Oud-burgemeester Roel Sluiter doet promotieonderzoek naar de protesten in Groningen. Ooit was hij zelf actievoerder in Groningen, als lid van de Communistische Partij. Als burgemeester in Harlingen moest hij juist rust brengen in een havenstad vol protest.
‘Met rare acties verlies je het draagvlak’
Oud-burgemeester Roel Sluiter doet promotieonderzoek naar de protesten in Groningen. O
Oud-burgemeester Roel Sluiter gefascineerd door protest
‘Mijn positie als bestuurder was wel wat anders dan toen ik zelf actievoerder was, als student. Ik heb weleens gedacht: als ik als student nu tegen mijzelf aan had kunnen kijken, dan zou ik tamelijk een hekel aan mijzelf hebben gekregen. Maar ja, zo gaat dat.’
Aldus spreekt Roel Sluiter, oud-activist in de Groninger arbeidersbeweging, oud-lid ook van de Communistische Partij van Nederland (CPN). Hij is de man die gaandeweg zijn leven uitgroeide tot een bedaarde bestuurder van de Partij van de Arbeid: negen jaar wethouder in Leeuwarden en negen jaar burgemeester in Harlingen. Daar in het eigenzinnige havenstadje in noordwest-Friesland nam hij in 2021 afscheid.
Als ik als student nu tegen mijzelf aan had kunnen kijken, dan zou ik tamelijk een hekel aan mijzelf hebben gekregen
Uitgerekend Sluiter, een voormalig actievoerder, kreeg als burgemeester de taak om de rust in Harlingen terug te brengen . een gemeenschap door protesten verscheurd. Maar over Harlingen later meer. Nu is het december 2023. Roel Sluiter, is 69 jaar en inmiddels twee jaar bezig met zijn promotieonderzoek naar de protestacties in de provincie Groningen: van de jaren zestig tot nu toe. Oftewel: van de arbeidersstakingen in onder meer de strokartonfabrieken, onder leiding van de destijds beroemde CPN’er Fré Meis, tot aan de gaswinningsprotesten van de afgelopen ruim tien jaar.
Dat Sluiter gefascineerd is door protestacties heeft een onmiskenbaar autobiografische reden. Als langzaam op gang komende leerling op de middelbare school (twee keer blijven zitten op de HBS), kwam hij in 1970 op de havo op het Thorbecke College in Zwolle. Toen ging er een wereld open voor de zoekende jongen, die zat was van de ietwat stijve kerkelijke wereld waarin hij al die tijd had verkeerd.
‘Thorbecke bleek een school te zijn waar iedereen op terecht kwam die van een andere school was afgetrapt’, vertelt Sluiter. ‘De school had een heel lankmoedige rector, leraren met lang haar die zich bij de voornaam lieten aanspreken, en leerlingen die met allerlei acties bezig waren. Het unieke was dat er in een Zwolle een instelling was met jongerenwerkers die al die acties bundelde. Dat gebeurde in een pand in de binnenstad dat Klein PALVU heette: Klein Proletariërs Aller Landen Verenigt U. Dat was geweldig!’
Die jongerenwerkers besloten lid te worden van de CPN, en sleepten in hun kielzog de enthousiaste scholier Sluiter mee. ‘Toen ik in Groningen ging studeren, was ik dus al lid van de CPN. Er was al snel iemand van de CPN die zich meldde op mijn kamer op de studentenflat die zei dat ik geacht werd contributie te betalen, en mij vroeg of ik ook in Groningen met acties mee wilde doen.’
Zo kwam het dat geschiedenisstudent Sluiter aan bedrijfspoorten loonacties voerde, manifesten uitdeelde en met de komende en gaande arbeiders emancipatoire gesprekken voerde. Terugkijkend benadrukt hij nu de hoge graad van organisatie van de Groninger protestacties destijds. ‘De acties vanuit de CPN waren heel goed geregisseerd. Sommige mensen zullen dat zien als kadaverdiscipline, maar dat heb ik er nooit van gevonden.
