Advertentie

Revérence

Dit stukje is een cadeautje. Voor Menno. Menno is Menno de Bruyne, een goede vriend die aanstaande dinsdag zal gedenken dat hij al 25 jaar op het Binnenhof werkzaam is, als voorlichter van de SGP-fractie. Menno (1957) is voor alles een Zeeuw, afkomstig van het eiland van Kortgene en Colijnsplaat.

29 mei 2009

Hij fietste naar school in Goes en studeerde daarna in Leiden. En daarna ging hij in Den Haag voor de SGP werken, tot op de dag van vandaag. Menno de Bruyne is niet iemand van wie je vaak hoort. Dat past ook niet bij zijn functie. Hij is immers ‘de mond van’, in dit geval van fractievoorzitter Bas van der Vlies, die met zijn meer dan 10.000 (!) dienstdagen de huidige nestor van de Tweede Kamer is.

 

Dat is het aardige van SGP’ers: ze zijn zonder bijbedoelingen naar Den Haag gekomen. Ze zullen toch nooit in de regering komen. Ze blijven dus waarvoor ze zijn gekomen en zien hun baan niet als eerste opstapje naar iets hogers en beters. Vandaar die vooroorlogse staaltjes van anciënniteit.

 

Menno is trouwens ook aan de fractie verbonden als beleidsmedewerker Koninklijk Huis. Hij is als fervent orangist een veel gevraagd expert op dit gebied. Op de laatste Koninginnedag zat hij commentaar te geven in de bus van Radio 1 en keek hij uit op de kruising van Loolaan en Jachtlaan toen de zwarte Suzuki Swift zich daar in de Naald boorde.

 

Ik heb Menno in 1994 leren kennen, en we hebben elkaar vanaf het begin graag gemogen - ook toen er enige verwijdering kwam omdat ik bij een organisatie kwam te werken waartoe hij om professionele redenen enige afstand moest bewaren. Ik liep graag bij hem langs, in die fraaie kamer met oude meubels die we het Herenlogement hebben gedoopt.

 

Als je geluk had rook je op de gang pijptabak en wist je dat senator Gerrit Holdijk er ook was. Gul deelde Menno koffie en sigaren en ging hij zich op zijn allerplezierigst aan een mateloze woordenrijkheid te buiten. Zijn humor is vermaard. In het partijblad De Banier heeft hij een vaste rubriek, de ‘Haagse propjes’. Als propjesschieter wil hij nog wel eens mikken op de vroegere, nu kleinlinkse vrienden van de ChristenUnie, die helaas, zo bleek keer op keer, over heel wat minder humor en relativeringsvermogen bleken te beschikken dan Menno zelf.

 

Eén keer heb ik Menno geïnterviewd, voor een serie over de boekerij van min of meer bekende Nederlanders. In zijn fraaie appartement in de Haagse wijk Merlot had hij een hele avond nodig om te vertellen over zijn unieke collectie boeken over de Nederlandse parlementaire geschiedenis, die in alle hoeken en gaten van iedere kamer was weggestouwd.

 

Later erfde Menno de bibliotheek van een vergelijkbare fanaat op het gebied van politieke boeken. Hij pikte er zo’n tien boeken uit die hij nog niet had - en nu was zijn collectie toch echt compleet, verzekerde hij - en kon daarna de meeste van de duizenden boeken aan anderen doorgeven. Hij heeft ze nog gelezen ook, al die boeken. En daarmee is hij aan het Binnenhof uitgegroeid tot een wandelende encyclopedie van de Nederlandse politieke geschiedenis.

 

Toen Hans Wiegel in 1999 het tweede kabinet-Kok beentje lichtte, was een telefoontje naar Menno genoeg om precies te weten wanneer en door wiens toedoen en waarom er eerder in de Eerste Kamer een kabinet ten val was gekomen.

 

Met zijn kennis en kunde, en zijn onmodieuze positie die herinneringen oproept aan het beste uit de traditie van de Christelijk-Historische Unie, belichaamt Menno (c.s.) een staatsrechtelijke degelijkheid die ons bestel door alle stormen van veranderingen en vernieuwingen heen draagt, en daarmee iets dat nauwelijks nog bestaat.

 

In 1972 organiseerde de universiteit Groningen een meerdaags, geleerd congres over de historicus Johan Huizinga. Toen hij daar jaren later op terugblikte schreef Ernst Kossmann dat die bijeenkomst zozeer door een ‘elitair en evenwichtig welbehagen’ was beheerst dat het leek of een bepaalde stijl met een laatste buiging afscheid van de samenleving nam.

 

Aan die uitspraak heb ik moeten denken toen ik dezer dagen aan Menno dacht. Dit stukje is dus niet alleen maar een cadeautje, maar ook een revérence. Naar Menno en de stijl en traditie die hij belichaamt.

 

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Advertentie