Advertentie

Rijksheer weer terug naar crisissfeer

De term 'rijksheer' voor cdk's moet weer voorbehouden zijn aan hun rol bij zware landelijke crises. In de asielcrisis is het 'rijksorgaan'.

13 september 2022
crisis-web.jpg

De term ‘rijksheer’ werd de afgelopen tijd steeds vaker gebruikt door cdk’s, toen zij hun rol als rijksorgaan in de vluchtelingencrisis uitoefenden. De term ‘rijksheer’ is dan ook in het geheel niet van toepassing, schrijft Hanke Bruins Slot, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). De cdk heeft uitsluitend een rol als rijksheer wanneer het staatsnoodrecht wordt toegepast, zoals bij artikel 2b van de Wet verplaatsing bevolking.

Drie rollen

Als er geen crisisbevoegdheden zijn geactiveerd, mag een cdk zich dus niet uitgeven als rijksheer. In antwoord op Kamervragen van Joost Eerdmans (JA21) legt minister Bruins Slot het verschil uit tussen de drie formele rollen van de cdk: provinciaal orgaan, rijksorgaan en rijksheer. De laatste twee rollen worden nogal eens door elkaar gebruikt, wat tot verwarring kan leiden, geeft de minister toe. Primair is de cdk ‘provinciaal orgaan’, wat betekent dat hij voorzitter is van Provinciale en Gedeputeerde Staten en ‘eenhoofdig’ provinciaal orgaan is. Hij legt dan verantwoording af aan Provinciale Staten.

Rijksorgaan

Daarnaast kan de wetgever de cdk een ‘ambtsinstructie’ geven, waardoor hij taken moet vervullen als ‘rijksorgaan’. Het gaat hierbij om de ‘bestuurlijke zorgplicht’ om processen goed te laten verlopen, dus het regelmatig bezoeken van gemeenten en adviseren en bemiddelen bij verstoorde bestuurlijke verhoudingen of integriteitskwesties in een gemeente. De cdk heeft geen beslissingsbevoegdheid als rijksorgaan onder die bepaling. De cdk legt in deze rol verantwoording af aan de regering. Overigens kán de cdk als rijksorgaan wel beslissingsbevoegdheid hebben: onder de Gemeentewet (benoeming van een waarnemend burgemeester) of onder de Wet veiligheidsregio’s (het geven of opvolgen van aanwijzingen bij bovenregionale rampen of crises).

Rijksheer

Rijksheren zijn ‘gedeconcentreerde rijksambtenaren’. Zij zijn ondergeschikt aan het rijk voor hun werk in de provincie en moeten aanwijzingen van het rijk opvolgen. De cdk mag alleen de rol van rijksheer uitoefenen bij toepassing van het staatsnoodrecht. Dan is de cdk in een provincie de vertegenwoordiger van de minister en oefent op diens aansturing of in diens plaats bevoegdheden uit. Dat is bijvoorbeeld zo als artikel 2b van de Wet verplaatsing bevolking wordt geactiveerd en de cdk wordt gemachtigd om de in dat artikel genoemde bevoegdheid uit te oefenen. Op 1 april j.l. is het staatsnoodrecht geactiveerd, maar dat gaat om de artikelen 2c en 4 van de Wet verplaatsing bevolking.

Geen beslissingsbevoegdheid

Deze activering belast de burgemeester met een (tijdelijke) opvangtaak richting ontheemden uit Oekraïne. Artikel 2b van deze wet is niet geactiveerd, dus de cdk is geen bevoegdheid gegeven in zijn rol als rijksheer. De cdk’s zijn dan ook niet als rijksheren betrokken in de opvang van ontheemden uit Oekraïne. In relatie tot asielopvang handelen de cdk’s als rijksorgaan. Zij zitten provinciale regietafels voor, waaruit bestuurlijke overleggen voortkomen. Daarin vindt afstemming plaats over opvang van asielzoekers tussen het COA en betrokken overheden. Doel hiervan is het realiseren van voldoende opvanglocaties. De cdk voert zijn taak niet uit met specifieke wettelijke bevoegdheden, maar door ‘bestuurlijk overleg en gezaghebbend optreden’. De cdk heeft hier als rijksorgaan geen beslissingsbevoegdheid.

De cdk’s zijn niet als rijksheren betrokken in de opvang van ontheemden uit Oekraïne.

Hanke Bruins Slot, minister van BZK

Verbeek

De aanleiding van de Kamervragen van Eerdmans was het feit dat Leen Verbeek, cdk van Flevoland, zich ‘rijksheer’ noemde toen hij het COA attendeerde op een vrijkomende kavel in Bant die daarna door het COA is aangeschaft om er een nieuw aanmeldcentrum voor asielzoekers te vestigen. Bij de totstandkoming van deze koopovereenkomst was cdk Verbeek, volgens de minister, echter als provinciaal orgaan betrokken geweest. Het gesprek dat hij voerde met de gemeenteraad van de gemeente Noordoostpolder verrichtte Verbeek dan weer in zijn hoedanigheid van rijksorgaan. ‘Hoewel dit in de politieke en bestuurlijke praktijk niet altijd even helder is, dienen deze rollen van elkaar onderscheiden te worden.’ Verbeek moest vorig week nog flink door het stof bij Provinciale Staten voor de rol die hij rond de koopovereenkomst had gespeeld.

Waakzaamheid

Hoogleraar decentrale overheden Geerten Boogaard uitte in zijn meest recente column in Binnenlands Bestuur ook al twijfels over het gebruik van de term ‘rijksheer’ door cdk’s. Volgens hem was hierbij ‘waakzaamheid’ geboden, omdat cdk’s niet ‘via een enkele overlegverplichting complete taken aan de democratische verantwoording kunnen onttrekken’. ‘Dat kan alleen als de wet zelf noodopvang van vluchtelingen van de verantwoording uitzondert. En dat is niet het geval.’ Evenmin als stikstof.

Buiten de kaders

Eerdmans wijst op een notitie die dr. Ernst Brainich (autoriteit op dit gebied) op verzoek van de Statengriffie van Flevoland heeft gemaakt, waarin hij onderscheid maakt tussen de verschillende rollen van de cdk, de daaraan verbonden taken en bevoegdheden en de wijze van verantwoording afleggen. Daarin wijst Brainich volgens de minister terecht op de rol van de cdk als rijksorgaan, zoals hierboven beschreven. Zij herkent zich niet in de suggestie van Brainich dat de regering met een beroep op de cdk als rijksorgaan buiten de kaders van de ambtsinstructie zou zijn getreden. De grondslag voor het bevorderen van een goede samenwerking tussen verschillende betrokken overheden lag immers ‘in artikel 182 lid 1 onder a Provinciewet jo. artikel 1 Ambtsinstructie’. Dit heeft geen gevolgen voor de bestaande bevoegdheidsverdeling, aldus de minister. Die blijft bij de betrokken instanties. ‘Van enige beslissingsbevoegdheid voor de cdk als rijksorgaan is geen sprake.’

Actieve opstelling

In een aparte notitie aan de Provinciale Staten van Flevoland, die vorige week dus debatteerden over de rol van hun cdk bij de verkoop van de kavel, schrijft Bruins Slot dat het wel aan elke cdk afzonderlijk is om te bepalen hoe vorm en inhoud wordt gegeven aan het bevorderen van de samenwerking. ‘Gelet op de omvang en ernst van de huidige problematiek ten aanzien van de opvang van asielzoekers, ligt een actieve opstelling van de cdk voor de hand.’

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Advertentie