Tijdens demonstraties was er bijvoorbeeld een ordedienst, die ervoor dat er geen rare leuzen mee gedragen werden die niks met de actie te maken hadden.’ ‘Ook toen al werd er gesproken over de gasproductie. Niet om de winning te stoppen, maar om te zorgen dat de opbrengst ten gunste van Groningen kwam en niet alleen naar de staatskas vloeide of naar de zakken van de exploitanten. Dus is er toen een rally bedacht, met autootjes langs alle gaslocaties in het noorden. Dat wekte wel wat argwaan bij de exploitanten en de politie.
De leiding van de demonstratie heeft afspraken gemaakt met de politie: niemand gaat het terrein op, er worden geen hekken losgeknipt, er wordt alleen met een spandoek gezwaaid en wordt misschien even wat gezegd, en daarna rijden we door naar de volgende locatie. Fré Meis kreeg nadien de lachers op z’n hand toen hij verslag deed en zei: “Die mensen dachten dat wij de zaak zouden slopen, maar dat doen we natuurlijk niet.” Er werd goed op gelet dat geen rare dingen gebeurden.’
Asbest in de landerijen
Hieraan moest Sluiter terugdenken toen hij als burgemeester van Harlingen lid was van het regionaal bestuurlijk politieoverleg, met alle burgemeesters van de noordelijke provincies, de hoofdofficier van justitie en de politiechef van Noord-Nederland. In dat gremium vernam hij van de ontspoorde windmolenprotesten in onder meer het Groningse dorp Meeden, in de buurt van Winschoten. ‘Sommige boeren profiteerden van die windmolens, omdat die turbines op hun land kwamen en zij daar goede winsten mee konden maken. Bij die boeren werden dan betonblokken in hun akkers gezet, zodat hun machines zich kapot zouden rijden. Er werd asbest over de landerijen gestrooid, nazi-vlaggetjes op geplaatst, boerenschuren in brand gestoken. Ik dacht: wat is dit? Die protesten zijn misschien best gerechtvaardigd, maar met dit soort rare acties verlies je het draagvlak net zo snel als je het hebt verworven.’
Het heeft mij verbaasd dat er nooit eens met de vuist op tafel is geslagen: “Nou is het uit met het geouwehoer.”
Een ander contrast met zijn eigen actiejaren zag Sluiter in het Groningse verzet tegen de gaswinning. Of eigenlijk: het gebrek aan verzet, vindt hij. ‘Tot mijn verrassing hebben eigenlijk alle mensen, zeker sinds de aardbeving in Huizinge in 2012, zich laten inkapselen in een verschrikkelijk groot opgetuigd praatcircuit, dat ook wel drie of vier keer van karakter is veranderd: met weer nieuwe discussietafels en weer nieuwe leidsmannen, met Hans Alders die als Nationaal Coördinator Groningen boos weg is gelopen omdat het allemaal niet werkte, en dan de volgende overlegronde weer. Het heeft mij verbaasd dat er nooit eens krachten zijn geweest die met de vuist op tafel hebben geslagen en hebben gezegd: “Nou is het uit met het geouwehoer. Wij komen geen stap verder zo.” Natuurlijk zijn er heel veel mensen direct slachtoffer geworden, die scheuren in hun huis hebben en zich niet veilig voelden. Maar het slachtofferschap overheerst de sfeer van verzet die ik zou verwachten.’
Tegelijkertijd constateert hij: ‘Het is wel raar: in die jaren zeventig had je in mijn ogen een perfecte organisatie, die flink op de trommel sloeg in een protest tegen die regionale achterstelling en eiste dat die gaswinsten naar Groningen zouden gaan. Dat heeft heel weinig resultaat gehad. Maar juist het slachtofferschap heeft uiteindelijk tot een parlementaire enquêtecommissie geleid, die tot keiharde uitspraken is gekomen en heeft gezorgd dat er miljoenen naar Groningen gaan. Dat verrast mij flink.’
