Monitoring geeft grip op circulaire bedrijvigheid
Hoe groot is de circulaire economie nu echt en welke trends zijn zichtbaar?
Om de circulaire economie te stimuleren, is het zaak om een goed beeld te krijgen van de inzet van middelen, de uitgevoerde activiteiten én de behaalde prestaties: hoe groot is de circulaire economie nu echt en welke trends zijn zichtbaar? Royal HaskoningDHV heeft dat onderzocht in opdracht van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). De conclusie: we staan nog maar aan het begin van de transitie. De werkelijkheid blijft vooralsnog achter bij de ambitie, gericht op halvering van het gebruik van primaire grondstoffen in 2030.
Absolute groei, relatieve daling
Om de twee jaar voert Royal HaskoningDHV diverse metingen uit in opdracht van het PBL waaronder meting van circulaire bedrijvigheid. Dit wordt gedaan om inzicht in de voortgang van de doelen te krijgen en daarmee inzicht in of bijsturen van beleid en uitvoering benodigd is om deze doelen te behalen. De meting circulaire bedrijvigheid 2022 toont hoeveel circulaire bedrijven er in Nederland zijn, welke circulaire strategieën ze toepassen, hoe de verdeling over Nederland is, hoe lang ze al bestaan, in hoeverre ze innovatief zijn en wat daarin de trends zijn. De uitkomsten van deze meting zijn gebruikt voor de Integrale Circulaire Economie Rapportage die het PBL in januari publiceerde.
Uit deze meting komt een aantal zaken naar voren. Ten eerste blijkt dat het aantal circulaire bedrijven in de laatste twee jaar is gegroeid naar zo’n 130.000, maar dat desondanks het aandeel circulaire bedrijven in Nederland in die periode licht is afgenomen. Net als in voorgaande meting zijn de meeste circulaire bedrijven te vinden in de categorie Repair (ca. 75%) en in de transitieagenda consumptiegoederen. Denk aan garages, fietsenmakers en kledingateliers: per definitie circulaire bedrijven, omdat ze zorgen dat producten langer meegaan of een tweede leven krijgen.
Dit jaar is voor het eerst ook gekeken naar de circulaire bedrijvigheid binnen provincies. Ook hier geldt dat veel circulaire bedrijven te vinden zijn in de categorie Repair. Het aantal circulaire bedrijven per provincie verschilt en correleert met het totaal aantal bedrijven: hoe meer bedrijven, hoe lager het aandeel CE bedrijven. Het aandeel circulaire bedrijven loopt uiteen van 4,1% (Noord-Holland) tot 8,3% (Fryslân). Landelijk is dit aandeel 6,4%.
Samenstelling bedrijvigheid bepaalt circulaire potentie
In opdracht van de provincie Utrecht hebben we nog wat specifieker gekeken naar de relatie met de samenstelling van de economische bedrijvigheid in de provincie inclusief de regio Gooi- en Vechtstreek, omdat die samenstelling ook iets zegt over de circulaire potentie. De provincie wil dat weten om de circulaire transitie te kunnen volgen op het gebied van ondernemerschap. Het onderzochte gebied telt ruim 190.000 bedrijven en organisaties. Daarbij constateerden we een economische specialisatie in met name informatie en communicatie, financiële instellingen en overheidsorganisaties. Zulke bedrijven en organisaties voldoen over het algemeen niet aan de definitie van een circulair bedrijf, zoals gehanteerd wordt in de landelijke meting. Het aandeel circulaire bedrijven in de regio Utrecht kan daardoor in theorie minder hoog worden dan in een regio waar het aandeel dienstverlenende bedrijven lager is.
Een kwestie van definitie
Of een bedrijf wel of niet als circulair wordt gerekend, hangt natuurlijk ook af van de toegepaste definitie. In het onderzoek tellen we alleen de bedrijven mee die uitdrukkelijk een circulaire bedrijfsactiviteit in uitvoering brengen. Een circulaire bedrijfsactiviteit kenmerkt zich weer door het toepassen van een circulaire strategie uit de abiotische of biotische kringloop. Dit betekent dat Royal HaskoningDHV zelf volgens de gehanteerde definitie geen circulair bedrijf is. We helpen organisaties wel om hun circulaire strategie uit te voeren, maar advies- en ingenieursbureaus voeren zelf geen circulaire strategie uit. Wel staat onze eigen bruggenbank in de lijst circulaire bedrijven en onze Nereda technologie voor duurzame behandeling van afvalwater. Dit roept de vraag op waar de grens zou moeten liggen van de definitie van ‘een circulair bedrijf’.
Meer impact, meer meten
In Nederland werken we toe naar een halvering van het gebruik van primaire grondstoffen in 2030 en een geheel circulaire economie in 2050. We moeten daarom niet alleen weten hoe ver we zijn in de transitie naar een circulaire economie, maar ook wat de feitelijke impact is. Dat kunnen we meten zodra de doelen verder zijn geconcretiseerd, bijvoorbeeld als het gaat om het aandeel circulair materiaalgebruik. Op dit moment, aan het begin van de transitie, is die impact nog bescheiden. Het mooiste zou natuurlijk zijn als meer stimulerend beleid en een verdere verrijking van de meting hand in hand gaan. Want dat zou betekenen dat we de volgende keer niet alleen kunnen vaststellen dat de noodzakelijke groei van de circulaire economie dankzij een pakket van stimuleringsmaatregelen echt op gang is gekomen, maar dat we dan ook de concrete impact kunnen laten zien. Het tussendoel in 2030 is momenteel nog ver weg dus versnelling is benodigd!
Eva van Herrewijnen
Adviseur Duurzaamheid
eva.herrewijnen@rhdhv.com
Ruimte voor energie
Van ambitie naar uitvoerbare energieoplossingen, op systeemniveau én op de vierkante meter, door weloverwogen te doen wat nu al kan. De energietransitie vraagt niet alleen om meer capaciteit, maar vooral om slimmer omgaan met de ruimte die we hebben. De vraag is niet óf de transitie moet versnellen, maar hoe we dat uitvoerbaar en verantwoord doen. Ontdek meer over dit onderwerp.
Toekomstgericht beheren
De keuzes in de openbare ruimte van vandaag hebben decennialange impact. Hoe maak je nu waarde- en datagedreven keuzes waarmee je toekomstgericht beheert en samen tot een waardegedreven leefomgeving komt? Hoewel de term 'beheer' vaak geassocieerd wordt met onderhoud, gaat het veel verder dan dat. Beheren gaat over het in gezamenlijk belang bepalen van het beeld en de inrichting van de leefomgeving. Door integrale samenwerking tussen de afdelingen beheer, beleid en realisatie ontstaat een aantrekkelijke waardegedreven fysieke leefomgeving. Lees meer over dit onderwerp.
Bereikbaarheid zet woningbouw in beweging
Juist binnenstedelijk liggen grote kansen voor het toevoegen van nieuwe woningen. Door bestaande OV‑knooppunten en mobiliteitsnetwerken te versterken en mobiliteit al vroeg onderdeel te maken van gebiedsontwikkeling, ontstaat ruimte om te bouwen binnen een prettige en gezonde leefomgeving. Lees meer over deze aanpak.
Ruimte voor energie
Van ambitie naar uitvoerbare energieoplossingen, op systeemniveau én op de vierkante meter, door weloverwogen te doen wat nu al kan. De energietransitie vraagt niet alleen om meer capaciteit, maar vooral om slimmer omgaan met de ruimte die we hebben. De vraag is niet óf de transitie moet versnellen, maar hoe we dat uitvoerbaar en verantwoord doen. Ontdek meer over dit onderwerp.