sociaal / Partnerbijdrage

De Participatiewet in balans. Deel 3

Een breder perspectief op participatie door Adviseur Frans Kuiper.

29 juli 2022
Frans Kuiper

In juli en augustus bespreekt de redactie van onze juridische kennisbank Inzicht Sociaal Domein wekelijks een ander thema uit het onlangs verschenen rapport ‘De Participatiewet in balans’. Dit rapport bevat de uitkomsten van een analyse van de Participatiewet en een overzicht van beleidsopties en oplossingsrichtingen voor verbetering van de wet. Hierbij staan eenvoud, uitvoerbaarheid en de menselijke maat centraal. Deel 2 gemist? Klik hier.

Een breder perspectief op participatie, wat houdt dat in?

De geüniformeerde arbeidsverplichtingen gelden voor iedereen die een uitkering van de Participatiewet ontvangt, behalve voor de mensen die zijn vrijgesteld. Voor een grote groep (tot ongeveer 60%) sluiten deze verplichtingen niet aan bij hun situatie. Voor veel mensen is snelle inschakeling in werk geen reëel perspectief. Zij hebben om uiteenlopende redenen een te grote afstand tot de arbeidsmarkt. Dat wil niet zeggen dat deze mensen geen bijdrage aan de samenleving willen of kunnen leveren. Vrijwilligerswerk of mantelzorg, maar ook het doen van een opleiding zijn vaak wel haalbaar. Het is belangrijk dat de activiteiten aansluiten en passen bij de mogelijkheden van de persoon. Mensen zijn onderling sterk verschillend en hebben ook behoefte aan passende ondersteuning. Door differentiatie aan te brengen in de ondersteuning voelen mensen zich meer gehoord en komt er meer ruimte voor maatwerk en de menselijke maat. De geüniformeerde verplichtingen moeten dan ook plaats maken voor gedifferentieerde verplichtingen. Voor mensen zonder reëel perspectief op werk vervallen de arbeidsverplichtingen en wordt gekeken naar een andere vorm van ondersteuning. Hierbij is de eigen inbreng van de bijstandsgerechtigde leidend.

Er is een verdeling in de ‘korte’ termijn (spoor 1, implementatie niet eerder dan 2024) en de lange termijn (spoor 2) gemaakt. Beide sporen starten al wel deze zomer.

Spoor 1

Het eerste spoor bevat 2 beleidsopties, let wel opties. Beide behelzen wetswijzigingen.

C1 Recht op eigenstandig vormgeven van participatie, bij bijstandsgerechtigden voor wie arbeidsin­schakeling buiten beeld is. Hiermee vervalt de noodzaak voor deze mensen om vooraf toestemming te vragen voor het doen van vrijwilligerswerk of het volgen van een opleiding.

C2 Bied meer ruimte voor opleidingen. Nu zijn deze gebonden aan het kunnen verrichten van algemeen geaccepteerde arbeid, dus als iemand nog geen startkwalificatie heeft.

Spoorslags 1

Hoewel gemeenten vooralsnog gehouden zijn de arbeidsverplichtingen op te leggen, kunnen ze bij de invulling van het Plan van Aanpak (artikel 44a) al wel meer maatwerk bieden en aansluiten bij de mogelijkheden van mensen. Door de dalende instroom in de bijstand kan de gemeente de focus meer verleggen naar het bestaande bestand en in beeld brengen wat de mogelijkheden en wensen van de mensen zijn. Ook kunnen alvast afspraken gemaakt worden met het maatschappelijk middenveld, om zo te anticiperen op de groeiende vraag naar ondersteuning en vrijwilligersplekken.

Spoor 2

Spoor 2 bevat 5 beleidsopties:

C3  Onderzoek de mogelijkheden tot participatie in de Participatiewet (en de definiëring daarvan). Hierbij wordt rekening gehouden met de relatie met participatiemogelijkheden in de Wmo.

C4  Verken in hoeverre onderdelen/begrippen in de Participatiewet moeten worden aangepast om de ambities inzake passende ondersteuning te realiseren. Dit is ook aangegeven in het coalitieakkoord.

C5  Verken hoe de werkwijze rondom de taaleis kan aansluiten bij de behoefte van gemeenten. De effectiviteit van de taaleis zou groter kunnen zijn als gestreefd kan worden naar een haalbaar taalniveau per bijstandsgerechtigde.

C6  Herijk het begrip tegenprestatie en herpositioneer dit instrument in samenhang met andere instrumenten in de Participatiewet, zoals vrijwilligerswerk en sociale activering.

C7  Herzie het begrip algemeen geaccepteerde arbeid.

Spoorslags 2

Gemeenten kunnen alvast een 1e  stap maken met integrale beleidsvorming en uitvoering. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de overgang van dagbesteding naar (beschut) werk. Hiervoor is een goede integrale visie (WMO en PW) op participatie van belang. Stimulansz helpt beleidsmedewerkers met het ontwikkelen van zo’n integrale visie op het sociaal domein.

Daarnaast kunnen gemeenten al starten met het werken vanuit het effect. Met welke ondersteuning is de persoon nu het beste geholpen? De methodiek van de Omgekeerde Toets is hiervoor zeer bruikbaar. Stimulansz ondersteunt gemeenten bij het implementeren van die Omgekeerde Toets.

Spoor bijster?
 

Wij volgen het rapport en de uitwerking ervan op de voet. Blijf ons volgen! Heeft u een abonnement op Inzicht Sociaal Domein? Dan kunt u ook vragen stellen aan onze helpdesk! Volgende week verschijnt de uitwerking van het 4e thema: Uitstroom stimuleren door minder belemmeringen.

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.