of 59147 LinkedIn

Utrecht-West meet resultaten jeugdzorg en Wmo-beleid

Outcome-indicatoren geven Utrecht-West beter inzicht in de resultaten van de jeugdzorg. Nu heeft diezelfde regio ook een eigen meetinstrument gemaakt voor de Wmo. ‘Tot nu toe waren voortgangsgesprekken vooral financieel gedreven, nu kunnen wij ze verdiepen op de inhoud.’

Outcome-indicatoren geven Utrecht-West beter inzicht in de resultaten van de jeugdzorg. Nu heeft diezelfde regio ook een eigen meetinstrument gemaakt voor de Wmo. ‘Tot nu toe waren voortgangsgesprekken vooral financieel gedreven, nu kunnen wij ze verdiepen op de inhoud.’

Uitkomsten

Eén van de eisen waar zorgaanbieders in Utrecht-West aan moeten voldoen, is het meten van resultaten. Met de resultaten van de outcome-indicatoren wil de regio het gesprek met zorgaanbieders aangaan over de kwaliteit en doelmatigheid van zorg en ondersteuning. De outcome-indicatoren zijn door de brancheorganisaties, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) ontwikkeld.

Jeugdhulpverleners geven hun meetgegevens door aan het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) als onderdeel van de beleidsinformatie die ze elk jaar moeten aanleveren. Na verwerking door het CBS worden de gegevens via de jeugdhulpaanbieders gestuurd naar de gemeenten. Helaas publiceert het CBS de uitkomsten niet. Voor de Wmo is geen landelijk instrument beschikbaar. Dus heeft de regio Utrecht-West de jeugdindicatoren aangepast aan de Wmo.

 

Anoniem

Melle Wijma is manager inkoop en monitoring voor de regio Utrecht-West. Samen met projectleider innovatie Marije Schotpoort is hij gestart met een traject dat niet alleen zorggebruik, maar ook de resultaten van geleverde zorg goed in beeld moet brengen. ‘Zo krijgen we een beeld van de zorg op anoniem cliëntniveau, organisatieniveau en wat betreft de leeftijd van de cliënten’, zegt Wijma. ‘Deze informatie gebruiken wij vanuit inkoop en monitoring vooral richting de gemeenten, en dan specifiek de wijkteams, om hen inzicht te geven in het zorggebruik. Maar het is ook bruikbare informatie voor de zorgaanbieders zelf. Want die weten ook niet waar een cliënt na afsluiting van de zorg naartoe gaat en hoe het zorgpad van de cliënt er verder uitziet.’

 

Extreme uitschieters

Uit de zorgpaden in Utrecht-West komt naar voren dat sinds 2015 de daadwerkelijke uitstroom uit de jeugdhulp 40 procent is. Zes op de tien jongeren heeft na drie jaar dus nog steeds hulp. Dan gaat het vaak om meer dan drie zorgtrajecten. Door verlenging van zorg en instroom naar andere zorg komt het voor dat jeugdigen wel twintig zorgtrajecten volgen. Maar er zijn extreme uitschieters naar boven. Wijma: ‘Er zijn ook jeugdigen met wel dertig trajecten. Daar vragen wij ons af wat dan de geboden kwaliteit is en waarom hulp nog steeds wordt verleend.’

Schotpoort: ‘Je geeft hulp aan jeugdigen met bijvoorbeeld de inschatting dat het na een half jaar voldoende moet zijn. Als je steeds zorg moet verlengen, kan dat ook iets over de kwaliteit van de hulpverlening zeggen. Daarom kijken we reikhalzend uit naar de uitkomsten van de outcomedata, die jeugdzorgaanbieders in juli voor het eerst moesten aanleveren bij het CBS. Zijn doelen van de hulpverlening gehaald, is de jongere tevreden?’

 

Wmo-indicatoren

Omdat de landelijke outcome-indicatoren jeugd goed lijken te werken, heeft Utrecht-West (samen met regio Midden IJssel/Oost-Veluwe, Movisie en NJi) nu vergelijkbare indicatoren voor de Wmo bedacht. De vraagstelling van de jeugdindicatoren is iets aangepast, zodat het ook voor oudere cliënten geschikt is.

Het meten van de outcome betekent dat zorgaanbieders eerst doelen van de zorg- en hulpverlening moeten formuleren. Na afloop moet worden bepaald of de doelen zijn gehaald. De cliënt mag ook zelf zijn mening hierover geven. Dit draagt bij aan de kwaliteit van de werkprocessen bij de zorgaanbieder.

 

Betere zorg

Uiteindelijk moeten de inzichten uit de zorgpaden en de outcome-indicatoren Wmo en jeugd leiden tot betere contractgesprekken met de zorgaanbieders en betere zorg in Utrecht-West, aldus Wijma. Als de verbinding is gemaakt tussen zorggebruik en zorgopbrengst, kan er doelgerichte casusregie plaatsvinden. ‘Bijvoorbeeld bij alarmsignalen als zorgpaden van cliënten afwijken. Zo willen wij zorgaanbieders ondersteunen en de zorg verbeteren.’

 

Lees het volledige artikel in Binnenlands Bestuur nr. 21 van deze week

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Jaap van Velzen (adviseur, onder andere tav. voorzieningen) op
Er worden resultaten gemeten. Goeie actie. Beter laat dan nooit. Maar mag dat woord 'outcome' uit het vocabulaire worden geschrapt?