of 58952 LinkedIn

Verplichte Wgr voor jeugdzorg uit den boze

De VNG vindt dat het kabinet niet wettelijk moet vastleggen dat gemeenten via een gemeenschappelijke regeling bepaalde vormen van jeugdzorg moeten organiseren.

Gemeenten snappen dat er beter moet worden samengewerkt bij de specialistische jeugdzorg. ‘Den Haag’ moet zich echter niet met het ‘hoe’ bemoeien. Het is zorgwekkend dat het kabinet niet extra investeert in de jeugdbescherming.

Teleurgesteld

Dat stelt gemeentekoepel VNG in een brief aan de Tweede Kamer, in reactie op de brief van ministers De Jonge (VWS) en Dekker (Rechtsbescherming) over de (her)inrichting van de complexe jeugdzorg. Die brief is vrijdagmiddag naar de Kamer gestuurd. De ministers stellen daarin onder meer dat gemeenten via een gemeenschappelijke regeling (Wgr) de complexe jeugdzorg regionaal moeten gaan organiseren. Het kabinet bepaalt welke gemeenten verplicht moeten gaan samenwerken en voor welk type zorg. De FNV is teleurgesteld over de uitgewerkte plannen van De Jonge en Dekker. De jeugdbranches spreken van een ‘constructieve basis om volgende stappen te zetten voor een betere organisatie van jeugdhulp en jeugdbescherming’.

 

Blauwdruk

De VNG vindt dat het kabinet niet wettelijk moet vastleggen dat gemeenten via een gemeenschappelijke regeling bepaalde vormen van jeugdzorg moeten organiseren. Ook de plannen van de ministers om te bepalen welke vormen van jeugdzorg regionaal, in een speciale entiteit, moet worden opgepakt, gaat de VNG te ver. ‘Dit zijn onderwerpen die het ‘hoe’ regelen, terwijl dit bij uitstek door gemeenten en regio’s in samenwerking met hun partners wordt opgepakt’, aldus de VNG in haar brief aan de Kamer. ‘Een blauwdruk voor het ‘hoe’ gaat niet werken en gaat voorbij aan de verschillende regionale situaties.’

 

Norm

(Boven)regionale samenwerking is voor een deel van de taken in de Jeugdwet nodig, erkent de VNG. Die samenwerking gaan niet overal even goed of is te vrijblijvend. Daarom wil de VNG tijdens de Algemene Ledenvergadering van 10 juni aan haar leden een ‘Norm voor Opdrachtgeverschap’ voorleggen. Daarin spreken gemeenten zich collectief uit over de wijze waarop ze de onderlinge samenwerking vormgeven. Die norm gaat wat betreft de VNG niet alleen over de jeugd, maar ook over beschermd wonen. In de norm worden afspraken gemaakt over onder meer de gewenste stabiliteit in de regio-indeling; gemeenten kunnen niet eenzijdig uit een regionale samenwerking stappen. Ook worden in de norm afspraken worden gemaakt over de wijze van contractering en het verlichten van de administratieve lasten. Daarnaast moeten gemeenten een regiovisie opstellen en daarbij aanbieders, professionals, kinderen, ouders en samenwerkingspartners betrekken.  

 

Landelijke financiering

Vakbond FNV is zwaar teleurgesteld over de plannen van de ministers en stelt dat de jeugdzorgprofessionals totaal genegeerd zijn. De FNV wil dat de jeugdzorg bij gemeenten wordt weggehaald. Ook willen professionals landelijke financiering die rechtstreeks van het rijk naar de jeugdzorgaanbieders gaat. ‘Wij zien niet hoe de voorgenomen maatregelen gaan bijdragen aan minder tekorten in de sector, de mogelijkheid van een betere cao, het terugdringen van de wachtlijsten en administratiedruk. Allemaal zaken die ook belangrijk zijn om het werken in de jeugdzorg aantrekkelijker te maken en dus bij moeten dragen aan het oplossen van het personeelstekort’, aldus Maaike van der Aar, landelijk bestuurder jeugdzorg bij de FNV.

 

Landelijke inkoop

De Branches Gespecialiseerde Zorg voor Jeugd (BGZJ) staan achter de plannen van de ministers om de regionale samenwerking ‘steviger’ vast te leggen. Maar ook zij zien veel van hun eerder geuite wensen niet terug in de plannen van de ministers. De jeugdzorgbranches hadden onder meer gepleit voor landelijke inkoop en wilden geen nieuwe bovenregionale samenwerkingsverbanden. Ze wilden faire tarieven en stelden dat daarvoor meer nodig is dan een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). ‘We hebben niet op alle punten gekregen waar we op hoopten, maar de voorstellen die er nu liggen vormen een constructieve basis om volgende stappen te zetten’, stelt BGZJ-voorzitter Hans Spigt.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.