Advertentie
sociaal / Achtergrond

Anticiperen op nieuwe groep werklozen

Zodra de coronasteunmaatregelen aflopen, moeten gemeenten klaarstaan om de golf aan werklozen op te vangen en hen zo snel mogelijk aan nieuw werk te helpen. De infrastructuur van de ‘crisisdienstverlening’ komt langzaam maar zeker op gang.

30 november 2021
Sollicitatiegesprek-shutterstock-333661481.jpg

Crisisdienstverlening in opbouwfase

We moeten ons uit de crisis investeren; dat was de boodschap die het kabinet op Prinsjesdag 2020 meegaf. Dat gold in het bijzonder voor werkgelegenheid. Het kabinet besloot niet te bezuinigen op uitkeringen en andere sociale voorzieningen, maar juist extra geld in te zetten om een ‘crisisdienstverlening’ op te zetten met als doel om zoveel mogelijk werkgelegenheid te behouden.

De vooruitzichten wat betreft de werkloosheid zijn inmiddels rooskleuriger dan voorheen, maar het feit blijft dat de steunmaatregelen een beperkte houdbaarheid hebben. Op het moment dat de steun wordt afgebouwd, zal de werkgelegenheid hoe dan ook een klap krijgen. Daarom moeten werknemers en zelfstandigen zich, wat het kabinet betreft, nu al gaan oriënteren op de post-corona arbeidsmarkt. Voor sommigen kan dat een overstap naar een andere sector betekenen. De nieuwe crisisdienstverlening moet daarbij de begeleiding en eventuele omscholing verzorgen.

‘Er komen grote groepen mensen die in korte tijd van de ene sector naar de andere begeleid moeten worden’, verwacht Erik Dannenberg, voorzitter van Divosa, de vereniging van gemeentelijk directeuren in het sociaal domein. Dannenberg juicht de keuze om te investeren dan ook toe. ‘Anticyclisch investeren, daar pleiten we bij Divosa al jaren voor.’

Je kunt een behoorlijk deel van de samenleving grofweg in twee groepen indelen, legt Dannenberg uit. Aan de ene kant zijn er mensen die economisch productief genoeg zijn om op de arbeidsmarkt in hun bestaanszekerheid te voorzien. Aan de andere kant zijn er mensen die permanent zorg en ondersteuning van de overheid nodig hebben. Maar ergens tussen die twee groepen valt een aantal mensen tussen wal en schip. ‘Dat zijn de spreekwoordelijke klapstoeltjes van de arbeidsmarkt’, aldus Dannenberg. ‘Soms hebben we je nodig, soms niet.’ Als de werkgelegenheid terugvalt, is die groep als eerste de klos. Dan nenberg: ‘Tot nu toe zagen we in tijden van laagconjunctuur dat niet alleen de arbeidsmarkt, maar ook de overheid zich terugtrok. Dat is waardeloos, want daarmee wordt die groep dubbel in de steek gelaten. Je ziet nu, in de coronacrisis, voor het eerst dat de overheid de tegenovergestelde beweging maakt. Chapeau daarvoor.’

Dannenberg pleit voor een meer ‘ademend systeem’ van sociale zekerheid, dat mee kan buigen met de ‘buitengewoon dynamische arbeidsmarkt’. Zo kan de beroepsbevolking ook beter inspelen op wat Dannenberg ‘verdwijnbanen’ en ‘verschijnbanen’ noemt. ‘Er verdwijnen altijd banen en er verschijnen altijd banen. Wie had bijvoorbeeld gedacht dat er zo ontzettend veel mensen nodig zijn om zonnepanelen te leggen?’ Daarom moeten de mensen op de ‘klapstoeltjes van de arbeidsmarkt’ flexibel ingezet kunnen worden. ‘Die groep wordt vaak de arbeidsmarktreserve genoemd. Behandel ze dan ook zoals de reservisten in het leger, of de reservespelers in voetbal. Zorg dat ze helemaal warm getraind zijn. Daar zijn we in Nederland slecht in: we geven bakken met geld uit aan uitkeringen, maar weinig aan begeleiding en scholing.’

Beweging
Hoe ziet de crisisdienstverlening er in de praktijk uit? Zijn gemeenten er klaar voor om de nieuwe groep werklozen zo snel mogelijk naar nieuw werk te begeleiden? De resultaten lijken voorlopig nog kleinschalig en diffuus, maar er is wel degelijk een beweging in gang gezet.

