of 59318 LinkedIn

Vier gemeenten gaan weer indiceren op uren in Wmo

De Noord-Brabantse gemeenten Boxtel, Haaren, Sint Michielsgestel en Vught gaan per 2020 stoppen met resultaatgericht indiceren in de Wmo, meldt Zorgvisie. Die methode van inkoop en indiceren leidt tot veel onduidelijkheid bij zorgaanbieders en mensen met een ondersteuningsbehoefte. Wmo-cliënten krijgen weer een uren-indicatie.

De Noord-Brabantse gemeenten Boxtel, Haaren, Sint Michielsgestel en Vught gaan per 2020 stoppen met resultaatgericht indiceren in de Wmo, meldt Zorgvisie. Die methode van inkoop en indiceren leidt tot veel onduidelijkheid bij zorgaanbieders en mensen met een ondersteuningsbehoefte. Wmo-cliënten krijgen weer een uren-indicatie.

Omstreden

Het resultaatgericht indiceren geldt in kringen van cliënten en zorgaanbieders als omstreden. In plaats van een bepaald aantal uren ondersteuning, krijgt een cliënt ondersteuning waarbij het doel leidend is. In de huishoudelijke hulp kan dat bijvoorbeeld een ‘schoon en leefbaar huis’ zijn. Het probleem daarmee ligt voor de hand: over wat schoon of leefbaar precies betekent, kan eindeloos worden gesteggeld. Volgens Zorgvisie zijn zorgaanbieders in de vier Brabantse gemeenten dan ook blij met het besluit. De gemeenten Boxtel, Sint Michielsgestel, en Vught konden het besluit vandaag nog niet aan Binnenlands Bestuur toelichten.

 

Wetswijziging

Gemeenten die resultaatgericht indiceren doen dit doorgaans om kosten te besparen en zorg flexibeler in te kunnen zetten. De Centrale Raad van Beroep (CRvB) oordeelde in maart echter dat de gemeente Enschede geen resultaatgerichte indicaties mag stellen zonder daarbij ook een aantal uren op te geven. De gemeente Steenbergen werd eerder door de CRvB op de vingers getikt omdat zij slechts indicaties op basis van een doel stelde zonder daarbij uren toe te kennen. Ondanks die uitspraken wil minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, Welzijn en Sport, CDA) vasthouden aan het resultaatgericht indiceren. Hij bereidt momenteel een wijziging van de Wmo 2015 voor om ook resultaatgerichte indicaties ‘een plek te geven in de wet.’

 

Belangenorganisatie kritisch over resultaat-indicaties

Ieder(in), de belangenorganisatie voormensen met een beperking en/of een chronische ziekte is kritisch over het voorstel van De Jonge en blij dat Boxtel, Haaren, Sint Michielsgestel en Vught stoppen met het resultaatgericht indiceren. Volgens Liesbeth Moret, juridisch medewerker bij Ieder(in) zijn dit de eerste gemeenten die deze praktijk uitdrukkelijk afzweren. De Gelderse gemeente Doesburg heeft volgens Moret verregaande plannen om er in het komend jaar mee te gaan werken teruggedraaid.

 

Rechtszekerheid

Volgens Moret wordt behalve huishoudelijke hulp, ook resultaatgericht geïndiceerd bij vormen van begeleiding. Daarbij is het doel bijvoorbeeld geformuleerd als ‘de dag doorkomen’ of ‘zinvolle dagbesteding’. ‘Kostenbesparing zal één van de redenen zijn dat veel gemeenten en de minister hiervoor kiezen’, vertelt ze. ‘De minister meent ook dat de uitvoering op die manier flexibeler wordt.’ Flexibiliteit kan volgens Moret ook prima worden gerealiseerd met urenindicaties. ‘Ook dan is het mogelijk om samen met een zorgaanbieder te bespreken waar op een bepaalde dag aandacht aan moet worden besteed.’ Het voornaamste kritiekpunt van Ieder(in) over het resultaatgericht indiceren, is dat een beschikking moet zijn opgesteld op een manier waarop de rechtszekerheid van een cliënt is gewaarborgd. ‘De CRvB stelt dat dit onder de Algemene wet bestuursrecht verplicht is’, aldus Moret.

 

Verschraling zorg

Volgens Moret is onduidelijk of resultaatgericht indiceren ook tot besparingen leidt. ‘Wat wel bekend is, is dat de zorg dan vaak verschraalt, soms met schrijnende gevolgen. Zo ken ik een verhaal van iemand met een chronisch darmprobleem, bij wie het bed eens in de zes weken werd verschoond in plaats van eens per week nadat die persoon een resultaatgerichte indicatie kreeg.’ In gevallen waarin de CRvB een streep door doelgerichte indicaties zette, werd soms ook eenmalig een extra aantal uren toegekend. ‘Om de opgelopen achterstand in de schoonmaak van het huis in te halen. Huizen van cliënten raakten vervuild met alle extra kosten en leed van dien’, aldus Moret.

 

Mooie gedachte Wmo 2015

Ook leidt resultaatgericht indiceren volgens Moret niet tot snellere procedures. ‘Sterker nog, er ontstaat een extra stap in de procedure omdat een cliënt in gesprek moet met de zorgaanbieder over de acties die dan in het ondersteuningsplan moeten worden opgenomen.’ Met uren-indicaties is volgens Moret prima maatwerk te leveren. ‘Daarvoor zijn gemeentelijke protocollen, en bij afwezigheid daarvan een protocol van het Centrum Indicatiestelling Zorg.’ Maatwerk lijdt volgens haar juist onder het resultaatgerichte werken. ‘De inkoop en de geleverde zorg wordt dan juist op gemiddeldes gebaseerd.’ Moret benadrukt dat het doel van de Wmo 2015 is dat mensen met een ondersteuningsbehoefte langer thuis blijven wonen. ‘Als er geen maatwerk meer geleverd kan worden, wordt dit doel steeds lastiger te bereiken. Dan gaat de mooie gedachte van de Wmo 2015 niet meer op.’

  

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.