sociaal / Partnerbijdrage

Ondersteuning participatie laat nu veel routes onbenut

Gemeenten kunnen meer doen om burgers die nu aan de zijlijn staan te laten participeren.

19 december 2022
Jaqueline

Gemeenten kunnen meer doen om burgers die nu aan de zijlijn staan te laten participeren.  Movisie en Stimulansz gaven er een workshop over op het congres Sociaal Domein van Binnenlands Bestuur.

Gemeenten kunnen meer doen om burgers die nu aan de zijlijn staan te laten participeren. Door minder regels en eisen te stellen aan mensen met beperkingen die aan de slag willen bijvoorbeeld. Of door het effectiever benaderen van klanten die hulp kunnen gebruiken vanwege financiële problemen. Movisie en Stimulansz gaven er een workshop over op het congres Sociaal Domein van Binnenlands Bestuur.

Momenteel zijn er 143 vacatures op de 100 werknemers. Het werk ligt op straat, de personeelstekorten zijn groot. En toch zijn er 1,4 miljoen mensen die via werk ook een waardevolle bijdrage aan de samenleving zouden willen leveren maar daar niet toe in staat worden gesteld. Dit ‘inclusietekort’ zoals het in de recente publicatie Waardevol werken, de stand van zaken van Movisie wordt genoemd, heeft veel te maken met de ingewikkelde regels rondom Wmo en participatie.

Werk naar belastbaarheid

Volgens Marjet van Houten, senior-adviseur Participatie bij Movisie, gaat het ook over de definitie ‘van wat wij werk noemen’. ‘Er zijn bijvoorbeeld mensen in de bijstand die willen ondernemen maar niet voor 40 uur per week’ licht ze toe. ‘In het model van de sociale coöperatie, dat we in de publicatie beschreven hebben, kunnen mensen 12 of 16 uur per week werken, naar wat hun belastbaarheid toelaat. Op die manier wordt werk gecreëerd, doen mensen werkervaring op en zitten ze niet meer volledig in de bijstand, wat gemeentes besparingen oplevert. Naar onze mening is dat een veel zinvollere manier om met mensen die niet volledig kunnen participeren om te gaan. Toch worden dit soort routes niet altijd door gemeentes goedgekeurd.’

35 pagina’s wet- en regelgeving

Bovendien zijn de regels soms zo complex dat zelfs de betreffende ambtenaren ze niet begrijpen en kunnen toepassen. Van Houten: ‘Onderzoek van Stimulansz heeft dat uitgewezen. Als iemand bijvoorbeeld vanuit de dagbesteding een aantal uur wil gaan werken, gelden er 35 pagina’s aan wet- en regelgeving.’ Andere regels in de participatiewet stimuleren mensen niet om aan de slag te gaan. Zo vallen jongeren met een Wajong-uitkering die de overstap naar betaald werk maken, terug in de bijstand als de poging niet slaagt. Volgens Van Houten is dat een belangrijke belemmerende factor voor deze groep om aan de slag te gaan.

Budgetten ontschotten

Inmiddels lopen er pilotprojecten in een aantal gemeenten waarin gezocht wordt naar nieuwe wegen om mensen beter te ondersteunen als het om participatie gaat. In de workshop haalt Van Houten Deurne aan als voorbeeld van een gemeente waar actie is ondernomen door de budgetten voor participatie en Wmo te ontschotten en samen te voegen (zie Waardevol werken, de stand van zaken, voor meer voorbeelden). Bij Stichting de Keerwending, die is opgericht van de vrijgekomen gelden, hebben Deurnse burgers die langdurig werkloos nu de mogelijkheid om een ontwikkeltraject te volgen.

Anders kijken

Het opheffen van de scheiding tussen beide domeinen is essentieel om meer mensen te laten participeren, volgens Van Houten. ‘Dat gaat niet alleen over geld maar ook over de manier waarop je er met elkaar over spreekt. Vanuit de Wmo-kant ben je geneigd om alleen vanuit een zorgbril te kijken, zonder aan participatie te denken. Bekijk je de situatie vanuit de participatiekant, dan ben je gefocust op het zoeken naar geschikte werknemers die geen zorg nodig hebben. En dan houd je een groot grijs gebied over van miljoenen mensen die niet participeren. Maar die dat wel deels zouden kunnen, als er op een andere manier naar hun situatie gekeken wordt.’

Overgang te groot

De stappen van isolement naar werk zijn bovendien nu vaak veel te groot, vindt Van Houten. ‘Dat is al zo vaak aangetoond in onderzoek.’ Volgens haar zou het veel meer moeten gaan over wennen en competentie-ontwikkeling, zoals binnen de huidige pilotinitiatieven gebeurt. Zo runt de sociale onderneming Athos in Maastricht samen met zorgorganisatie Radar een buurtcentrum, waar mensen uit verschillende doelgroepen zich kunnen ontwikkelen en werken. Er wordt ook nauw samengewerkt met het onderwijs en het bedrijfsleven.
Ook bijvoorbeeld de overgang van dagbesteding naar werk kan geleidelijker verlopen, volgens Van Houten. ‘Deze mensen zouden moeten kunnen starten met een paar uur werk per week, terwijl ze tegelijkertijd gedeeltelijk binnen de veiligheid van de dagbesteding blijven functioneren. Met de huidige regels is dat echter niet mogelijk. Gelukkiger zijn steeds meer gemeentes pittig genoeg om hun eigen weg daarin te volgen.’