De zogenaamde regionale mobiliteitsteams (RMT’s) vormen de kern van de crisisdienstverlening. In die samenwerkingsverbanden van gemeenten, het UWV, werkgevers en vakbonden, wordt per arbeidsmarktregio vraag en aanbod bij elkaar gebracht. Zo kunnen bedrijven uit krimpsectoren zoals horeca of toerisme personeel uitwisselen met groeisectoren zoals logistiek of zorg.

Het vernieuwende aspect van de RMT’s is met name het feit dat werknemers, zelfstandigen of werklozen geholpen kunnen worden onafhankelijk van arbeidsvorm of uitkeringstype. Waar een werkloze zelf standig ondernemer, een bijstandsgerechtigde en een WW’er normaal voor verschillende loketten stonden, komen ze nu in dezelfde kaartenbak terecht. Zelfs wie nog wel werk heeft maar werkloos dreigt te worden, mag alvast aankloppen.

Over de concrete prestaties van de RMT’s is echter nog weinig te zeggen, meldt het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, want de teams zijn op de meeste plekken nog in oprichting. De ministeriële regeling die de financiering voor de teams regelt, werd dan ook pas eind maart gepubliceerd. Volgens de planning moet er medio 2021 wel een landelijk dekkend netwerk zijn.

‘Er worden nu overal regionale mobiliteitsteams opgezet in de verwachting dat we er klaar voor zijn als de werkloosheid toch gaat oplopen’, aldus een woordvoerder van het ministerie. Zo laat bijvoorbeeld de gemeente Tilburg weten dat het RMT van arbeidsregio Midden-Brabant nog niemand heeft begeleid naar nieuw werk omdat het pas net is begonnen. Het RMT Midden-Utrecht, dat in het eerste kwartaal van dit jaar nog in de ‘opbouwfase’ zat, heeft contact gelegd met 161 werkgevers en 141 werkzoekenden, maar heeft nog maar 7 kandidaten naar werk begeleid.

Hamsteren
De arbeidsmarktregio Groot-Amsterdam is al wat verder. Het Regionaal Werkcentrum Groot-Amsterdam werd daar al in juni 2020 operatief, nog voordat het rijk met de plannen voor een landelijk netwerk kwam.

‘Door deze vroege start loopt het Regionaal Werkcentrum voor op de andere arbeidsmarktregio’s’, vertelt wethouder Rutger Groot Wassink (sociale zaken, GroenLinks). ‘Dat betekent dat er een netwerk is opgebouwd en dat de eerste mensen al van werk naar werk zijn begeleid.’ Inmiddels zijn er 156 werkzoekenden geplaatst bij een nieuwe werkgever. Ook zijn er 586 verbindingen tussen werkgevers gemaakt, die onderling ook weer overplaatsingen regelen. 276 werknemers hebben gebruikgemaakt van coaching, training of bijscholing.

Die aantallen mogen wat Groot Wassink betreft hoger. De steunmaatregelen, die ontslagen ontmoedigen, zorgen er echter voor dat werkgevers en werknemers minder geneigd zijn een overstap te maken of te faciliteren. Dat blijkt overigens ook uit landelijke cijfers. Het Centraal Planbureau (CPB) meldde onlangs dat de mobiliteit van werknemers om van baan te switchen sinds het begin van de coronacrisis is afgenomen. De steunmaatregelen ondersteunen volgens het CPB het ‘hamsteren’ van werknemers. Dat heeft als voordeel dat be drijfsspecifieke kennis niet verloren gaat, maar staat ook ‘creatieve vernietiging’, waarbij werknemers doorstromen naar productievere banen, in de weg.

Groot Wassink: ‘We merken dat veel ondernemers nog steeds optimistisch blijven, zij denken nog niet aan afscheid nemen van hun personeel. Dat is natuurlijk begrijpelijk. Maar hoe vervelend het ook is, onze verwachting is dat veel werkgevers toch personeel moeten ontslaan als de landelijke steun wordt afgebouwd. Dus zorg in ieder geval dat je een plan B hebt.’

