Advertentie
sociaal / Nieuws

CPB: armoede daalt door koopkrachtplannen kabinet

De armoede daalt in 2023 tot onder het niveau van 2021, verwacht het CPB, maar dat komt vooral door tijdelijk beleid.

20 september 2022
Vrouw met beperkt budget.
ANP (Patricia Rehe)

Dankzij een historisch koopkrachtpakket van 17 miljard euro gaan de armste huishoudens er volgend jaar flink op vooruit, volgens doorrekeningen van het Centraal Planbureau. Daarmee wordt het verlies aan koopkracht van dit jaar voor hen meer dan gecompenseerd. Dat geld echter niet voor alle andere inkomensgroepen.

Flinke klap 

Al eerder was bekend dat de koopkracht in 2022 een flinke klap krijgt. Het gemiddelde huishouden gaat er maar liefst 6,8 procent op achteruit. De maatregelen die het kabinet in de Miljoenennota aankondigt, zorgen in 2023 voor een verbetering van de koopkracht van 3,9 procent. Het verlies van 2022 wordt dus maar deels gecompenseerd. Dat blijkt uit de Macro Economische Verkenning van het Centraal Planbureau (CPB).

Gecompenseerd

Voor de laagste inkomensgroepen is dat beeld echter anders. Die gaan er dit jaar weliswaar 5,3 procent op achteruit, maar kunnen volgend jaar een plus van 7,4 procent verwachten. Voor hen wordt de klap van de opgelopen inflatie dus wel volledig gecompenseerd. Voor uitkeringsgerechtigden is de groei nog een stuk groter. Voor hen geldt dat ze dit jaar 1,9 procent aan koopkracht verliezen, maar er volgend jaar 8,5 procent bij krijgen.

Tijdelijk

Dat betekent ook dat er naar verwachting in 2023 minder mensen in armoede leven dan in 2021. Het aantal mensen dat onder de armoedegrens leeft, loopt in 2022 op tot 6,7 procent van de bevolking, maar daalt in 2023 tot 4,9 procent. Eerder was juist een stijging tot 7,6 procent voorspeld. Het CPB merkt wel aan dat deze effecten vooral voortkomen uit tijdelijk beleid. Als dat niet wordt voortgezet, dan zal in 2024 de armoede weer stijgen en de koopkracht dalen.

'Het koopkrachtpakket geeft vooral huishoudens met de laagste inkomens tijdelijk verlichting'

Pieter Hasekamp, directeur CPB

Historisch

Prinsjesdag 2022 stond in het teken van de koopkrachtcrisis als gevolg van de sterk gestegen energieprijzen. Koning Willem-Alexander opende zijn troonrede met het onderwerp, en ook minister Kaag van Financiën begon haar toespraak aan de Tweede Kamer met een verwijzing naar de hoog opgelopen inflatie. Ze noemt het maatregelenpakket 'historisch in omvang'.

Energietoeslag

In totaal wordt er 17 miljard euro gestoken in het stutten van de koopkracht. Daarvan is zo'n 12 miljard bestemd voor tijdelijke maatregelen. De energietoeslag van 1300 euro voor minimahuishoudens, die via gemeenten wordt uitgekeerd, wordt in 2023 voortgezet. Ook gaan de zorgtoeslag en het kindgebonden budget omhoog, en blijven de brandstofaccijnzen, net als dit jaar, verlaagd.

Minimumloon

De overige 5 miljard euro gaat naar structurele maatregelen. Zo wordt het minimumloon met 10 procent verhoogd. Dat betekent dat de gekoppelde uitkeringen, waaronder de AOW en de bijstand, met hetzelfde percentage stijgen. Daarnaast gaat de arbeidskorting omhoog en het tarief van de eerste schijf van de inkomstenbelasting omlaag. Ook de huurtoeslag wordt blijvend verhoogd.

Niet iedereen

'Het koopkrachtpakket geeft vooral huishoudens met de laagste inkomens tijdelijk verlichting', zegt CPB-directeur Pieter Hasekamp. Het CPB onderzocht met een zogenaamde stresstest hoeveel huishoudens door blijvend hoge energieprijzen in geldnood zouden kunnen komen. Het blijkt dat het beleid uit de Miljoenennota zorgt voor bijna een halvering van het aantal huishoudens met risico op betalingsproblemen. 'Tegelijk laat onze stresstest zien dat niet iedereen wordt bereikt, zeker niet als de gasprijs nog hoger uitpakt', aldus Hasekamp. 'Vooral huishoudens met een hoog energieverbruik en een inkomen net boven het sociaal minimum lopen risico op financiële problemen.'

Plafond

In de doorrekeningen van het CPB is nog niet meegenomen dat er in 2023 mogelijk een prijsplafond komt voor energie. Ook dat maakte het kabinet op Prinsjesdag bekend, maar de details daarvan moeten nog worden uitgewerkt. Het prijsplafond is een tijdelijke maatregel die geldt vanaf 1 januari 2023 tot het einde van het jaar. Een gemiddeld huishouden bespaart daarmee 2280 euro op jaarbasis, verwacht het kabinet – hoewel die schatting 'omgeven met onzekerheden' is.

Gemiddeld verbruik

Het prijsplafond zou betekenen dat elk huishouden een standaard maximumbedrag betaalt voor gemiddeld energieverbruik. Voor al het verbruik daar bovenop, wordt wel de marktprijs betaald. Zo blijft er een prikkel bestaan om energie te besparen. Hoeveel het prijsplafond de overheid gaat kosten, is nog onduidelijk. Wel kan de 5,4 miljard euro worden ingezet die bedoeld is voor de verlaging van de energiebelasting, want die kan worden geschrapt als het prijsplafond inderdaad doorgaat. Ook rekent het kabinet op een bijdrage uit Brussel, want de Europese Commissie heeft aangekondigd geld op te halen bij energieproducenten die profiteren van de hoge energieprijzen. Die middelen kunnen vervolgens worden ingezet om de energierekening voor consumenten te verlagen.

Reacties: 2

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

P. Smit
Goedkope sigaar uit eigen doos. € 50 miljard extra inkomsten belastingen/heffingen energie in 2023.
Uw emailadres wordt enkel gebruikt om mogelijk contact met u op te nemen naar aanleiding van uw bericht en is enkel zichtbaar voor de redactie.
Hielco Wiersma
Eerst zien en dan geloven.
Uw emailadres wordt enkel gebruikt om mogelijk contact met u op te nemen naar aanleiding van uw bericht en is enkel zichtbaar voor de redactie.
Advertentie