Hulp problematische schulden

Jaqueline Clemens, opleidingsadviseur bij Stimulansz, benadert participatie op het congres op een andere manier. Ze geeft een workshop over hoe gemeenten mensen met financiële problematiek op een effectievere manier kunnen benaderen. Sinds 1 januari 2022 zijn leveranciers, zoals zorgverzekeraars en woningbouwverenigingen, verplicht om signalen aan de gemeente af te geven als burgers niet aan hun financiële verplichtingen voldoen. De gemeente heeft vervolgens de plicht om deze burgers te benaderen en een hulpaanbod te doen. ‘We weten dat het drie tot vijf jaar duurt voordat mensen die met problematische schulden te maken krijgen, hulp zoeken’ licht Clemens toe. ‘Nu krijgt de gemeente in een vroeg stadium adressen van potentiële klanten binnen. Dat is heel waardevolle informatie. Mensen die geholpen worden met financiële problematiek, kunnen ook weer meer betekenen voor hun buurt, de samenleving en hun kinderen. En ze zijn over het algemeen zelfredzamer.’

Betere verkoopmethodes

Gemeenten mogen zelf bepalen wie ze inzetten om de inwoners te benaderen en het hulpaanbod te doen. Bijvoorbeeld medewerkers van de afdeling schuldhulpverlening of algemeen maatschappelijk werkers. Clemens adviseert om de beste verkopers op het product in te zetten. De termen ‘verkopers’ en ‘product’ gebruikt ze met opzet omdat ze meent dat gemeentes meer resultaat boeken als ze verkoopmethodes uit de commerciële wereld toepassen. ‘Dan gaat het om kennis over gedragsverandering en beïnvloeding. Belangrijke vragen daarbij zijn: hoe kom ik met mensen in contact, wat is mijn openingszin? Hoe krijg ik ze zover dat ze “ja” zeggen tegen mijn dienstverlening? Hoe ga ik ervoor zorgen dat mensen een stap zetten richting verandering?

Klanten binnenhalen

Volgens Clemens is er nu nog te weinig aandacht voor deze benadering. ‘Dat vereist ook een andere manier van erover nadenken. In het sociaal domein doen we aan casuïstiek en intervisie. Maar je zou ook met elkaar kunnen bespreken: hoeveel mensen heb jij binnengehaald? Wat is jouw succesformule om klanten over de streep te trekken en hulp aan te bieden? Ik denk dat we deze technieken bewuster in kunnen zetten dan nu het geval is.’

Hulp normaliseren

Clemens traint ambtenaren en medewerkers in het sociaal domein om beter te leren pitchen. Daarbij gaat het veelal om het aanleren van effectieve gesprekstechnieken. Zeg bijvoorbeeld niet als hulpverlener als je de eerste keer contact zoekt: ‘Ik heb vernomen dat u betalingsachterstanden heeft. Als gemeente bieden we ondersteuning aan, misschien heeft u nog meer betalingsproblemen.” Clemens: ‘Dan schiet iemand meteen in de verdediging. Waarschijnlijk zal degene aangeven geen probleem te hebben en het gesprek snel beëindigen.’ Volgens Clemens boek je meer resultaat als je het gesprek anders insteekt. Bijvoorbeeld: “We hebben vernomen dat u een betalingsachterstand heeft. We zien regelmatig dat vanuit één achterstand problemen kunnen oplopen. Zou dat ook voor u kunnen gelden? ” Het probleem normaliseren is heel belangrijk, volgens haar. ‘Als je iemand meer ruimte geeft en goed luistert, ontstaat er misschien een opening waarmee je verder kunt.’

Contact netwerk

Clemens bekijkt ook of de schriftelijke communicatie van gemeenten effectief genoeg is. Wordt bijvoorbeeld benadrukt dat de dienstverlening gratis is, dan kan dat de ervaren waarde ervan doen afnemen, meent ze. ‘Het is beter om te benoemen dat inwoners niet hoeven te betalen voor de dienstverlening.’
Een ander advies van Clemens is om goed contact op te bouwen en te onderhouden met het netwerk, zoals huisartsen en vrijwilligersorganisaties. ‘Als je aan hen kunt overbrengen dat je een goed en mooi product te bieden hebt, dan is er een kans dat ook zij mensen aan jou gaan doorverwijzen. Ook dat is een belangrijke bijdrage aan het succes van vroegsignalering.’

Training: Vroegsignalering met effect
Deze training biedt handvatten en tips om optimaal effect te halen uit vroegsignalering. U leert het hulpaanbod te ‘verkopen’, op een manier die past bij de belevingswereld van uw inwoners.

Bekijk de training

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.