uit­eindelijk in de Tweede Kamer terechtkwam.

Ledenvergaderingen

Overhaart – masterstudent politicologie met als specialisatie gendergelijkheid, diversiteit en inclusie – ondervroeg een groot aantal landelijke partijen: VVD, D66, ChristenUnie, Partij voor de Dieren, SP, GroenLinks, BBB en Volt. Over vijf andere partijen die niet mee wilden of konden werken – PvdA, Forum voor Democratie, 50PLUS, SGP en BIJ1 – verzamelde zij op andere manieren zo veel mogelijk informatie, onder meer via hun website, nieuwsartikelen, opdrachten aan selectiecommissies, partijstatuten en ­opnamen van algemene ledenvergaderingen.

Oude wervingstekst

‘Zo lukte het mij om alsnog een goede ­indruk te krijgen van de selectieprocedures’, aldus Overhaart. ‘Behalve van die van PVV en DENK, die partijen heb ik om die reden buiten mijn onderzoek gelaten. Op de website van de PVV stond alleen een wervingstekst uit 2006, het jaar waarin de partij werd opgericht.’

Wat is de belangrijkste conclusie van uw onderzoek?

‘Dat partijen die wat gender betreft een ­evenwichtige fractie willen, zowel aandacht moeten besteden aan vernieuwing als aan diversiteit. Die twee aspecten moeten hand in hand gaan, anders lukt het niet. En het is heel belangrijk dat partijen echt actief op zoek gaan naar vrouwelijke kandidaten, dat ze hun best doen om die ook daadwerkelijk te vinden.’

Waarom moeten partijen actiever zoeken naar vrouwelijke dan naar mannelijke kandidaten?

‘Omdat de politiek minder uitnodigend is voor vrouwen – daardoor zijn zij vaak terughoudender om hier actief in te worden. Dit heeft onder meer te maken met zaken als grensoverschrijdend gedrag en online haat. Uit een onderzoek van de Vrije Universiteit Amsterdam, in 2021 gepubliceerd in De Groene Amsterdammer, blijkt bijvoorbeeld dat vooral vrouwelijke politici te maken hebben met haatberichten op de social media – met Sigrid Kaag op nummer 1.’

Waarom moeten vernieuwing en diversiteit volgens u altijd hand in hand gaan?

‘Als je er goed over nadenkt, is dat best wel logisch. Op het moment dat je een bestaande fractie wilt vernieuwen, en je hebt maar een beperkt aantal zetels, dan geef je een bestaande zetel eerder aan een vrouw als je als partij ook belang hecht aan diversiteit. In die zin heeft het een versterkend effect.’

Vernieuwing is een neutrale term, maar het woord ‘diversiteit’ werkt voor sommige partijen als een rode lap op een stier, zo merkte u.

‘Mijn onderzoek bevestigt wat uit eerder ­onderzoek ook al bleek, namelijk dat de afkeer van diversiteit sterker is bij rechts. Alle partijen die hier in mijn onderzoek een nul-score op behaalden, bevinden zich aan de rechterkant van het politieke spectrum. Heel verrassend vind ik echter dat partijen die wél goed op diversiteit scoorden, zich overal op het politieke spectrum bevinden: links, rechts en in het midden. Blijkbaar zien dus niet alleen linkse partijen het belang in van diversiteit, maar ook partijen als het CDA en de ChristenUnie. De top 10 van de kandidatenlijst van die laatste partij bestond bijvoorbeeld voor de helft uit vrouwen en voor 30 procent uit mensen van kleur. Dat stemt mij positief.’

Politieke partijen vormen nog altijd de grootste barrière voor een evenredige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in de politiek, zo schrijft u in uw onderzoek. Waarom?

‘Als je politiek actief wilt worden, dan zul je dat vrijwel altijd via een bestaande politieke partij moeten doen – een eigen partij oprichten is bepaald niet eenvoudig. Op die manier bepalen deze partijen dus wie er in ­Nederland een politieke functie kan bekleden en op welke kandidaten wij burgers kunnen stemmen. Partijen stellen niet alleen de kieslijst samen, zij bepalen ook hoe hoog iemand op die lijst staat. Zo kunnen ze er wel een vrouw op plaatsen, maar als dat op de vijftigste plek is, is de kans klein dat zij ook in de Tweede Kamer komt. Terwijl partijen dus veel invloed hebben, staan ook zij niet buiten de maatschappij, hebben ook zij te maken met de uitsluitingsmechanismen die voortkomen uit racisme, seksisme en ­homofobie. Het gevolg hiervan is dat veel groepen zich onvoldoende vertegenwoordigd zien in politieke partijen. En dat heeft weer gevolgen voor hun participatie in de politiek. Want stel je streeft een politiek carrière na, maar er is geen enkele partij waar je jezelf bij vindt passen, dan zijn er voor jou maar weinig opties.’

Tijdens uw onderzoek ontdekte u dat ook ­onofficiële streefcijfers goed werken. Zijn concrete streefcijfers of quota voor ­vrouwelijke kandidaten overbodig?

‘Onofficiële streefcijfers werkten bij de laatste Kamerverkiezingen inderdaad opvallend goed, dat is een concrete uitkomst waar ­partijen mee aan de slag kunnen. Kies­commissies gingen hier heel verschillend mee om. De besturen van D66, GroenLinks en de ChristenUnie gaven bijvoorbeeld alleen de opdracht mee dat de kieslijst divers moest zijn, zonder daar een concreet cijfer aan te hangen. Vervolgens hebben die kandidatencommissies er zelf voor gekozen om dat te vertalen naar een concreet streefcijfer, dat vind ik een heel mooi proces. Toch is het ­belangrijk dat partijbesturen zelf ook een concreet streefcijfer definiëren en vastleggen, bijvoorbeeld 50 procent vrouwen op verkiesbare plekken. Op dit moment gaat het vanzelf goed doordat veel partijen ­diversiteit belangrijk vinden. Ze denken ­erover na hoe ze dit intern kunnen bereiken en ­bewaken ook actief hun imago op dit gebied. Je kunt er echter niet op vertrouwen dat het ook altijd goed zal blijven gaan. Wat als er straks een periode aanbreekt waarin diversiteit door partijen minder belangrijk wordt gevonden? Dan is het belangrijk als partijen zo’n streefcijfer hebben vastgelegd en vrouwen niet afhankelijk zijn van wie er op een bepaald moment in de kandidatencommissie zitten. Er zijn wel partijen met vaste selectiecommissie, maar veel partijen stellen die commissie bij elke verkiezing weer anders samen. Je kunt er dus niet zomaar van uitgaan dat bij de volgende verkiezingen ­dezelfde keuzes zullen worden gemaakt.’   Lees het hele interview met Puck Overhaart in nummer 17-2022 van Binnenlands Bestuur.

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Advertentie