Advertentie
sociaal / Nieuws

‘Ik wil vaker de randen opzoeken’

Wethouder Michiel Grauss over zijn missie om het Rotterdamse armoedebeleid te hervormen.

10 maart 2022
Wethouder Michiel Grauss
Wethouder Michiel Grauss Fotograaf: Casper Rila

Michiel Grauss werd vier jaar geleden de eerste armoedewethouder van Rotterdam. Hij gooide het roer om, testte nieuwe werkwijzen, en zocht soms de randen van de wet op. Grauss: ‘Ik denk dat we aan kunnen tonen dat deze koers én socialer én effectiever is.’

Eén zetel

De Rotterdamse ChristenUnie-SGP-fractie had na de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 slechts één van de 45 zetels bemachtigd. Toch wist de partij een eigen wethouder uit het vuur te slepen. Een deeltijdwethouder weliswaar, maar wel op een thema dat een belangrijke rol had gespeeld in de verkiezingscampagne: armoede. Michiel Grauss mocht de nieuwe rol gaan vervullen. Hoe kijkt de wethouder terug op zijn collegeperiode als Rotterdams eerste armoedewethouder?

Mensbeeld

Grauss stelt dat er de afgelopen collegeperiode een ‘gigantische verandering van koers’ is ingezet. Zo is er 11 miljoen euro per jaar extra geïnvesteerd in armoedebestrijding, waarmee de bezuinigingen van het vorige college zijn teruggedraaid. Ook gaat het huidige beleid van een ander mensbeeld uit. Grauss: ‘Het vorige college werd gevormd door het CDA, D66 en Leefbaar Rotterdam. Die hebben zwaar bezuinigd op armoede. En die hadden een hele andere benadering van omgaan met schulden. Er zat ook iets in van: als jij schulden maakt, mag je het wel voelen. Schulden zijn je eigen schuld. Dus het taboe en de schaamte werden alleen maar groter. En de afstand tot de overheid ook.’

Op pad

Grauss vaart in zijn beleid op advies van zowel ervaringsdeskundigen als wetenschappers. ‘Ik ben veel op pad gegaan met ervaringsdeskundigen, om het echte verhaal te horen en te proberen dat te snappen. Daarnaast willen we wetenschappelijke inzichten gebruiken, om te onderzoeken wat effectief is.’ Zo heeft het college een vierjarig onderzoeksprogramma ingesteld, samen met de Erasmus Universiteit en de Hogeschool Rotterdam, om meer te weten te komen over effectieve interventies tegen kinderarmoede. Wethouder Grauss noemt de stad zelfs een laboratorium voor effectief armoedebeleid.

Eigenwijze koers

Het beleid van Grauss werd ook getypeerd door een eigenwijze koers in de steun aan slachtoffers van de toeslagenaffaire. Hij zocht de grenzen van de privacywet op om in contact te kunnen komen met gedupeerde ouders. Ook koos hij ervoor om de schulden van de gedupeerden in een schuldentraject voortijdig kwijt te schelden, terwijl alle andere gemeenten nog wachtten op de landelijke regeling daarvoor. Een opvallend besluit voor een wethouder die zich als ‘een zeer gezagsgetrouwe bestuurder’ beschrijft. Bovendien gaf hij het geld dat gedurende het schuldentraject al was afgelost weer terug aan de gedupeerden. Dat werd niet door het rijk vergoed, dus het bedrag moest uit de gemeentekas worden betaald. Toch heeft Grauss er geen spijt van. ‘Principes hebben een prijs’, vindt hij. Sterker nog, er mag een schepje bovenop. ‘Mocht ik nog vier jaar doorgaan, dan zou ik nog vaker de randen opzoeken of overschrijden.’

‘Ik ben veel op pad gegaan met ervaringsdeskundigen, om het echte verhaal te horen.’

Wethouder Michiel Grauss

De beleidsmatige koerswijziging is nu bijna vier jaar geleden ingezet. Merken de ervaringsdeskundigen met wie u spreekt daar al wat van?

‘Ja, ik denk dat de stad een grote verandering ervaart. Een overheid die met ze samenwerkt, die bescheiden probeert te zijn en probeert te luisteren, dat is echt een hele grote verandering. Ze zeggen waarschijnlijk ook: Michiel, je moet nog drie keer harder gaan. En terecht. Maar het verschil tussen de vorige collegeperiode en deze is voor de ervaringsdeskundigen groot. En tegelijkertijd, als iemand een vervelende blauwe envelop krijgt, dan zijn we met z’n allen de overheid, hè. Dus ik ga echt niet zeggen dat iedereen die je op straat spreekt zal zeggen: die Grauss, die kennen we, daar hebben we mee geknikkerd, daar zijn we blij mee. Nee. Maar de mensen met wie we contact hebben, de mensen die meedenken, ik denk dat die over het algemeen wel positief zijn.’

U hebt de afgelopen periode nieuwe werkwijzen uitgeprobeerd. Welke elementen zijn het meest succesvol?

‘Ik denk dat de stress-sensitieve aanpak – weten wat stress met je hersenpan doet – effectief is gebleken. Want dat is ook de basis voor een hele sociale aanpak op allerlei domeinen, waar armoede er één van is. Daardoor ga je niet tegen mensen inwerken, maar ga je mét ze werken. En dat is een van de redenen waarom we jongeren en volwassenen die in de schulden zitten sneller vinden. En hoe sneller we ze vinden, des te sneller komen ze uit de schulden. Ik denk dat we aan kunnen tonen dat deze koers én socialer én effectiever is. Dus dat het ook geld voor de stad oplevert.’

Lees de rest van dit interview in Binnenlands Bestuur nummer 5.

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Advertentie