Advertentie
sociaal / Nieuws

Energiearmoede te lijf met lokale noodfondsen

De gemeente Helmond heeft 10 miljoen uitgetrokken voor een koopkrachtfonds voor inwoners, ondernemers en maatschappelijke instellingen.

08 februari 2023
energiearmoede
ANP / Jeffrey Groeneweg

In de strijd tegen energiearmoede roepen veel gemeenten nieuwe regelingen in het leven. Ruim een kwart heeft al een lokaal noodfonds opgezet. Zo ook de gemeente Helmond, die 10 miljoen euro vrijmaakte voor een zogenaamd koopkrachtfonds. Of het geld ook opkomt, is nog de vraag.

Senior Communicatieadviseur

JS Consultancy
Senior Communicatieadviseur

Ervaren Adviseurs Ruimtelijke Ordening

Publiek Netwerk in opdracht van Gemeente Gooise Meren
Ervaren Adviseurs Ruimtelijke Ordening

Brede roep

Het rijk geeft historisch veel geld uit aan koopkrachtmaatregelen om de effecten van de hoge energieprijzen te dempen. Toch is niet iedereen daarmee voldoende geholpen. Zo ontmoette Helmonds wethouder Erik de Vries (armoedebeleid, SP) een vrouw die haar energierekening zag stijgen tot zo’n 1.000 euro per maand. Met een modaal inkomen zou dat al een groot probleem zijn, maar voor deze vrouw – die leeft van een uitkering van zo’n 1.200 euro per maand – was het simpelweg onbetaalbaar.

En ze was niet de enige Helmonder met geldproblemen. Uit een peiling van de gemeente bleek dat zes op de tien Helmonders zich zorgen maakt over hun eigen financiële situatie. Genoeg reden voor wethouder De Vries om in beweging te komen. Hij stelde een lokaal koopkrachtpakket op, aanvullend op de landelijke maatregelen. Het zou 10 miljoen euro kosten: best een flink bedrag op de Helmondse begroting van 400 miljoen. Toch kostte het hem weinig overtuigingskracht in de gemeenteraad om het geld beschikbaar te krijgen. ‘Bijna alle fracties deelden de zorg’, vertelt De Vries. ‘Er was een brede roep om iets te doen. Gelukkig maar.’

Lokaal noodfonds

De rijksoverheid geeft dit jaar 17 miljard euro aan koopkrachtmaatregelen uit om de klappen op te vangen van de ongekend hoge inflatie. Toch voelen veel gemeenten de behoefte om meer te doen voor inwoners in geldnood. Al 28 procent van de gemeenten heeft een lokaal noodfonds ingesteld om inwoners door de inflatiecrisis te helpen, bleek onlangs uit een enquête van Divosa, de vereniging van gemeentelijke directeuren in het sociaal domein. Nog eens 9 procent van de gemeenten zit in de verkennings- of ontwikkelingsfase van zo’n fonds.

De bedoeling van het fonds verschilt per gemeente. Vaak is de aanpak gericht op schrijnende gevallen en acute noodsituaties. Een behoorlijk aantal gemeenten biedt ook ondersteuning aan de middeninkomens, die veelal buiten de landelijke regelingen vallen. En in sommige gevallen worden ook de lokale ondernemers en maatschappelijke instellingen (zoals de sportclub of het theater) meegenomen.

‘De groep tot 120 procent kennen we redelijk, maar de groep daarboven komt niet zo snel over de vloer bij de gemeente.’

Wethouder Erik de Vries

Boven bijstandsniveau

Een aantal gemeenten koos ervoor om de voorwaarden voor de energietoeslag te versoepelen, waardoor een grotere groep inwoners in aanmerking komt. De inkomensgrens van 120 procent van het sociaal minimum is door minstens 15 procent van de gemeenten al verhoogd naar 130 procent. Een kleiner aantal gemeenten – waaronder Utrecht, Helmond, Venlo en Leeuwarden – rekt de grens zelfs op tot 150 procent.

Daardoor krijgt ook de groep met een inkomen boven bijstandsniveau toegang tot de regeling. Met andere woorden: mensen die het niet ruim hebben, maar vaak wel gewend zijn om hun geld te verdienen zonder inkomenssteun van de gemeente.

Bereik

Die groep ‘lagere middeninkomens‘ is voor gemeenten een stuk moeilijker te bereiken dan de ‘echte minima’, die vaak al gebruikmaken van een bijstandsuitkering of andere inkomensregelingen. Zo bereikte de gemeente Helmond vrijwel alle inwoners met een inkomen tot 120 procent van het sociaal minimum, maar slechts een kleine 60 procent van de ‘hogere minima-inkomens’.

‘De groep tot 120 procent kennen we redelijk’, legt wethouder De Vries uit. ‘Maar de groep daarboven komt niet zo snel over de vloer bij de gemeente. Daarom hebben we de regeling zo breed als we kunnen onder de aandacht gebracht.’

‘Niets is zo vervelend als zeggen: sorry, u bent te laat, het geld is op.’

Wethouder Erik de Vries

Op de plank

In sommige gemeenten, zo ook in Helmond, is de uitgebreide energietoeslag een onderdeel van een groter pakket aan maatregelen. In het Helmonds koopkrachtfonds zit 10 miljoen euro.

Het grootste deel daarvan ligt echter nog op de plank. Zo’n 1,75 miljoen is al uitgegeven aan de uitbreiding van de energietoeslag, maar de rest van de geld is vrijwel onaangeroerd. Dat komt deels omdat sommige regelingen nog niet van start zijn gegaan. Maar ook de subsidies die al wel beschikbaar zijn, lijken maar langzaam op te starten.

Zo hebben tot nu toe twaalf maatschappelijke organisaties een aanvraag ingediend voor compensatie van de energiekosten en hebben zo’n dertig ondernemers een beroep gedaan op een subsidie voor energiebesparende maatregelen. Van de in totaal 1,75 miljoen euro die beschikbaar is voor beide regelingen samen, is minder dan 60.000 euro uitgegeven.

Ruim gemeten

De Vries: ‘Ik denk dat het gewoon nog wat meer tijd kost. Bij ondernemers hebben we de regeling in januari nog een keer aangekaart, omdat we hebben gemerkt dat die in december vooral bezig zijn met het helpen van klanten. Dus ik verwacht wel dat we nog meer gaan uitgeven. Maar de verwachting is niet dat het hele budget opgaat. We hebben het bewust ruim gemeten. Niets is zo vervelend als zeggen: sorry, u bent te laat, het geld is op.’

Lees de volledige versie van dit artikel in Binnenlands Bestuur nummer 3.

Reacties: 1

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Hielco Wiersma
Het oprichten van noodfondsen voor eventuele verdergaande inkomens- en energieondersteuning is een nationale en geen gemeentelijke taak. Medeoverheden handelen onjuist om via lokaal niveau eigen publiek kapitaal voor deze dossiers in te zetten.
Advertentie