of 59250 LinkedIn

Vijf lessen over omgaan met burgers bij energietransitie

Er bestaat geen overal toepasbare aanpak om burgers bij de energietransitie te betrekken. Elke wijk in elke gemeente brengt eigen uitdagingen met zich mee. Wel zijn er vijf voor alle gemeenten relevante lessen te trekken uit de eerste casussen, zo blijkt uit onderzoek van Platform31 naar de wijkpraktijk in Nijmegen, Haarlem, Rotterdam en Wageningen.

Er bestaat geen overal toepasbare aanpak om burgers bij de energietransitie te betrekken. Elke wijk in elke gemeente brengt eigen uitdagingen met zich mee. Wel zijn er vijf voor alle gemeenten relevante lessen te trekken uit de eerste casussen, zo blijkt uit onderzoek van Platform31 naar de wijkpraktijk in Nijmegen, Haarlem, Rotterdam en Wageningen. 

1. Maak de rol van alle betrokken partijen duidelijk

Gemeenten kunnen de energietransitie top-down of bottom-up ter hand nemen. In de eerste variant kiest de gemeente zelf de wijken uit die als eerste van het gas af moeten (bijvoorbeeld op basis van kostenoverwegingen of geplande andere werkzaamheden in de ondergrond) en besluit de gemeente vaak ook welke alternatieve voor gas aan bewoners worden aangeboden. Bij de tweede optie laat de gemeente zich vooral leiden door bestaande energie-initiatieven in de stad: die bepalen voor een belangrijk deel de gemeentelijke keuze. Maak voor alle betrokken partijen (naast bewoners bijvoorbeeld ook netbeheerders, marktpartijen en woningcorporaties) steeds duidelijk wie het voortouw neemt bij het energieproject en wat van de andere deelnemers wordt verwacht, is het devies. Overigens zijn die rollen niet in beton gegoten. Een gemeentelijke top-downbenadering kan, als de burgerbetrokkenheid eenmaal toeneemt, gaandeweg het proces veranderen in een bottom-up aanpak. Houd dus op gezette tijden de gemeentelijke rol tegen het licht.

2. Elke wijk verdient eigen gemeentelijke benadering
Nee, die ene succesvolle aanpak om burgers te betrekken bij de energietransitie bestaat niet. Elke gemeente, elke wijk vereist van bestuurders en beleidsmakers lokaal maatwerk. Dat laat zich ruwweg in drie werkwijzen onderverdelen: stimuleren, faciliteren en coproduceren. In gemeenten waar bewoners op energiegebied nog weinig initiatief ontwikkelen, worden in de praktijk vooral de eerste methoden toegepast. Bijvoorbeeld door wijkbudgetten voor burgerinitiatieven vrij te maken of tijd in te ruimen voor professionele begeleiding. In wijken met een actieve bewonersgroep werken gemeente en buurtbewoners als coproducenten samen. Hierbij is de wens van de (actieve) bewoners leidend. Overigens merken de onderzoekers op dat, ook in wijken met een actieve bewonersgroep, vaak een overgrote meerderheid van bewoners weinig van de energietransitie moet hebben. Hou ze op de hoogte, is het devies. En doe ze op termijn een zo volledig mogelijk uitgewerkt praktisch aanbod.

 

3. Zorg voor laagdrempelig contact
Laat initiatiefnemende bewoners niet verdwalen in de gemeentelijke bureaucratie. Beloon ze met een vaste contactpersoon binnen de gemeente die tegelijk als sparringpartner fungeert. Ook kan deze persoon contact leggen met andere bij de energietransitie betrokken partijen, zoals netbeheerders en energie-exploitanten. Zeker bij actieve bewonersgroepen is het van belang te voorkomen dat de gemeenteraad zich in het proces gepasseerd voelt. Contact tussen raad en bewonersinitiatieven was in de vier onderzochte gemeenten nagenoeg afwezig, stelden de onderzoekers vast.  
 

4. Kom bewonersinitiatieven waar nodig financieel tegemoet
Een veel gehoorde klacht van participerende burgers: zij moeten vaak naast een drukke baan en een druk gezin vele uren voor hun vrijwilligerswerk vrijmaken. De aanschuivende contactpersoon van de gemeente wordt voor diens uren betaald, de vrijwilliger moet het allemaal maar doen uit liefhebberij. Zeker bij omvangrijke en ingewikkelde opgaven als de energietransitie haken veel betrokken burgers gaandeweg het proces om die reden af. In Haarlem werd om die reden de projectleider vanuit de bewoners voor één dag in de week door de gemeente betaald.

 

5. Mooie klimaatambities volstaan niet
De uitgesproken wens om in tweeduizendzoveel als gemeente klimaatneutraal te zijn, biedt initiatiefnemende burgers weinig houvast. Elke gemeente moet die wens laten volgen door een concreet uitvoeringsprogramma. Zorg dat hierin ook aan het proces van besluitvorming aandacht wordt besteed. In Wageningen en Haarlem trokken de bewoners proces, planning en de afweging over mogelijke alternatieven van aardgas naar zichzelf toe. Dat kan later in het proces makkelijk tot meningsverschillen met de raad leiden, als die zich in de besluitvorming gepasseerd voelt.

Lees hier het hele rapport.  

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door P.J. Westerhof LL.M MIM op
Op gemeentelijk niveau is dit vooral het stokpaardje van GroenLinks. In mijn gemeente De Bilt doet men daar heel juichend over.
Het blijft echter bij woorden, nauwelijks gehinderd door kennis.

Want hoe simpel is het.
De gemeente wil een transitie naar CO2-neutraal en dus vervanging van gas door electriciteit. Hierin gestimuleerd door het rijk.
Stedin biedt een online kaart online kaart die laat zien waar gasleidingen de komende jaren mogelijk vervangen moeten worden : stedin.net/gasvervangingsdata
Dan blijkt dat het gasnet in grote delen van de gemeente De Bilt End-of-Life nadert.
Op relatief korte termijn zal dus de keuze gemaakt moeten worden : vervanging van gasleidingen óf opschalen van de electriciteitsvoorziening.

Zijdens de gemeente en gemeenteraad geen geluid.
Door Hans op
Dus er zijn toch nog wel gemeenten die iets doen! Van mijn gemeente nog nooit iets vernomen....