Advertentie

Ja, ook boeren stemmen mee over stikstofbeleid

Het is niet meer dan logisch dat besluiten die Provinciale Staten nemen ook de belangen van individuele leden raken. Ook bij landbouwbeleid.

05 juli 2022

Het was even schrikken. Vorige week kopte NRC groot met een mogelijk integriteitsschandaal. ‘Statenleden met landbouwbelangen stemmen mee over stikstofbeleid’, luidde de alarmerende kop, op de voorpagina wel te verstaan. Een bericht dat ook door Binnenlands Bestuur werd overgenomen.

Via de websites van de provincies had de krant opgezocht welke ‘nevenactiviteiten’ Statenleden hadden opgegeven. Zo’n vermelding is in iedere provincie verplicht. Het houdt in dat Statenleden (en vaak ook de hen ondersteunende burgerleden) moeten melden welke andere functies ze hebben. Bestuursfuncties, vrijwilligerswerk, adviesrollen, maar ook de belangrijkste van alle nevenfuncties: hun baan. Het Statenwerk is immers net als alle volksvertegenwoordende functies in Nederland een parttime-baan. Alleen het lidmaatschap van de Tweede Kamer wordt geacht een voltijdsfuctie te zijn.

Statenleden hebben dus werk, net als alle andere mensen. En achttien daarvan – ho, wacht: ‘tenmínste achttien’ –  zijn boer, zo telde NRC. Dat is problematisch meent de krant, getuige de rubricering ‘Integriteitsregels’ van het artikel.

Wanneer kabinet en de Kamers het eens kunnen worden over hoe de stikstofproblematiek moet worden opgelost, krijgen provincies daar een belangrijke rol in. Herverdeling van grond, toewijzen van bouwcontingenten en wellicht zelfs uitkopen van boerenbedrijven zal ongetwijfeld een provinciale aanpak krijgen. Zulk beleid moet langs de Provinciale Staten. Net als in de gemeente, is ook in de Provincie de volksvertegenwoordiging het hoogste bestuursorgaan. Wanneer de opdracht vanuit het Rijk duidelijk is, zullen colleges van Gedeputeerde Staten voorstellen maken en deze ter debat voorleggen aan de Provinciale Staten.

En dus stemmen de achttien door NRC getelde boeren mee over de uitvoering van beleid waarmee agrarische bedrijven mogelijk worden beperkt. Mogelijk zelfs hun éigen bedrijven.

Is dat erg? De reden waarom we in een democratie een volksvertegenwoordiging hebben is omdat daarmee alle belangen zo direct mogelijk in het debat kunnen worden ingebracht. Dat argumenten rechtstreeks van de belanghebbenden komen, is zo goed als het bestaansrecht van democratie. Op die manier kan niemand, geen beroepsgroep, roepen dat ‘er over hem wordt geregeerd’ en dat een groep ‘niet wordt gehoord’.

Daarnaast, de ‘agrarische Statenleden’ zijn niet de enige die belangen vertegenwoordigen. Met z’n achttienen zijn ze slechts 3 procent van de 570 Statenleden. Net als ieder belang of argument wordt ook hun inbreng tegen andere gewogen.

Om die reden is het niet meer dan logisch dat besluiten die Provinciale Staten nemen, ook de belangen van individuele leden raken. Landbouwbeleid is geen uitzonderling. In dezelfde week waar NRC kopte namen de Provinciale Staten in Utrecht een besluit over het ‘opcenten’ van motorrijtuigenbelasting. Het besluit betekende een mogelijke belastingverhoging voor alle autobezitters in de provincie, beleid dat ieder Statenlid in de provincie rechtstreeks en middellijk raakt. Natuurlijk zijn de bedragen anders, maar in een egalitaire samenleving moet dát geen verschil maken.

Waar het om gaat is dat deze inbreng consistent is, én kan worden uitgelegd in termen van het algemeen belang. De inbreng van de Statenleden met agrarische belangen moet overeenkomen met wat ze eerder beweerden, wat erover in het door hen aanvaarde verkiezingsprogramma stond en in lijn zijn met waarvan je mag verwachten dat het ’t gedachtegoed van de partij waar ze lid van zijn vertegenwoordigd.

Natuurlijk wordt het óók anders wanneer beleid mogelijk rechtstreeks precies het beleid van een Statenlid raakt, maar ik weet zeker dat een Statenlid dan wel zelf zo wijs is zich te onthouden van stemmen. En anders zijn zijn fractiegenoten, de provinciegriffier en de Commissaris van Koning wel zo wijs hem of haar van deelname af te houden.

Maar dat zijn situaties die slechts individueel zijn te beoordelen. Algemeen roepen dat ‘Statenleden met agrarische belangen integriteitsregels schenden’ zoals NRC doet, is onjuist. En ronduit lasterlijk. Dat heeft het NRC inmiddels ook ingezien, zo blijkt uit het feit dat de krant deze opiniebijdrage heeft geplaatst. Maar het zou de krant sieren er ook redactioneel op terug te komen.

John Bijl

Reacties: 3

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Toine Goossens
Een opinie waar ik het, mede gelet op mijn commentaar bij het eerdere artikel op BB van harte eens ben.

In een democratie is alles wederkerig. De bagger die je over de moraal van anderen uitstort, treft ook jezelf.
Hans Bakker
Mensen met andere belangen, zoals woningbouw, stemmen ook mee. Aangesloten bij de NEPRON wellicht? Deze belangenclub hecht aan de kwantitatieve groei van Nederland. De toename van 20% van het aantal huishoudens in 25 jaar tijd komt hen goed uit. Lekker bouwen bouwen bouwen. Dus weg met die lastige stikstofregels en die vervelende boeren. De leden van de NEPROM stemmen allemaal D66: voor ongelimiteerde arbeidsmigratie (zogenaamd tegen de vergrijzing) en alle andere vormen van immigratie. Zo hangt dit land van private verdienmodellen aan elkaar. Gelukkig maar dat de boeren meestemmen. Helaas hebben boeren ook boter op het hoofd als het gaat om de kwantitatieve groei die het ons zo lastig maakt. Hele volksstammen zijn geïmporteerd uit Turkije en Marokko en komen nu uit midden- en oost europa. Moeten allemaal wonen, eten, recreëren etc.
Hielco Wiersma
De geschetste situatie is aanwezig bij de bestuurlijke bestuurlijke over bijna ieder dossier. Als in al deze situaties ook al de integriteit van bestuurders ter discussie staat kan er nauwelijks nog besluitvorming bij de Overheid of andere organisaties plaatsvinden.
Nogal goedkope journalistiek dus in het NRC. Bedoeld om de problemen rond dit dossier nog verder op te blazen?
Advertentie