of 58952 LinkedIn

Lessen van de Zorgcoöperatie Hoogeloon

Een cliënt, een zorgprofessional en een vrijwilliger (v.l.n.r.) in Hoogeloon.
Een cliënt, een zorgprofessional en een vrijwilliger (v.l.n.r.) in Hoogeloon. © Tom van Limpt

Een nieuwe Taskforce Wonen en Zorg gaat de komende twee jaar gemeenten helpen om de veranderende woon- en zorgbehoeften van ouderen het hoofd te bieden. De inzet is dat senioren zoveel mogelijk in hun eigen buurt kunnen blijven wonen. De Zorgcoöperatie Hoogeloon is al vijftien jaar met die opgave bezig.

Eigen buurt
De Taskforce Wonen en Zorg presenteerde in januari haar werkplan voor 2020. Het consortium van twee ministeries, de VNG en de woon- en zorgkoepels Aedes en ActiZ gaat samenwerking in de driehoek gemeente-woningcorporaties-zorginstanties aanjagen. Daarbij wordt vooral ingezet op het creëren van aanbod in het gat tussen zelfstandig wonen en het verpleeghuis, zodat ouderen zoveel mogelijk in de eigen buurt kunnen blijven wonen.

Hugo Borst
Ouderen langer in de eigen buurt houden: dat doel had de Zorgcoöperatie Hoogeloon in 2005 al voor ogen. Het idee naar een verpleeghuis in Bladel of Hapert te moeten, respectievelijk acht en vier kilometer verderop, was voor veel dorpsbewoners een verschrikking. Liever probeerden ze de zorg dichtbij te organiseren. ‘Eigenlijk het manifest van Hugo Borst avant la lettre’, aldus Marlou Kremer, voorzitter van de zorgcoöperatie.

Professionalisering
In 2005 werd in Hoogeloon de eerste zorgcoöperatie van Nederland opgericht. Inmiddels is er een samenwerking met professionele zorginstelling Joris Zorg opgezet en biedt de coöperatie, naast de wekelijkse maaltijd en de dagbesteding, ook thuiszorg en verpleeghuiszorg. In de ‘zorgvilla’, aan de andere kant van de kerk, wonen nu veertien dementerende ouderen. De zorgcoöperatie wordt gerund door zo’n zestig vrijwilligers en werkt, via Joris Zorg, met ongeveer twintig fte aan professionele zorgverleners. De zorgcoöperatie heeft 245 leden: ongeveer een op de tien dorpsbewoners.

Jonge ouderen
In Hoogeloon zie je duidelijk de potentie van de ‘derde levensfase’: een nieuwe fase die in de loop der jaren tussen de tweede – het werkende leven – en de vierde (vroeger dus de derde) – het pensioen – is ingekropen. Vitale zestigers en zeventigers spelen een cruciale rol in de zorgcoöperatie. De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving noemde deze groep jonge ouderen onlangs ‘het geschenk van de eeuw’. The Economist riep de jaren ’20 uit tot the decade of ‘the yold’ (the young old) en voorspelde dat deze generatie babyboomers de wereld de komende tien jaar opnieuw gaat veranderen, zoals ze al een aantal keer ­eerder in hun leven hebben gedaan.

Zweetvoeten
Hans Adriani, voorzitter van de Taskforce Wonen en Zorg, ziet ook de potentie van deze groep, maar wil verder vooruit kijken. Na de jaren ’20 zal juist deze generatie zelf zorg gaan vragen. ‘En de groep die daar achter komt, is veel kleiner’, aldus Adriani. ‘We agenderen een probleem dat zich de komende vijftien jaar langzaam, bijna sluipend, gaat ontwikkelen. Als je het nu goed doet, dan heb je nog tijd om daar gericht maatregelen op te nemen.’

Ook in Hoogeloon worden de zorgvragen steeds intensiever. Activiteitenbegeleidster Truus heeft haar werk in de loop der jaren zwaarder zien worden. ‘Vroeger kreeg je voor zweetvoeten haast een indicatie voor de dagbesteding’, grapt ze. Nu krijgt ze te maken met steeds kwetsbaardere mensen.

Hofjes
Cees van Boven, bestuurslid van de taskforce en bestuursvoorzitter van Woonzorg Nederland, ziet de toekomst in nieuwe woonvormen waarbij ouderen samenwonen, bijvoorbeeld in hofjes. Woonzorg Nederland is al bezig met het ontwikkelen van zogenaamde Friends-appartementen. Het Knarrenhof in Zwolle, waar ouderen rond twee gemeenschappelijke hofjes met een gezamenlijke huiskamer samenwonen, geldt als lichtend voorbeeld. Maar die nieuwe vormen hoeven niet allemaal in nieuwbouw te worden gerealiseerd, voegt Hans Adriani toe. ‘Het overgrote deel zullen we moeten oplossen in de bestaande woningvoorraad.’

Gelijkgestemden
Ook in Hoogeloon is daar vraag naar, merkt Marlou Kremer. Hoewel nog steeds veel mensen thuis willen blijven wonen, is er voldoende animo voor wat Kremer geclusterd wonen noemt. Ze is aan het uitzoeken hoe de zorgcoöperatie dat zou kunnen aanbieden in het dorp. Onderzoek van seniorenorganisatie KBO-PCOB bevestigt dat de meeste ouderen inderdaad het liefst in hun huidige woning blijven wonen, met de nodige aanpassingen. Toch zegt de organisatie ook opvallend veel vraag te zien naar ‘samenwonen onder gelijkgestemden met zorg dichtbij’. ‘Een woonvorm die er nog te weinig is’, aldus de KBO-PCOB.

Lees het hele artikel in Binnenlands Bestuur nr. 3 van deze week (inlog).

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.