of 63946 LinkedIn

Geschillencommissie voor conflicten jeugdzorg

Er komt een geschillencommissie jeugd voor conflicten tussen jeugdzorgregio’s en aanbieders van zogeheten cruciale jeugdzorg, zoals jeugdbescherming, jeugdreclassering en pleegzorg. Dat hebben VNG, ministeries van VWS en Justitie en Veiligheid, de Jeugdautoriteit en de Branches Gespecialiseerde Zorg voor Jeugd (BGZJ) in een convenant afgesproken.

Er wordt een geschillencommissie jeugd in het leven geroepen voor conflicten tussen jeugdzorgregio’s en aanbieders van zogeheten cruciale jeugdzorg, zoals jeugdbescherming, jeugdreclassering en pleegzorg. Als bemiddeling bij geschillen tijdens het inkoopproces en/of tijdens de looptijd van het contract tot niets leidt, kan het conflict bij de geschillencommissie worden neergelegd.

Bindend oordeel

Het oordeel van de geschillencommissie jeugd is in principe bindend, maar er kan door betrokken partijen worden gekozen voor een zwaarwegend advies. Bij een bindend advies is achteraf alleen een marginale toetsing van het proces door de rechter mogelijk. Bij een zwaarwegend advies blijft de mogelijkheid van inhoudelijke toetsing door de rechter bestaan.

 

Convenant

Dit is een van de afspraken die in het convenant ‘Bevorderen Continuïteit Jeugdhulp’ zijn vastgelegd om de continuïteit van de jeugdhulp te bevorderen en dat door onder meer gemeentekoepel VNG en het ministerie van VWS is ondertekend. Onderzocht wordt of de geschillencommissie kan worden verbreed naar andere onderdelen van het sociaal domein.

 

Continuïteit onder druk

Die continuïteit is de afgelopen jaren in bepaalde regio’s regelmatig onder druk komen te staan, zoals bij Gecertificeerde Instellingen (GI’s, jeugdbescherming) in Zeeland en recent in Noord-Brabant. Oorzaken zijn niet alleen financiële problemen van jeugdzorgaanbieders, maar ook daling van de instroom of uitstroom of personeelstekorten. Om in de toekomst te voorkomen dat de jeugdhulp aan jeugdigen en hun ouders of wettelijke vertegenwoordigers (tijdelijk) wegvalt, hebben de convenantpartijen afspraken gemaakt over hoe te komen tot faire tarieven en wat te doen als er problemen dreigen te ontstaan. Het convenant is, naast de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en VWS, donderdag ondertekend door het ministerie van Justitie en Veiligheid, de Jeugdautoriteit en de Branches Gespecialiseerde Zorg voor Jeugd (BGZJ).

 

Tarieven

Om als gemeenten en aanbieders ‘het goede gesprek’ te voeren over opbouw en totstandkoming van tarieven, zoals de convenantspartijen het noemen, is een handreiking ‘Inzicht in tarieven’ opgesteld. Die wordt vanaf nu gebruikt door gemeenten en aanbieders, zo is afgesproken. Tijdens dat gesprek moeten aanbieders in ieder geval de opbouw van hun kostprijs inzichtelijk maken. De Jeugdautoriteit houdt in de gaten of het goede gesprek over tarieven wordt gevoerd en of daarbij de afgesproken handreiking wordt gebruikt.

 

Signalen

Voor het geval de continuïteit jeugdhulp toch onder druk komt te staan, is nu vastgelegd wie op welk moment bij wie aan de bel moet trekken en welke concrete acties ondernomen moeten worden. Toen Jeugdbescherming Brabant onlangs een cliëntenstop afgekondigde, was dat voor minister Dekker (Rechtsbescherming) een totale en onaangename verrassing, zo stelde hij vorige week in een Kamerdebat. Dat mag niet gebeuren, zo vinden de convenantpartijen. Om te voorkomen dat moet worden ingegrepen als het al te laat is, zijn tussen de partijen afspraken gemaakt over het tijdig aanleveren, verzamelen en verwerken van informatie. De Jeugdautoriteit krijgt nu vaak pas (te) laat signalen dat er problemen zijn. Als er eerder aan de bel wordt getrokken, kan de Jeugdautoriteit eerder ondersteuning bieden.

 

Faillissement

Mocht deze vroegsignalering niet werken en er sprake is van een zorgelijke situatie treedt het draaiboek ‘Continuïteit jeugdhulp’ in werking, zo is verder afgesproken. Het gaat daarbij om een situatie waarbij de solvabiliteit van de aanbieder onder de twintig procent komt, de rentabiliteit circa break-even is en/of er een lichte druk op de liquiditeit bestaat. Aanbieders en gemeenten moet samen een herstelplan maken. Als de uitvoering daarvan onvoldoende soelaas biedt, moeten zij samen een continuïteitsplan maken, waarbij eventueel naar andere aanbieders wordt gekeken die de zorg kan overnemen. Draait het toch uit op een faillissement, zijn ook daar de te nemen stappen voor elke speler vastgelegd.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.