Advertentie
ruimte en milieu / Nieuws

‘Zonder Omgevingswet gaan er ook dingen fout’

Jozias van Aartsen en Winnie Sorgdrager toonden zich zeer kritisch over de Omgevingswet. De voorzitter van Omgevingsdienst.NL reageert.

01 juni 2023
Foto van Ruben Vlaander
Ruben VlaanderJacques Kok

De Omgevingswet is een ‘monstrum’ en zal voor de VTH-taken van gemeenten ‘een hoop ellende’ veroorzaken. Staatssecretaris Heijnen moet zich veel uitdrukkelijker achter de vernieuwing van het VTH-stelsel scharen. Gemeenten dienen de lokale leefbaarheid met meer nadruk op de politieke agenda te zetten. Zomaar een paar prikkelende uitspraken van Jozias van Aartsen en Winnie Sorgdrager in een interview met Binnenlands Bestuur. Hoe valt hun kritiek in de sector?

Directieadviseur

JS Consultancy namens de gemeente Westerkwartier
Directieadviseur

Beleidsadviseur HR

Gemeente Krimpenerwaard
Beleidsadviseur HR

Betrokken

Ruben Vlaander, directeur van de Omgevingsdienst Regio Arnhem en voorzitter van de overkoepelende organisatie Omgevingdienst.NL, vond het naar eigen zeggen ‘goed om te lezen’ dat Van Aartsen en Sorgdrager als oud-leden van de commissie-VTH uit 2021 ‘nog steeds zo betrokken zijn’ bij de vergunningverlening en het toezicht en de handhaving daarop. ‘Je leest in het interview de continue zorg terug of de tien aanbevelingen van hun commissie wel onverkort worden overgenomen. Zo van: ‘’Beste VNG, rijk en regio, ga ermee aan de gang. De omgevingsdiensten zijn bezig aan een doorontwikkeling en steun ze daarin.” Nee, alleen maar positief om te lezen.’

BB Van Aartsen en Sorgdrager spraken hun zorg uit over de gebrekkige aandacht bij gemeenten voor de jaarlijkse handhavingsrapportages. Hoe zouden omgevingsdiensten die beter kunnen promoten?

RV 

‘Je bent als omgevingsdienst een gemeenschappelijke regeling. Je eigenaren zijn wethouder en gedeputeerde. Die moet je niet alleen vertellen wat je financieel doet, maar ook wat onze inzet als effect heeft op de leefomgeving, wat je daar als omgevingsdienst bereikt. Het probleem is: milieuschade die zich niet voordoet, die zie je niet. Milieuschade is een sluipmoordenaar. Voorkomen van milieuschade is een doelmatigere besteding van collectieve middelen dan handhavend te moeten optreden. Dat moet je actief uitleggen hoe je als Omgevingsdienst zorgt dat mens, milieu en industrie naast elkaar kunnen bestaan. Dat is best een uitdaging.’

BB Jullie rapportages zijn vaak nogal technisch ingestoken. Zou een andere vorm niet beter werken?

RV 

‘Het is en-en, wat mij betreft. Je hebt je reguliere begrotingscyclus, waarin je je begroting en jaarverslag moet aanbieden. Daar zitten passages in die niet altijd even makkelijk leesbaar zijn. Maar in je inleiding en de mondelinge toelichting, in contact met de raad of provinciale staten, moet je zo goed mogelijk uitleggen wat de effecten zijn op de lokale leefomgeving.’  

BB In een recent rapport van de OVV wordt bepleit de immissie centraal te stellen: het effect van de totale uitstoot op de gezondheid. Maakt dat het werk voor omgevingsdiensten niet lastiger?

RV 

‘Ik snap dat het OVV dat opschrijft. Die boodschap is vooral gericht aan de ministeries en die zullen op het punt van de zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) en Pfas wat moeten doen. Bij veel van deze stoffen komen we er later achter dat ze schadelijk zijn voor gezondheid en milieu. De ministeries gaan over de regelgeving, niet de omgevingsdiensten. Het is misschien moeilijk om aan een gemiddelde inwoner uit te leggen, maar een vergunning wordt aan een bedrijf verleend op basis van de mate van uitstoot. Een vergunning is veelal het beperken van milieuschade. En dat leggen we vast in normen en voorwaarden. Dat betekent dus niet dat de uitstoot van een bedrijf geen enkel effect mag hebben op de lokale leefomgeving; de vergunning stelt de grens. Ik zou het alleen maar toejuichen als die twee elementen, de normen voor uitstoot en het effect op de gezondheid van mensen, meer aan elkaar worden verbonden.’

