Advertentie
ruimte en milieu / Column

Verloedering door de Omgevingswet ligt op de loer

De commissie Ruimtelijke Kwaliteit dreigt het onderspit te delven bij de Omgevingswet.

06 maart 2024

Het is zover. Werken met de Omgevingswet is van start. Alle wetten die met ruimtegebruik hebben te maken zijn bij elkaar gehaspeld. De illusie van integrale afweging gaat gebeuren op basis van ruimtelijke diversiteit, economische en maatschappelijke functionaliteit, culturele diversiteit, sociale rechtvaardigheid, duurzaamheid en de menselijke maat.

De bouwwereld smikkelt hiervan. In het spel van krachten winnen lobbypartijen met het meeste geld nou eenmaal. En dat zijn bij uitstek projectontwikkelaars en bouwbedrijven. Het adagium is bouwen. Nog steeds galmt de één miljoen huizen kreet na terwijl dit in deze eerdere column als onzin is aangetoond. Toch zullen we zien hoe Nederland de komende jaren verder wordt volgeplempt met rijen saaie standaard doorzonhuizen met een pannen zadeldak die het liefst opgetrokken worden in twee dagen van kant en klare fabriekstroep.

Bij de integrale afweging dreigen zo de commissies Ruimtelijke Kwaliteit - zoals de Welstandscommissie tegenwoordig heet – het onderspit te delven. Wethouders geven ruimhartig de inhoudelijke macht uit handen aan projectontwikkelaars en bouwbedrijven.  Deze bestuurlijke erosie wordt toegedekt door de kwaliteitscommissies de schuld te geven van de vergunningsvertraging. Puur gebakken lucht. In werkelijkheid komt dit door onderbenutte plancapaciteit en gebrek aan materialen en arbeidskrachten.

Theoretisch moeten volgens de Omgevingswet deze commissies juist belangrijker worden. Zij moeten volgens de wet beleidsmatig en vroegtijdig adviseren over grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen, over de identiteit van steden, dorpen en landschappen, over herstructureringsopgaven, of over nieuwe omgevingsvisies, bestemmings- of omgevingsplannen en beeldkwaliteitsplannen. De kans dat dit werkelijkheid wordt is klein.

Gemeenten besteden het werk van de commissie Ruimtelijke Kwaliteit veelvuldig uit aan particuliere bedrijven die een groot aantal gemeenten tegelijk bedienen. Zo krijgt vriendjespolitiek weliswaar minder kans, al hebben de architecten in de commissie meestal geen flauw idee waar het pand ligt waarover ze adviseren. Ook valt af te vragen hoe betrouwbaar het advies van een bedrijf is waar het om geld gaat en niet om mensen. Als dan gemeentebesturen hun opdrachtgeverschap verzaken door niet zelf de uitvoeringsregels op te stellen - zoals in de provincie Noord Holland gebeurt - valt dit bedrijf niet te controleren en zijn er geen gevolgen voor dat bedrijf als het mis gaat.

Gemeenten die de omgevingskwaliteit wel serieus nemen huren lokale deskundigheid in en voegen deze als gelijkwaardig lid toe aan de commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Lichtvaardig over deze kandidaat denken hoort daar niet bij. Niet iedere Jan, Piet of Klaas komt zomaar in aanmerking. De toegevoegde ervaringsdeskundige moet in staat zijn de gang van zaken van de commissie te doorgronden. Als hiervoor geen architect beschikbaar is valt te denken aan stedenbouwkundigen, planologen of bestuursjuristen met kennis van en in het bezit van historische en culturele informatie over de identiteit van een stad, wijk of dorp.

Liberale politieke partijen zijn duidelijk. Ze willen gewoon altijd bouwen. Maar politici en bestuurders met dogmatische groene en sociale betuttelaarsretoriek maken het net zo bont. Bij het stil houden van hun cultureel-conservatieve kiezers die om een huis verlegen zitten komt een meningencircus niet uit. Het valt te hopen dat er nog toegewijde bestuurders bestaan die geïnspireerd zijn door de bevlogenheid van Wibaut of de onlangs overleden Duijvestein. Misschien kan de keus bij hen tot inzetten van grote lokale deskundigheid de ruimtelijke treurigheid van Nederland nog wat beperken.

Reacties: 2

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Flip ten Cate
Wat een gemakzuchtig stukje, Piet van Mourik! En zo volkomen naast de werkelijkheid.
Er zijn geen 'particuliere bedrijven' die in opdracht van gemeenten het werk van commissies ruimtelijke kwaliteit verrichten. Het zijn Stichtingen, Verenigingen of Gemeenschappelijke Regelingen van de gemeenten zelf. Die clubs zitten er niet om geld te verdienen, het gaat ze (zie statuten!) alléén om ruimtelijke kwaliteit en erfgoed, zonder winstoogmerk, in het publieke belang. De architecten (en anderen: bewoners, stedenbouwkundigen, landschappers, kunstenaars, bestuurders, steeds vaker ook energie-experts) in zulke commissies weten heel precies waar het pand ligt waarover ze adviseren. De professionaliteit is dus heel goed, maak je geen zorgen.
Er is wel een probleem, maar dat ligt niet hier.
De Omgevingswet heeft o.m. 'goede omgevingskwaliteit' als hoofddoel: elke investering in de leefomgeving moet gezondheid, veiligheid en goede omgevingskwaliteit bevorderen. Maar het beleid voor goede omgevingskwaliteit in het omgevingsplan is nog niet op orde, en de ambtelijke expertise hiervoor ontbreekt. De 'private bureaus' die altijd de bestemmingsplannen maakten weten het ook niet. En VNG en Rijk en de universiteiten laten het massaal afweten. Wie springt er in dat gat? Juist, die stichtingen en verenigingen die voor het adviseren over kwaliteit zijn opgericht!
Aandacht voor de ruimtelijke kwaliteit is van groot belang, maar richt je pijlen dan op de partijen die wel een prikkel kunnen gebruiken!
Nico Bos
Wat een prachtig waarheidsgetrouw stukje Piet! Volledig in overeenstemming met de droeve werkelijkheid dat met deze wet nog verder afglijdt. Er is hier op BB al vaker voorgesteld om het onterecht verdwenen ministerie van VROM weer in ere te herstellen en VROM inspectie het omgevingsbeleid landelijk te controleren op kwaliteit en bij te sturen op straffe van interventie. Er zijn inderdaad particuliere bedrijven en ingenieursbureautjes die opdrachten krijgen waarvan de uitkomsten van hun adviezen al van tevoren op een papiertje door de opdrachtgever zijn voorgeschoteld. Die vinden exact wat hen wordt opgedragen onder het motto " Wiens brood men eet, diens woord men spreekt", anders ben je de volgende keer de pineut. Het bedrijfsleven heeft veel te veel inspraak gehad in de nieuwe omgevingswet en hierin veel normen en regels mogen aanpassen die de omgevingskwaliteit (m.n. geluidsnormen) ondermijnen. Inspraak van de volksvertegenwoordiging (gemeenteraad) en burgers is nagenoeg geëlimineerd nu dit is uitbesteedt aan ontwikkelaars die al een (anterieure) overeenkomst op zak hebben. Er is nu inderdaad grotere kans op verdere verloedering dat nu nog meer uitnodigt tot vriendjespolitiek en ambtelijke corruptie zoals we dat in de bouwwereld (bouwfonds) al vele jaren kennen. Daarom is een onafhankelijke VROM inspectie met recherche mogelijkheden nu een harde noodzaak anders krijgen we hier Italiaanse taferelen.
Advertentie