sociaal / Partnerbijdrage

De inkomensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo 2015

Terug van weggeweest.

inkomensafhankelijke eigen bijdrage

Wolters Kluwer Schulinck opinie door mr. Loes Olivier. Vakredacteur Schulinck Jeugd & Wmo bij Wolters Kluwer

Als een duveltje uit een doosje. Zonder aankondiging, zonder tekenen die erop wijzen. Maar daar is hij dan, opgenomen in de Voorjaarsnota 2023 : de herinvoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage voor alle voorzieningen uit de Wmo!

Ik neem jullie mee in de historie van de eigen bijdrage in de Wmo 2015. En in de vragen die de herinvoering bij mij oproepen.

Inkomensafhankelijke bijdrage: eigen oplossing vaak goedkoper

Er was eens… een inkomensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo. Deze gold tot 2018. Hij versterkte de eigen kracht van vooral vermogende burgers. Want waarom zou je bij de gemeente een traplift aanvragen, als je deze met je hoge eigen bijdrage toch in no-time weer terugbetaalt? Dan kun je het beter zelf regelen; kun je ook nog kiezen voor een net luxere variant. Of één aan de binnenkant van de trap in plaats van de buitenkant.

En ach, die poetshulp die al jaren komt, die bevalt best. En is zwart betaald goedkoper dan een via de Wmo. En we redden het wel als zij twee weken op vakantie is; een vervanger, een vreemd gezicht, willen we niet. Veel mensen bleken dus goed in staat om het probleem zelf op te lossen.

Abonnementstarief: voor minder stapeling van zorgkosten

Maar daar kwam het abonnementstarief. Minder stapeling van zorgkosten, dat was de belangrijkste reden voor de invoering in 2019. Tot dan toe kregen mensen met een beperking of chronische ziekte immers vaak te maken met eigen bijdragen voor zowel de zorgverzekering als Wlz en Wmo. Dit naast de meerkosten die een beperking of ziekte sowieso al met zich brengen. Een opeenstapeling van kosten voor kwetsbare mensen.

Abonnementstarief met aanzuigende werking

Een nobel streven van de overheid, dat tegengaan van het stapelen van zorgkosten. Maar was het abonnementstarief in de Wmo daarvoor de oplossing? Al vanaf het begin werd gewaarschuwd voor de keerzijde; de aanzuigende werking van de Wmo.

Begin 2020, net een jaar na invoering, deed EenVandaag een peiling1. En ja hoor, in 2019 was een run op de huishoudelijke hulp ontstaan. En, hoe verrassend, de toename leek vooral vanuit de hogere inkomenscategorie te komen. Gemeenten en de VNG hebben geschreeuwd2 om herinvoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage. Jarenlang tevergeefs.

Wetsvoorstel passende eigen bijdrage huishoudelijke hulp

Uiteindelijk is de regering in december 2021 in het Coalitieakkoord3 overstag gegaan. Dit leidde tot het wetsvoorstel Wet passende eigen bijdrage huishoudelijke hulp. Per 1 januari 2025 zou de eigen bijdrage voor huishoudelijke hulp inkomensafhankelijk worden, en tot € 255 per maand kunnen bedragen.

In de toelichting bij dit wetsvoorstel gaf Staatssecretaris Van Ooijen uitdrukkelijk aan dat het inkomensafhankelijk maken van de eigen bijdrage zich beperkt tot huishoudelijke hulp. Dit vanwege het volume hiervan op het totaal aan maatwerkvoorzieningen. Bovendien is er een bestaand en volwaardig alternatief, namelijk de particuliere poetshulp.

Voor dagbesteding en individuele begeleiding bestaan, volgens de Staatssecretaris, geen reële particuliere alternatieven. Bovendien was er op deze twee terreinen (bijna) geen aanzuigende werking. Voor woningaanpassingen en hulpmiddelen gold dat het abonnementstarief wel leidde tot een toename van aanvragen, maar het effect was gering. Voor al deze voorzieningen was een eigen bijdrage naar inkomen dan ook ongewenst of niet nodig.

Voorjaarsnota: toch inkomensafhankelijke eigen bijdrage voor alle voorzieningen

En toen verscheen de Voorjaarsnota 2023. En werd de inkomensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo 2015 alsnog van toepassing op alle voorzieningen. Weliswaar niet per 2025, zoals werd beoogd in het genoemde wetsvoorstel, maar een jaartje later. Maar toch. Wat eerder niet kon, moet nu ineens wel. Omdat er bezuinigd moet worden.
 

Inkomensafhankelijke eigen bijdrage Wmo was kennelijk zo slecht nog niet.

We zijn dus terug bij af. Letterlijk. Want volgens de Voorjaarsnota wordt ‘zoveel mogelijk aangesloten bij de vormgeving zoals die voorheen was’. Het abonnementstarief was het toch niet. Te duur kennelijk, ook voor de centrale overheid.

Maar ik heb toch wel wat vragen:

  • Wat doen we met de stapeling van zorgkosten? Komt daar een andere oplossing voor? Dit was immers DE reden voor invoering van het abonnementstarief.
  • Geeft de herinvoering lucht bij gemeenten die financieel de dupe werden van het abonnementstarief? Of worden juist zij gekort? Het voorstel in de Voorjaarsnota lijkt namelijk meer ingegeven door bezuiniging dan door het luisteren naar de problematiek van gemeenten.
  • En is er dan nu wel ineens een goed particulier alternatief voor dagbesteding en begeleiding? Eind 2022 nog was het gebrek daaraan immers reden om de eigen bijdrage daarbij niet inkomensafhankelijk te maken. Ik kan me niet voorstellen dat de markt hiervoor sinds enkele maanden gewijzigd is.

Ik ben benieuwd naar het nieuwe wetsvoorstel. En naar de toelichting. Want hoe gaat de staatssecretaris deze plotselinge draai verklaren?

1   Ook hogere inkomens vragen nu goedkope huishoudelijke hulp aan, en daardoor staan andere gemeentelijke voorzieningen onder druk – EenVandaag (avrotros.nl)
2   Zie bijvoorbeeld VNG brief
3   Coalitieakkoord ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst

Meer informatie
Volg de ontwikkelingen van de eigen bijdrage, neem een abonnement op de Kennisbank Wmo. Wil je meer weten over de eigen bijdrage, en andere onderdelen van de Wmo, volg dan de opleiding Wmo: kennismaken met theorie en praktijk of neem deel aan de Actualiteitendag Wmo 2015.

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.