of 62688 LinkedIn

Inclusie Roma gaat met te kleine stapjes

© Shutterstock
© Shutterstock

De integratie van Roma en Sinti in Nederland mag wat sneller gaan. Er is vooruitgang geboekt, maar nu is er vooral inzet nodig voor goede schoolkeuzes en begeleiding naar studie of werk. Gemeenten en rijk moeten de handen ineen slaan. Dat gebeurt te zeer mondjesmaat.

De burgemeester van Nuenen moest er aan te pas komen om een vmbo-school een Sinti-leerling door te laten verwijzen naar een hoger schooltype. De cito-toets was havo-vwo maar de ouders kozen voor de theoretische leerweg van het vmbo en die school liet de leerling toe. Maar de leerling kon veel hoger aan. ‘Waarschijnlijk dacht de school: fijn, een goede leerling, goed voor de doorstroming. En voor de ouders is het voordeel: het is dichtbij, want in Eindhoven of Helmond loert het gevaar, vooral voor de meisjes’, zegt coördinator welzijnsbeleid Natalie van de Rijt.

Leerplichtambtenaar
Voor de pubers en de Roma en Sinti die net volwassen worden is nu volgens de Nuenense beleidsmedewerker te weinig aandacht om ze beter te laten integreren. Niet voor degenen die naar het voortgezet onderwijs gaan en voor hen die ervan afkomen. Van de basisschool vindt te weinig ondersteuning plaats bij de schoolkeuze. Zo zou de school er rekening mee moeten houden dat ouders niet alles lezen. En voor de vmbo geldt dat ze, net als bij een leerling die voor een te hoog
type kiest, ook keuzes voor een te laag type zou moeten afwijzen.

Rol leerplichtambtenaar
Maar ook de gemeente kan een rol spelen: de leerplichtambtenaar zou kunnen helpen bij de keuze voor een opleiding, met huiswerkbegeleiding of met vervoer naar zeg Helmond. Het rijk zou die rol van de leerplichtambtenaar, die nu vooral over verzuim gaat, moeten verzwaren. Er zijn zeven pilots in gemeenten, gericht op Roma- en Sinti-intermediairs die moeten zorgen voor scholing naar de arbeidsmarkt voor jongvolwassenen. ‘In de praktijk lijkt dit zich te richten op het basisonderwijs. De stap naar de arbeidsmarkt blijft zo buiten beeld’, zegt de consultant in Roma en Sinti-zaken, Peter Jorna.

Jeugdzorg
Voorheen was het vraagstuk vooral om kinderen uit beide bevolkingsgroepen naar de voor- en basisschool te krijgen. Nu moet de focus deels verschuiven naar de pubers en de jongvolwassenen, vindt Van de Rijt. Vrouwen van achttien zijn in de Sinti en Roma cultuur huwbaar, dus aan studeren of werk wordt niet zo snel gedacht. Nuenen doet wat ze kan, zegt Van de Rijt, om de 18-jarigen te bereiken. De gemeente begeleidt een paar gezinnen, zeven van de ruim honderd om precies te zijn. Voor de rest is geen tijd en geen geld. Het is intensief en gemeenten lopen al leeg op jeugdzorg. ‘Als we een gezin begeleiden, doen we dat altijd door gesprekken met de ouders en de omgeving te voeren. Dat betekent veel gesprekken en dus een grote inspanning. We willen wel meer gezinnen helpen, maar het geld ontbreekt.’

Europese subsidie
Nederland zou verder moeten gaan dan het nu doet en dat is een verantwoordelijkheid van rijk en gemeenten samen, zegt Peter Jorna. ‘Ons land zet in op de jongere kinderen, onderwijs en op veiligheid – het vertrouwde beleidsterrein – maar nog te weinig op het vervolg: scholing en de jeugdwerkgarantieplannen die de Europese Unie bijvoorbeeld biedt.’ Jorna wijst er op dat er genoeg Europese programma’s zijn die Nederland kan inzetten. ‘Daarbij is dan weer het probleem dat we in Nederland gelijk, generiek beleid voeren voor alle bevolkingsgroepen. Doelgroepenbeleid is immers in 2012 afgeschaft. Ik vind dat Nederland daar te krampachtig over doet, ze doet dat immers in feite al met beleidsmaatregelen die op Roma en Sinti zijn gericht. De EU zegt gewoon: “geen exclusief beleid, maar expliciet beleid”. Geen doelgroepenbeleid maar maatwerk. Daar valt voor iedere stakeholder en ambtenaar mee te leven. Tenzij je gewoon niks wilt, natuurlijk.’

Lees het volledige artikel in Binnenlands Bestuur nr. 6 van deze week (inlog)

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.