Advertentie
sociaal / Nieuws

Pad inburgering statushouders vol hobbels

Omdat het aantal inburgeraars groter is dan verwacht, zijn gemeenten bang dat het geld voor de inburgering van statushouders opraakt.

25 mei 2023
Inburgering
ANP

De nieuwe inburgeringswet, die statushouders zou moeten helpen om zo snel mogelijk hun weg te vinden in de Nederlandse maatschappij, wordt geteisterd door allerlei opstartproblemen. In de context van een woningnood en een asielcrisis komt het nieuwe stelsel maar moeilijk van de grond.

Beleidsmedewerker RO

JS Consultancy
Beleidsmedewerker RO

Verbindend senior adviseur NIS 2 voor overheidsentiteiten

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Verbindend senior adviseur NIS 2 voor overheidsentiteiten

Betaald werk

Mensen die in Nederland inburgeren moeten ‘snel en volwaardig meedoen aan de samenleving, liefst via betaald werk’ – dat is het doel dat de regering wil bereiken met de nieuwe inburgeringswet die in 2022 in werking trad. Maar anderhalf jaar na de invoering van het nieuwe stelsel is het duidelijk dat dat doel nog ver weg is.

‘De omstandigheden om van deze wet een succes te maken, zijn eigenlijk heel slecht’, zegt Patrick van der Hijden, directeur van Open Embassy, een social enterprise die gemeenten traint en adviseert op het gebied van inburgering. Voorheen waren inburgeraars teveel op zichzelf aangewezen, onder de nieuwe wet zou de overheid weer meer begeleiding en maatwerk gaan bieden. Maar al voor de invoering was duidelijk dat het succes van de wet, hoe goed ook op papier, zou vallen of staan bij de uitvoering op lokaal niveau. En die uitvoering verloopt nog niet bepaald soepel. Dat komt deels door externe factoren – de asielcrisis, de woningnood en het personeelstekort maken het er niet makkelijker op. Maar het heeft ook te maken met knelpunten in de wetgeving.

In de wielen

Probleem één: inburgeraars beginnen te laat met het proces omdat ze, vanwege de woningnood, lang moeten wachten op plaatsing in een gemeente. Daardoor blijven ze te lang in een azc zitten, waar ze weinig kunnen doen aan inburgering. ‘In de noodopvang doen mensen letterlijk niks’, zegt zijn collega Tamer Alalloush. Er is wel een zogenaamd voorinburgeringstraject in het azc, maar dat stelt niet overal evenveel voor. Ondertussen wacht de klantmanager van de gemeente waaraan de inburgeraar is gekoppeld meestal totdat de statushouder een woning heeft gekregen in de gemeente. ‘De opvangcrisis loopt de inburgeringswet waanzinnig in de wielen’, vat Van der Hijden samen.

Rechtsongelijkheid

Een ander probleem is dat er grote verschillen zijn in de dienstverlening van gemeenten. Alalloush: ‘Een nieuwkomer in de ene gemeente krijgt een laptop aangeboden, maar een neef of tante twintig kilometer verderop krijgt dat niet. Dat zorgt voor onbegrip en wantrouwen.’ Maar de verschillen gaan nog verder dan dat, zegt Van der Hijden: ‘In de gemeente x is je kans om aan een baan te komen, om goed Nederlands te leren, om je kinderen naar een goede school te kunnen sturen, een stuk kleiner dan in gemeente y. Maar als nieuwkomer heb je het niet voor het uitkiezen. Er zit dus rechtsongelijkheid ingebouwd in de wet.’

Valse start

D66-wethouder Jorik Huizinga, die in Doetinchem verantwoordelijk is voor inburgering, heeft een iets optimistischer blik op het nieuwe stelsel. Hij benadrukt dat sommige onderdelen van het nieuwe stelsel wel degelijk op gang zijn gekomen, zoals de brede intake: het begin van het inburgeringsproces, waarbij de klantmanager samen met de inburgeraar een plan maakt voor het verloop van het proces. Toch ziet hij ook dat een aantal onderdelen nog niet zo goed lopen als gehoopt. ‘We zijn begonnen met een valse start’, legt hij uit. Dat komt omdat gemeenten pas eind maart vorig jaar van DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs) de juiste gegevens van de inburgeringsplichtigen kregen.

Woningmarkt

Daarnaast ziet hij ook dat de krappe woningmarkt roet in het eten gooit. ‘Op dit moment zitten er bijvoorbeeld mensen in de crisisnoodopvang in Doetinchem die zijn gekoppeld aan de gemeente Amsterdam of Eindhoven. Het is praktisch gezien moeilijk om dan al vanuit de opvang te beginnen met inburgeren.’

Een andere tegenvaller is dat de zogenaamde onderwijsroute nog niet overal kan worden aangeboden. Al voor de invoering van de wet bleek dat de oorspronkelijke budgetten onvoldoende waren om de onderwijsroute te kunnen aanbesteden. Gemeenten konden simpelweg geen onderwijsinstellingen vinden die bereid waren om tegen het beschikbare budget een opleiding aan te bieden. Daarop besloot het rijk om de middelen voor de onderwijsroute eenmalig op te plussen. Dat biedt enig soelaas, zegt Huizinga, maar toereikend is het niet.

Plafond

Huizinga heeft nog meer financiële zorgen: omdat het aantal inburgeraars groter is dan verwacht, bestaat het risico het geld opraakt. Dat zit zo: de begroting van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, waar de inburgeringsmiddelen vandaan komen, is ingesteld op een lager aantal inburgeraars, omdat de prognoses destijds lager waren. Extra uitgaven vanwege een hoger aantal inburgeraars moeten gemeenten dit jaar zelf voorschieten, en worden in 2024 gecompenseerd, heeft het ministerie beloofd. ‘Wij voorzien dat we al dit jaar het plafond bereiken, waardoor SZW toch echt de begroting zal moeten aanpassen. Maar we zien nog niet dat het ministerie daarop anticipeert’, aldus Huizinga. ‘Als het plafond halverwege dit jaar in beeld komt, wat wij voorspellen, dan hebben we een probleem. Dan moeten we nee verkopen aan inburgeraars, en dat kan niet.’

Lees het volledige artikel in Binnenlands Bestuur nr. 10 van deze week. (inlog)

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Advertentie