Achter de voordeur
Los van de RMT’s schieten er ook kleinschaligere initiatieven uit de grond. Zo werd voor de gemeentes Waalwijk, Heusden en Loon op Zand het Mobiliteitscentrum De Langstraat opgezet. Dat sluit zich binnenkort aan bij het grotere RMT van regio Midden-Brabant, maar ging al eerder van start. Vanaf begin januari worden daar bedrijven en zelfstandigen in de sterkst getroffen branches actief benaderd.

‘We zijn ze gewoon gaan bellen, en we hebben gevraagd hoe het ging’, legt projectleider Ralf van de Wiel uit. Ook al waren er nog weinig faillissementen, er was er wel het gevoel dat ondernemers hulp nodig hadden. ‘Achter de voordeur, daar zijn we van overtuigd, zit veel verborgen werkloosheid’, aldus Van de Wiel. ‘Ondernemers proberen hun bedrijf overeind te houden door hun spaargeld aan te spreken of leningen af te sluiten. Daar kunnen de problemen zich opstapelen.’ Die verwachting bleek niet ongegrond.

Een aantal zzp’ers werd doorverwezen naar een uitzendbureau of naar loopbaancoaching gericht op werk in loondienst. Anderen werden gewezen op scholingstrajecten, en sommigen kregen zelfs het advies om zich te melden bij de schuldhulpverlening. Daarnaast ontstonden er samenwerkingen tussen bedrijven. Daarbij gingen onder andere medewerkers van een hotel aan het werk als ‘coronacoach’ – iemand die ervoor zorgt dat de coronamaatregelen worden nageleefd – of in een magazijn. Ook werd personeel van een taxicentrale in een fabriek ingezet en gingen horecamedewerkers aan de slag in de logistiek.

Carrièreswitch
In theorie kan de tijdelijke collegiale uitleen tot een permanente carrièreswitch leiden, maar in de praktijk gaat het vooral om tijdelijke werkgelegenheid, ziet Van de Wiel. ‘De plannen van het rijk zetten in op scholing en omscholing, maar in de praktijk zien wij die vraag nog niet zo sterk. Medewerkers willen het liefst weer terug naar hun oorspronkelijke vak. En de werkgever wil dat ook het liefst.’

Zo’n blijvende overstap is juist wél het doel van de zogenaamde Hoeksche Switch, een initiatief van de gemeente Hoeksche Waard. Daarbij werkt de gemeente samen met werkgevers en onderwijsinstellingen om relevante scholingstrajecten te creëren voor sectoren met personeelstekorten.

Opvallend is dat het concept al bestond voor corona. Het project was gericht het vullen van lokale vacatures in groeisectoren zoals zorg, techniek en IT. Ook wilde wethouder Paul Boogaard (werkgelegenheid, CDA) jongeren meer kansen bieden en voorkomen dat ze de gemeente zouden verlaten. De Hoeksche Switch heeft er in crisistijd nog een functie bijgekregen: het terugdringen van werkloosheid. De eerste twintig kandidaten die binnenkort aan een zorgopleiding beginnen, zijn dan ook met name mensen die hun werk door de coronacrisis zijn kwijtgeraakt.

Dijkverhoging
Al met al is Dannenberg, de Divosavoorzitter, overwegend enthousiast over de beweging rondom de RMT’s. Wel benadrukt hij dat er een breder pakket aan voorzieningen nodig is, waarvan het RMT-netwerk er maar één is. De RMT’s richten zich namelijk vooral op mensen met recente werkervaring, die vrij makkelijk weer aan de slag kunnen. Mensen die minder goed op de arbeidsmarkt meekomen, hebben behoefte aan andere instrumenten. Uiteindelijk hoopt Dannenberg op een ‘dynamische waaier aan interventies’.

Voor die waaier zijn wel permanente investeringen in het sociaal domein nodig. Dannenberg heeft de hoop dat die investeringen er kunnen komen als gemeenten, samen met het UWV en de sociale partners, de nieuwe crisisdienstverlening goed weten uit te voeren. ‘We hebben veel extra geld gekregen van het rijk en we moeten nu laten zien dat we dat vertrouwen waard zijn. Bij onze leden zie ik al de goede dingen gebeuren. Dan kan er bij een nieuw kabinet de overtuiging ontstaan dat deze noodsituatie van tijdelijke dijkversterking moet worden omgezet in een structurele dijkverhoging. Dat gebeurt in het waterstaatkundige, maar in het sociale zou ik dat ook willen zien. Want we zaten al voor corona in een situatie waar het water tot de rand stond.’

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Advertentie