Advertentie
sociaal / Nieuws

Niet elke fout blijkt fraude te zijn

Rotterdam deelde bijna evenveel bijstandsfraudeboetes uit als Amsterdam, Den Haag en Utrecht samen. Door datavergelijking daalde dat aantal.

25 april 2022
Tandenborstels
Shutterstock

De Raad voor Rechtsbijstand beschikt over data over juridische procedures tussen gemeenten en burgers. Daarmee kunnen lokale overheden het beleid in het sociale domein aanpassen. In Rotterdam werden fors minder fraudebesluiten genomen.

De Raad voor Rechtsbijstand zit op een goudmijn. Van data. Ze weten precies voor welke juridische geschillen gesubsidieerde rechtsbijstand wordt ingezet en of er burgers zijn die meerdere geschillen hebben met gemeenten. Ideaal om te benchmarken. Vooral de toevoegingen die de Raad verstrekt voor Participatiewet-kwesties zijn waardevol. Niet alle gemeenten houden immers even netjes bij om welke aantallen het steeds gaat. Nu worden ze keurig in een dashboard gepresenteerd en kunnen gemeenten met wie een data-dialoog is gevoerd, daar kennis van nemen en, indien nodig, hun beleid in het sociale domein aanpassen.

Naming & shaming

‘Gemeenten kunnen zich beter vergelijken met andere gemeenten, bijvoorbeeld of ze meer of minder responsief werken. Wij hebben de data, gemeenten kunnen daarmee hun beleid onderzoeken,’ zegt Jacomine Kuijt, senior beleidsmedewerker bij de Raad.

Wie in conflict komt met de gemeente, en het wordt een juridisch oplopend geschil, kan een advocaat in de arm nemen. Als wordt voldaan aan bepaalde voorwaarden – een laag inkomen en vermogen van de burger, de complexiteit van de zaak, kunnen burgers een toevoegingsadvocaat inschakelen. Vroeger sprak men van een pro deo-advocaat.

Welke gemeenten het goed doen (weinig procederen tegen hun burgers) of juist niet, dat volgt niet uit het dashboard. En dat willen ze bij de Raad ook liever zo houden: geen naming & shaming, zegt Kuijt. ‘Onder juridische geschillen liggen veel factoren. Door omgevingsfactoren kan de problematiek in de ene gemeente vaker voorkomen dan elders. We hadden een gemeente met relatief veel strafzaken, na onderzoek bleek dat er een bende was opgerold. Je kunt dus niet zeggen dat het een “criminele gemeente” is, ook al lijken de cijfers dat in eerste instantie uit te wijzen.’

Informele aanpak

Inmiddels begint zich uit de data een landelijke beeld af te tekenen, concluderen Kuijt en haar collega Karima Achefai. Mogelijk bestaat er een correlatie tussen gemeenten die succesvol zijn in de ‘responsieve aanpak’ en het aantal procedures bij de rechter – hoewel de data dit nog niet aantonen. Die aanpak behelst dat ambtenaren snel een burger bellen over een zaak en deze niet op de spits drijven met juridische procedures.

De vraag is, reageert Achefai, hoe je op een andere manier kunt kijken naar conflicten tussen burgers en overheid? De data beogen niet het aantal toevoegingen te laten afnemen en het is geen einddoel dat het aantal procedures wordt geminimaliseerd, zegt Kuijt. ‘Procederen is een vorm van rechtsbescherming en heeft ook goede jurisprudentie opgeleverd. Daar hebben we allemaal baat bij. We moeten wel oppassen voor escalatie. De burger staat op een achterstand als gemeenten niet alleen hun eigen juristen inzetten, maar ook advocaten van grote kantoren. Die ongelijkheid is ongewenst.’

Menselijke maat

Door de cijfers van de Raad voor Rechtsbijstand zijn er in Rotterdam al andere inzichten ontstaan, nadat bleek dat die gemeente de Participatiewet erg streng uitvoert en dat er fors meer procedures worden gevoerd vergeleken met bijvoorbeeld Amsterdam. Paula van Selm-Fruijtier, teamleider bezwaarschriften bij de afdeling Werk en Inkomen, herkent dat beeld – en er zijn inmiddels aanpassingen doorgevoerd. Dat komt niet alleen door het dashboard. Mede door corona, zegt Van Selm-Fruijtier, is het aantal bijstandbezwaarschriften al sterk gedaald. Fraudeteams hebben door de pandemie hun werk minder goed kunnen doen. Maar ook veranderde het beleid. ‘We gingen meer de menselijke maat hanteren, we handhaafden minder strikt. We namen meer en eerder contact op met bezwaarmakers, wat leidde tot minder handhavingsbesluiten.’

Repressief klimaat

Rotterdam zelf had ook baat bij de benchmark: de stad bleek ‘koploper’ (zegt Van Selm-Fruijtier) te zijn op het gebied van handhaving in het sociaal domein. Het aantal fraudeboetes op grond van de Participatiewet was bijna net zo hoog als Amsterdam, Den Haag en Utrecht bij elkaar. ‘De verschillen met andere steden zijn opmerkelijk, we voeren dezelfde wet uit. Toch gold in Rotterdam jarenlang een repressief politiek klimaat. Mede door Leefbaar Rotterdam zaten we strikt op handhaven, nu is dat veranderd. Werk en Inkomen heeft haar eigen werkwijze en beleid onder de loep genomen, waardoor het aantal boetebezwaarschriften enorm is verlaagd’, aldus Van Selm-Fruijtier. ‘Een voorbeeld. Kreeg iemand na een uitkering een baan, dan moest hij binnen veertien dagen zijn loonstrook opsturen. Dan kon Werk en Inkomen zien of een deel moest worden terugbetaald. Kwam de loonstrook te laat, dan volgde direct een boete.’

Loonstrook

Uit de benchmark leerde Rotterdam dat Amsterdam het anders aanpakte. ‘Daar zeggen ze: gefeliciteerd met uw baan, dat loonstrookje komt later wel. We hebben dat overgenomen. Komt er geen loonstrook? Dan bellen we. Mensen kunnen een goede reden hebben om die loonstrook niet zo snel op te sturen. Heb je een nieuwe baan, dan kríjg je loonstrook soms niet eens binnen twee weken.’ Dat heet maatwerk, zegt Van Selm-Fruijtier, ‘je verdiepen in de leefwereld van burgers. Cijfers van de Raad hebben daaraan bijgedragen, je bent anders alleen met je eigen gemeente bezig.’

Lees het volledige artikel in Binnenlands Bestuur nr. 8 van deze week

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Advertentie