Het nieuwe rumoer
Maar nu naar het perspectief van de bestuurder. Hoe gaat die het beste om met onvrede in een samenleving? Na een interbellum van zo’n twintig jaar (in de jaren negentig en het eerste decennium van de 21e eeuw is er in Nederland nauwelijks actie gevoerd) leven we alweer ruim tien jaar in een periode die Het Nieuwe Rumoer kan worden gedoopt. Protesten zijn niet van de lucht, als het gaat om klimaat, stikstofbeleid, discriminatie, gezondheidszorg of onderwijs. De organisatiegraad vindt Sluiter, met uitzondering van de protesten van Extinction Rebellion, veel minder groot dan in zijn eigen actiejaren. Voor een bestuurder is dat lastig.
Sluiter: ‘In de coronatijd konden de protesten soms best groot worden. Op een bepaald moment kregen wij in Harlingen ook te horen dat er een protest zou komen. Ik heb toen dríe dagen nodig gehad om in contact te komen met iemand die dat organiseerde. Een jonge mevrouw was dat. Ik zei tegen haar: mijn grondhouding is dat ik demonstraties toesta, maar ik vind het wel fijn als je kunt zeggen met hoeveel jullie komen? Ze had geen idee: “Soms zijn er veertig, soms zijn er vierhonderd. Dat weten wij zelf ook niet, wij hebben het gewoon op Facebook gezet.” Wij hebben toen een flinke briefing op het politiebureau gehad en alles wat we aan politieagenten konden opduikelen was die, hartstikke koude, zaterdagmiddag aanwezig. En toen maar de straat op. Nou, er waren er 25, geloof ik.’
Weerstand
Terug naar de reden waarom de jonge activist Roel Sluiter een hekel zou hebben gekregen aan zijn latere zelf. Dat is omdat hij als burgemeester leerde niet de confrontatie te zoeken. In 2012 was hij door de Friese commissaris van de koning naar Harlingen gestuurd om er een bestuurscrisis op te lossen. De gemeenschap werd er verscheurd door de bouw van een reststoffenenergiecentrale van overheidsbedrijf Omrin. De vergunning was snel geregeld, maar onder de bevolking groeiden zorgen over luchtvervuiling. Het protest ontvlamde. De burgemeester kreeg mest in zijn tuin, vliegtuigjes met protestteksten vlogen rond, de nieuwe partij Frisse Wind Harlingen won de verkiezingen en formeerde een nieuwe coalitie.
‘Ik ga me nou niet op de borst slaan’, zegt Sluiter, ‘alsof ik het beter heb gedaan dan de vorige burgemeester. Maar het leek mij verstandig niet de confrontatie met de stichting Afvaloven Nee aan te gaan. Die stichting vertegenwoordigde de halve samenleving van Harlingen. Dat liep door families en vriendenkringen heen.’ ‘Uiteindelijk zijn we ook een praatgroepje begonnen, met de voorzitter van die stichting, de milieuwethouder, met een milieugedeputeerde er bij, en ik. Wie weet komt daar wat uit, dacht ik. Het tweede was dat we ‘t gewoon pratende hielden: dat was altijd beter dan met verhitte koppen tegenover elkaar staan.’
Wat ook rust bracht, was de implosie van de partij Frisse Wind. Tevens belangrijk was de komst van een gezamenlijke vijand die de Harlingers zich deed verenigen. In die jaren was dat de gemeentelijke herindeling, onder druk van de provincie Fryslân. ‘Er was een enorme weerstand tegen samengaan’, kijkt Sluiter terug. ‘Er bestaat een licht kolderieke tegenstelling tussen Harlingen en Franeker. Zo van: “Franeker ligt veel dichter bij Duitsland.” En: “Het bier blijft maar goed tot Franeker.’ Die enorme verdeeldheid rond de afvaloven, was er nu niet. Om het in modieuze termen te zeggen: er kwam een heelheid in de samenleving. Heel veel mensen in Harlingen waren het hier roerend over eens. En dat heeft heel goed gewerkt.’

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.