BB Ziet u in dat proces een taak voor omgevingsdiensten?

RV 

‘Dat zal in eerste instantie echt vanuit de ministeries van VWS en I&W moeten komen. Maar ik kan dat proces namens de omgevingsdiensten wel ondersteunen, omdat ik denk dat het ons werk voor de inwoner begrijpelijker maakt. Het vraagt dat je tussen beleid en uitvoering continu dialoog voert: wat kan die leefomgeving dragen? Nee, het maakt ons werk niet makkelijker, maar het is wel de essentie waar we nu voor staan.’

BB Van Aartsen en Sorgdrager bepleiten een pro-actievere houding van omgevingsdiensten in de vergunningverlening. Ze zouden vaker moeten toetsen of wel de best beschikbare (en tot de minste uitstoot leidende) techniek in het productieproces wordt gebruikt. 

RV 

‘Een bedrijf heeft ook een eigen verantwoordelijkheid. Daarnaast moet het nu al een keer in de zoveel tijd zijn vergunning actualiseren. Dan wordt ook gekeken of de best beschikbare technieken van toepassing zijn. Dan zal een bedrijf dat moeten toepassen of aangeven dat het technisch niet kan. Of dat niet wat stringenter kan? Ik vind het lastig om daar in z’n algemeenheid wat over te zeggen. Dat is per branche anders. Je kunt grote uitstoters niet zomaar vergelijken met een willekeurig ander bedrijf dat vergunningplichtig is.’

BB Een provincie als Zuid-Holland wil een verbod op potentieel gevaarlijke stoffen invoeren. Vindt u dat een goede ontwikkeling?

RV 

‘De ontwikkelingen in de industrie gaan vele malen sneller dan de regelgeving kan volgen. De lijst met zeer zorgwekkende stoffen wordt bijna voortdurend aangevuld. Ik denk dat je dit probleem niet provinciaal, maar op nationaal niveau moet aanpakken, zo niet Europees. Met een landsdekkende systematiek voorkom je een waterbedeffect: dat bedrijven naar andere provincies uitwijken. Bedrijven hebben ook zelf wat te doen op dit punt.’

BB Volgens Van Aartsen en Sorgdrager zal de Omgevingswet veel ellende voor het VTH-stelsel gaan veroorzaken. Deelt u hun kritiek?

RV 

'Kijk, er is tien jaar gewerkt aan die wet. Ik ben allereerst blij voor de mensen die bij de omgevingsdiensten aan de implementatie werken dat er nu eindelijk duidelijkheid is. Dat de Omgevingswet effect gaat hebben op de uitvoering, zeker. Het vraagt meer afstemming en de invoering zal niet probleemloos zijn. Maar zonder de Omgevingswet gaan er in de uitvoering óók dingen fout. Het is een politiek besluit, die invoeringsdatum, waar ik niet zoveel van vind. Ik denk dat het vooral van belang is dat we straks een goed werkend digitaal stelsel hebben en dat we aan de gang gaan. Waar nodig kunnen we de wet na invoering nog wel moderniseren en verbeteren.’

BB Gaat al het extra werk ten behoeve van de invoering van de Omgevingswet niet ten koste van de VTH-taken?

RV 

‘Het uitgangspunt van de Omgevingswet is dat er bij initiatieven door alle betrokken partijen aan de voorkant meer wordt samengewerkt. Dat geeft zowel de initiatiefnemer als omwonenden sneller duidelijkheid. Ik denk dat dat aansluit bij de huidige vraag vanuit de samenleving, of je de Omgevingswet nu invoert of niet. Dat zal meer van onze medewerkers en diensten gaan vragen.’

Reacties: 2

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

edprins
Het streven naar één vergunning is nobel, maar uit het oogpunt van transparantie en belangen behartiging ongewenst.
Vele aspecten die in de vergunning opgenomen worden zullen onderbelicht blijven of in de "afweging" van belangen niet voldoende gehonoreerd of kenbaar gemaakt worden.
Karel Haverkorn
Wat gaat er mis, zonder Omgevingswet?
Advertentie