of 59274 LinkedIn

Stoïcijnse reacties op CRvB-uitspraak vorderingen

Moeten gemeenten vrezen voor tientallen miljoenen aan uitstaande bijstandsvorderingen nu de Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft geoordeeld dat de gemeente Rotterdam een bijstandsvordering niet meer kan innen omdat deze na vijf jaar verjaard is? Naar de reacties te oordelen, loopt het niet zo’n vaart. De uitspraak zou vooral het belang van goede administratie en communicatie bij terugvorderingen onderstrepen.

Moeten gemeenten vrezen voor tientallen miljoenen aan uitstaande bijstandsvorderingen nu de Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft geoordeeld dat de gemeente Rotterdam een bijstandsvordering niet meer kan innen omdat deze na vijf jaar verjaard is? Naar de reacties te oordelen, loopt het niet zo’n vaart. De uitspraak zou vooral het belang van goede administratie en communicatie bij terugvorderingen onderstrepen.

Anderhalf miljard aan uitstaande vorderingen

Onder meer RTL Nieuws opperde in haar berichtgeving over de Rotterdamse bijstandszaak dat het vonnis van de CRvB wel eens kan betekenen dat gemeenten tientallen miljoenen aan vorderingen niet meer terug zullen zien. Dát er een berg van bijstandsvorderingen door gemeenten is, werd in januari duidelijk uit onderzoek door Divosa. Eind 2017 bedroeg de som van de ongeveer half miljoen uitstaande bijstandsvorderingen zo’n anderhalf miljard euro. Een bedrag dat de decennia is ontstaan en jaarlijks met gemiddeld 21 miljoen euro groeit. Uit de factsheet van Divosa bleek ook dat iets minder dan een kwart van de vorderingen eind 2017 al 5 jaar of langer liep. Onder de vorderingen van 10.000 euro of meer, is dat meer dan 40 procent.

 

Goed administreren en communiceren

Een Divosa-woordvoerder reageert echter terughoudend op de vraag of de uitspraak een miljoenenafschrijving voor gemeenten betekent. ‘De rechter heeft geoordeeld dat de gemeente Rotterdam in dit geval heeft nagelaten om de vordering goed te administreren en te communiceren. Daardoor kon de gemeente zich niet op stuiting van de verjaring beroepen.’ Het is volgens de woordvoerder niet duidelijk bij welk deel van de openstaande vorderingen is voldaan aan de voorwaarden voor stuiting van verjaring. ‘Dat zullen gemeenten moeten gaan controleren.’

 

Om de vijf jaar verjaring stuiten

Wim Eiselin, als juridisch adviseur bij Stimulansz gespecialiseerd in de Participatiewet, sluit zich aan bij de interpretatie van Divosa. ‘Het lijkt hier inderdaad vooral een kwestie van een goede administratieve behandeling van de terugvordering.’ Eiselin stelt dat gemeenten een vrij groot debiteurenbestand hebben en dat veel vorderingen – vooral bij mensen met een laag inkomen – lastig te innen zijn. ‘Daarbij is het van belang dat de verjaring om de vijf jaar wordt gestuit. Zolang dat gebeurt is de verjaringstermijn gewoon 20 jaar’, aldus Eiselin.

 

‘Aantal vergelijkbare gevallen niet zo hoog’

‘In de praktijk gebeurt dat vooral als er meerdere vorderingen bij één persoon lopen. Een gemeente en een schuldenaar maken dan afspraken over de afbetaling van één vordering. Met betrekking tot de tweede vordering die niet wordt afbetaald, komt dan een administratief proces op gang om de verjaring te stuiten.’ In hoeverre gemeenten hierin bij zijn op schema, is Eiselin niet duidelijk. ‘Daarvoor is echt dieper onderzoek nodig. Hoewel de financiële risico’s moeilijk zijn in te schatten, denk ik dat het aantal gevallen dat vergelijkbaar is met de zaak bij de CRvB niet zo hoog is.’

 

‘Geen beeld van controle op verjaringen’

Wilko Pelgrom, programmamanager bij het VNG Kenniscentrum Handhaving en Naleving reageert ook nuchter op de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. ‘Het is een bevestiging van een aantal oudere uitspraken’, aldus Pelgrom. ‘Het zegt vooral iets over de stuiting van verjaringen en de werkprocessen daaromheen.’ Hoe gemeenten grip houden op de verjaringstermijnen van vorderingen, daar heeft Pelgrom geen zicht op. ‘Ik kan mij voorstellen dat dit per gemeente kan verschillen naar gelang van de omvang van de gemeente en het aantal vorderingen.’ Tot slot wil ook Pelgrom zich niet wagen aan een schatting van het bedrag dat gemeenten wel eens kwijt kunnen zijn. ‘Dat is moeilijk te zeggen en ik wil niet onnodig een verkeerd beeld laten ontstaan. Maar ik denk dat het mee kan vallen.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Heel apart, burger is altijd profiteur en een ambtenaar die 211.000 euro van de burger steelt gaat vrijuit! (Heel apart, burger is altijd profiteur en een ambtenaar die 211.000 euro van de burger steelt gaat vrijuit!) op
Heel apart burger is altijd profiteur en een ambtenaar die 211.000 euro van de burger steelt gaat vrijuit!

Ambtenaren frauderen en stelen van de burger zonder vervolging en of straf, dan moet je wel een balk voor de kop hebben om burgers profiteurs en fraudeurs te noemen, ze doen nl. het zelfde als ambtenaren die jaarlijks miljarden van burgers stelen.

Dus u bent ook minimaal een profiteur, lutser.
Door Spijker (n.v.t.) op
Het is eigenlijk te gek voor woorden dat de echte profiteurs/oplichters hiermee wegkomen. Aanpassing van wetgeving is hier snel noodzakelijk.
Degenen, die tot nu toe op administratief en politiek gebied hebben gefaald of nog steeds falen moeten ook maar eens tekst en uitleg geven over hun nalatig handelen. Vervolgens kunnen eventuele sancties volgen.
Door Manu (beleidsadviseur) op
Als gemeente voor een juridisch correcte stuiting van de verjaring zorgen, is er helemaal niets aan de hand. Paniek om niets.
Door Stoïcijnse reacties op CRvB-uitspraak vorderingen is pure bluf! op
Gemeenten maken veel fouten en vergeten goed te onderzoeken alleen dit al levert veel kwijtscheldingen op. Zodra een gemeente niet meewerkt aan de door de burger gevraagde informatie verstrekking, ambtenaar is wettelijk verplicht alles te verstrekken, is er sprake van onwil en dit levert bij de rechtbank kwijtschelding op. Nu kan niet iedere burger de gang naar de rechtbank zelf regelen en/of betalen en daar maakt de ambtenaar misbruik van. Laag en walgelijk gedrag van de ambtenarij.